Home

Ik zag twee mensen die ik al vijftien jaar niet had gezien en eigenlijk ook niet meer hoefde te zien

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Kom op, dit gaat nergens over. Laten we elkaar niet voor de gek houden.’ Nadat ik deze woorden had gesproken keek mijn vrouw me geamuseerd aan. Het was wachten tot een van ons de ban zou breken. En bij deze had ik de ban aan gort getrapt.

We stonden tegen de muur geleund van een concertzaal in een wijk net buiten het stadscentrum. Deephouse uit de speakers, een kale dj die af en toe opzwepend met zijn hand zwaaide. De zaal was aardig gevuld met mensen van onze leeftijd, maar toch vooral van een jaar of tien ouder. Sommigen hadden voorzichtig wat glitters op hun gezicht geplakt. Er was ook een beetje rook, vermoedelijk uit een rookmachine.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

We hebben ons voorgenomen vaker samen te dansen. Daarom had ik kaartjes gekocht voor een feest in Amsterdam. Dat feest begon al in de middag en je kon dus ’s avonds om 10 uur weer lekker in je bed liggen. Maar toen ik zag dat de verplichte dresscode ‘je innerlijke paradijsvogel’ was, verkocht ik de kaartjes weer.

Ik vond een ander feest, dat ook vroeg zou beginnen. Zonder dresscode en hier konden we zelfs op de fiets heen. Alleen, zo bleek nadat we onze jassen achter een onbewaakt en overvol kledingrek hadden gegooid, was dit ’m ook niet. Het was nog vroeg op de avond, een uur of 7, maar het feest was al twee uur bezig. De sfeer was zoals die van normale feestjes die op hun einde lopen: de leukste mensen zijn al naar huis zijn en wat rest is een groepje onvermoeibare dansers en gretige gelukszoekers.

Er waren iets te veel mannen die op Edwin van der Sar leken en misschien ook wel iets te veel vrouwen die op Edwin van der Sar leken. Dicht bij het podium zag ik twee mensen die ik al vijftien jaar niet had gezien en eigenlijk ook niet meer hoefde te zien.

Mijn vrouw en ik hupsten wat op de muziek en keken om ons heen. ‘Dan was ik liever naar dat andere feest gegaan en als vlinder verkleed gegaan’, zei ze. Gelul. Ik ken niemand met een grotere afkeer voor alles wat met Ibiza, boho, neohippies, pilotenzonnebrillen, mantels met kleurrijke patronen, visnethemden en opgedrongen collectieve quasi-spirituele klefheid te maken heeft – behalve ikzelf.

Toen we eenmaal buiten stonden, raakten we in gesprek met een aardig stel dat probeerde ons te overtuigen toch weer mee naar binnen te gaan. Harde nee. De nacht was nog jong. Of beter: de nacht was een embryo. We maakten een tussenstop bij een wijnbar, maar dat belette ons niet om al voor 9 uur alweer thuis te zijn. En dat was heerlijk.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next