Home

Artsen zonder Grenzen: massaal seksueel geweld in Soedan

Soedan Bijna 3.400 slachtoffers van seksueel geweld zochten in twee jaar tijd hulp bij Artsen zonder Grenzen in de regio Darfur. Uit een nieuw rapport blijkt dat verkrachting systematisch als wapen werd ingezet, ook ver van de frontlinies en tegen kinderen.

Ontheemde Soedanezen die het conflict in Al-Fasher en andere gebieden in Noord-Darfur ontvluchtten, vestigen zich in het nieuw opgerichte kamp Al-Afadh, waar humanitaire organisaties voedsel en medische hulp bieden.

Tussen januari 2024 en november 2025 zochten 3.396 slachtoffers van seksueel geweld hulp bij Artsen zonder Grenzen (AzG). Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerd rapport van de hulporganisatie, waarin seksueel geweld in de Soedanese regio’s Noord- en Zuid-Darfur in kaart wordt gebracht.

„Geen enkele plek is veilig voor vrouwen in Darfur”, zegt Myriam Laaroussi, noodhulpcoördinator van AzG in Soedan tijdens een persconferentie dinsdagochtend. „We beschikken niet over gegevens voor heel Soedan, omdat we te maken hebben met een gebrek aan fysieke toegang. Het grootste deel van de gezondheidsinfrastructuur is verwoest. Voedsel, water, elektriciteit: er is van alles geen spoor meer te bekennen”.

Laaroussi benadrukt dat de cijfers „slechts een fractie” van de werkelijke omvang van het geweld vormen. „Het is een topje van de ijsberg. Veel slachtoffers kunnen de zorg niet veilig bereiken. Daarnaast rust er een groot taboe op seksueel geweld”. Het geweld gebeurt vaak langs etnische lijnen en wordt als een vorm van collectieve bestraffing ingezet. Met name tegen de gemarginaliseerde Masalit, Fur en Zaghawa groepen.

Seksueel geweld vindt vaak plaats in regio’s waar gevochten wordt, maar houdt daar niet bij op. In Zuid-Darfur, ver van de frontlinies, werden 522 overlevenden aangevallen tijdens het sprokkelen van hout of bij het zoeken naar water en voedsel. Nog eens 803 werden aangevallen op weg naar of op landbouwgrond. Vrouwen beschrijven tegenover AzG hoe zij zich gevangen voelen in hun eigen huis, wetende dat verkrachting een bijna onvermijdelijk risico is zodra zij naar buiten gaan.

Van alle mensen die zich meldden bij AzG-faciliteiten in Darfur was 97 procent vrouw of meisje. Een aanzienlijk deel van de slachtoffers bestond uit kinderen. Zo was in Zuid-Darfur één op de vijf slachtoffers jonger dan 18 jaar, waaronder 41 kinderen jonger dan vijf jaar. In 68 procent in Zuid-Darfur identificeerden overlevenden hun aanvallers als gewapende, niet-civiele mannen. Vaak waren dat meerdere mannen tegelijk. Dichterbij de frontlinies, in Noord-Darfur, was dat 95 procent. Ze wezen daarbij regelmatig naar de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) aan als dader.

Over twee weken, op 15 april, vechten de legers van de twee belangrijkste krijgsheren al drie jaar met elkaar om de macht en rijkdommen van het land. De RSF van generaal Mohamed Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemedti) staat tegenover het regeringsleger (SAF) van Abdel Fattah al-Burhan.

Soedan, met natuurlijke rijkdommen zoals goud in overvloed, is bovendien een geopolitieke speelbal. Het land is een kruispunt tussen Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Sub-Sahara Afrika. Door de ligging aan de Rode Zee is het daarnaast een toegangspoort tot de Middellandse Zee en Europa.

Schattingen van het aantal doden sinds het begin van de oorlog lopen op tot in de honderdduizenden. Veertien miljoen mensen zijn gevlucht, er woedt hongersnood, en er vinden etnische zuiveringen plaats. Sommige mensenrechtenorganisaties spreken van een genocide.

Getuigenissen

In het rapport van AzG wordt de val van de stad Al Fasher op 26 oktober 2025 uitvoerig gedocumenteerd. Nadat de RSF de stad na vijfhonderd dagen belegering innam, werd wraak genomen op de burgerbevolking. Het geweld werd met name op niet-Arabische gemeenschappen gericht.

Teams van AzG verleenden hulp aan meer dan 140 slachtoffers van seksueel geweld die in november uit de stad waren gevlucht. „Vrouwen die ervan verdacht werden banden te hebben met het regeringsleger werden expliciet uitgekozen”, staat in het rapport. „Het feit dat ze niet uit Al Fasher waren gevlucht, werd op zichzelf gebruikt om daden van collectieve bestraffing door middel van seksueel geweld te rechtvaardigen”. Deze vrouwen vertellen bijna allemaal dat ze door gewapende mannen werden belaagd.

In getuigenissen wordt beschreven hoe vrouwen ’s nachts werden meegenomen onder het voorwendsel dat ze spullen zouden krijgen, of moesten worden geregistreerd. Ze vertellen hoe aanvallen plaatsvonden in het openbaar en voor de ogen van familieleden, en hoe niet-Arabische gemeenschappen doelgericht werden uitgezocht als doelwit, waarbij ook racistische uitingen werden gedaan.

Ook tijdens de RSF-aanval op vluchtelingenkamp Zamzam in april 2025, destijds thuis voor bijna een half miljoen ontheemden, documenteerde AzG wijdverbreid seksueel geweld. Ook daar werden specifieke etnische groepen aangevallen. Overlevenden die het kamp ontvluchtten werden onderweg opnieuw aangevallen.

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next