Een tweedehands elektrische fiets is vaak gunstig voor portemonnee en planeet – maar niet altijd. Voor welke valkuilen moet je waken bij de aanschaf van een tweedehands e-bike?
Stoffig is de reputatie van de elektrische fiets allang niet meer. Mensen van diverse pluimage – van forenzen op speedpedelecs tot middelbare scholieren op fatbikes – maken inmiddels gretig gebruik van trapondersteuning.
Bijkomend voordeel: ook afgedankte elektrische fietsen druppelen inmiddels de markt binnen. Fijn, want tweedehands is in de regel goedkoper én duurzamer. Hoe pak je de zoektocht naar een tweedehands e-bike het best aan?
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Om met de prijs te beginnen: die is bij tweedehands exemplaren inderdaad vaak honderden euro’s lager. Aantrekkelijk voor consumenten die minder diep in de buidel kunnen of willen tasten. Maar let wel: soms is goedkoop duurkoop.
Dat adagium geldt met name voor de accu, stelt Kees Bakker, e-bike-expert bij de Fietsersbond. ‘Een fietsbatterij gaat in de regel zo’n 500 ladingen mee, wat in de praktijk neerkomt op zo’n 3 tot 5 jaar fietsen. Daarna kan de capaciteit fors dalen. Voor een nieuwe accu ben je al gauw 500 euro kwijt, genoeg om het prijsvoordeel van een tweedehands e-bike in één klap weg te vagen.’
Zijn advies: controleer altijd hoe het met de accu van de beoogde fiets gesteld is. Een zogeheten doormeettest, waarbij een speciaal apparaat de batterij helemaal oplaadt en ‘leegtrekt’, kan veel sores besparen.
‘Een professionele fietsverkoper voert zo’n test als het goed is sowieso uit, en is transparant over de uitslag. Maar voor een particuliere verkoper, bijvoorbeeld via Marktplaats, is testen meestal onmogelijk.’ Het alternatief is volgens Bakker ‘een hele lange proefrit’, maar dat heeft veel voeten in de aarde. Met een vakman in zee gaan is veiliger.
Maar: voor de echte koopjesjager kan ook een fiets mét kapotte accu een schot in de roos zijn. ‘Een nieuwe batterij is lang niet altijd nodig’, aldus Erik Bronsvoort, deskundige op het gebied van circulariteit in de fietsindustrie. ‘Vaak is er een softwareprobleem, of werkt de aansluiting niet goed meer. Gespecialiseerde bedrijven kunnen dat met een relatief simpele ingreep verhelpen.’
Een snel leeglopende batterij hoeft sowieso niet altijd een breekpunt te zijn, stelt Bronsvoort. ‘Neem een middelbare scholier die elke dag 15 kilometer heen en weer naar school fietst. Die heeft echt geen actieradius van 60 kilometer nodig. Een oudere accu, die een ander misschien al heeft afgeschreven, werkt voor zo iemand prima.’
Wel een potentieel breekpunt: een kapotte elektromotor. Dat komt veel voor bij elektrische fietsen, vertelt Sonja van Dam, duurzaam ontwerponderzoeker aan de TU Delft. ‘Mijn moeder moest de motor van haar Koga-fiets, toch een gerenommeerd merk, na iets meer dan drie jaar vervangen.’ Kostprijs per motor: zo’n 1.000 euro.
Reden voor een peiling onder e-bikebezitters, dacht ze. 187 respondenten hadden een eerdere e-bike-ervaring. Lang niet altijd zonder sores, zo bleek: bij 34 procent had de motor het begeven, gemiddeld na 16 duizend kilometer. Dat komt neer op vier jaar lang 10 kilometer per dag fietsen.
Wie in de markt is voor een tweedehands exemplaar, doet er dus goed aan om de kilometerstand te controleren, tipt Van Dam. Meestal is die te zien op het display, of anders ‘uit te lezen’ door een fietsenmaker.
Daarnaast raadt ze een proefrit aan. ‘Voel of er speling in de trappers zit, en luister goed of je een tikkend geluid in de motor hoort. Het liefst koop je een fiets waarbij die onderdelen nagekeken zijn, maar een verkoper heeft vaak geen tijd om in de motor te kijken.’
Bij nieuwere generaties elektrische fietsen lijkt de trapaandrijving langer stand te houden, wees Van Dams enquête uit. Toch wil ze consumenten er vooral niet van weerhouden een tweedehands fiets te kopen. ‘Oudere modellen hebben misschien wat meer gebreken, maar die zijn in veel gevallen relatief makkelijk te verhelpen. Bovendien is tweedehands gewoon veel duurzamer. Daarover is geen twijfel.’
De precieze milieulast van tweedehands elektrische fietsen is nooit becijferd. Wel bekend: de klimaatimpact die gepaard gaat met de productie en het transport van een nieuw exemplaar. Is de fiets volledig in China vervaardigd, dan komt die neer op 287 kilogram CO2, schatten Italiaanse wetenschappers onlangs.
Die last is bijna twee keer zo groot als bij een gewone tweewieler, en te vergelijken met de uitstoot van een autorit van Maastricht naar Groningen en terug. In theorie voorkom je dus behoorlijk veel uitstoot als je een afgedankte e-bike overneemt. Kanttekening: die winst gaat deels verloren wanneer de hele motor of accu aan vervanging toe blijkt.
Voor de portemonnee én planeet zullen tweedehands elektrische fietsen steeds gunstiger worden, verwachten duurzaamheidsdeskundigen Van Dam en Bronsvoort. Wel vinden ze beiden dat producenten circulariteit wat serieuzer moeten nemen.
Van Dam: ‘E-bikes hebben kwetsbare onderdelen die vaak lastig te repareren zijn, mede omdat producenten weinig inzicht geven over hoe hun producten in elkaar zitten. Dat moet echt anders.’
Heb je een exemplaar op de kop getikt – tweedehands of niet – dan is zuinigheid geboden, benadrukt ze. ‘Stal hem binnen indien mogelijk, dek de motor af als je de fiets achterop de auto meeneemt, en probeer al te harde klappen op de pedalen te vermijden. Stoeprandjes op- en afrijden is dus uit den boze. Zorg bovendien dat hij regelmatig een onderhoudsbeurt krijgt.’ Een soort fiets-APK dus, te beginnen na de eerste 15 duizend kilometer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant