Home

Het probleem van AI ligt dus niet alleen bij geletterdheid of afhankelijkheid van Silicon Valley in het klaslokaal

Lezersbrieven U schreef ons naar aanleiding van een stuk van docent Merel Kamp en over Thomas Erdbrink.

Merel Kamps opiniestuk Ik ben een docent in rouw (27/3) is sterk, omdat het generatieve AI niet behandelt als een technisch hulpmiddel, maar als een aantasting van schrijven, aandacht en onderwijs als vormende praktijk. Toch laat haar analyse een belangrijke vraag liggen: voor wie is geletterdheid eigenlijk ooit vanzelfsprekend geweest?

Geletterdheid is namelijk geen neutrale vaardigheid die iedereen in gelijke mate bezit en die nu plotseling door AI wordt bedreigd. Zij is altijd al ongelijk verdeeld geweest. In Nederland hebben vandaag de dag miljoenen mensen moeite met lezen en schrijven. Voor hen is taal allang geen vanzelfsprekend medium van zelfexpressie of intellectuele autonomie, maar een bron van schaamte, vertraging en uitsluiting.

In dat licht moet het onderwijs de dubbelzinnigheid van generatieve AI serieuzer nemen dan het huidige debat vaak toelaat. Voor leerlingen en studenten die moeite hebben met taligheid, kan AI daadwerkelijk kansen bieden om deel te nemen aan de samenleving. De crux ligt hem in de paradox dat dezelfde technologie die toegang kan vergroten, geletterdheid kan uithollen. Niet omdat mensen niets meer leren, maar omdat de verhouding tussen taal produceren en taal verwerven verschuift. Wie steeds vaker via AI formuleert, ordent en herschrijft, kan wel deelnemen aan talige praktijken, maar doet dat steeds vaker via simulatie in plaats van toe-eigening van kennis en kunde.

Het probleem van generatieve AI ligt dus niet alleen bij geletterdheid, fraude, of afhankelijkheid van Silicon Valley in het klaslokaal. Het zit dieper. AI vertroebelt het onderscheid tussen taal als spoor van vorming en taal als synthetisch oppervlak. De vraag is dus welke praktijken van lezen, schrijven en denken overeind blijven wanneer de buitenkant van geletterdheid eenvoudig kan worden nagebootst.

Alexander Smit Groningen

Docent‘Probeer het!’

Het is niet moeilijk om als docent direct sympathie te voelen voor Merel Kamps hartenkreet. Maar haar stuk is mij te angstig en ook een beetje zelfgenoegzaam.

Allereerst, AI is heel goed in het produceren van informatieve, onpersoonlijke teksten. Als er studenten zijn die deze tekstproducten inleveren, zegt dat net zoveel over de docenten en opleidingen die deze vorm van kennis(productie) als norm hanteren. Ik merk dat in deze tijd van onzekerheid en twijfel over het gebruik van AI voor onderwijs het studenten zijn die zich moeten verantwoorden; de last ligt bij hen.

Ten tweede, het artikel schildert studenten af als willoze wezens. Daar steekt dan de docent met haar passie, belezenheid, bevlogenheid scherp bij af, ‘ik’ en ‘wij’ tegenover ‘zij’. Wat een misplaatste tweedeling tussen bevlogen docenten en passieve studenten. Ik ben aan mijn universiteit (Utrecht) docent en coördinator en maak samen met studenten en ook deelnemers van buiten de universiteit ruimte voor alternatieve en vernieuwende onderwijsvormen, werkvormen en eindwerken. Ik zie studenten evengoed worstelen met de vraag hoe zij met AI om kunnen gaan.

Ten derde, AI afdoen als de grote bedreiging van de ‘vrijheid’ om zelf te denken, voorkomend uit een internationaal complot van witte techmannen, is een hyperbool. We zijn in ons professionele leven omringd met digitale technologieën die ons ook helpen nadenken, van email tot internet. Digitale technologie is geen ding buiten ons maar deel van ons denken, van ons lijf zelfs. We doen er goed aan onderscheid te blijven maken tussen deze menselijke en artificiële intelligentie voor een beter begrip van wat AI betekent en zal betekenen voor de samenleving, en nu specifiek voor onderwijs. Laten we opnieuw nadenken over wat we verstaan onder ‘weten’ en ‘onderwijs’, in de verhouding tussen docenten, studenten, wereld en technologie. We zullen in het onderwijs manieren moeten blijven vinden om het nadenken centraal te stellen; mét AI-technologie. En zeker, daar heeft Merel Kamp gelijk in, we moeten die wel uit de klauwen rukken van de nare witte mannen.

Laten we tegen onszelf en onze studenten zeggen, ook over het gebruiken van AI, op een typische onderwijsmanier: „probeer” (je kan!), „probeer nog eens” (je mag!) en „probeer dit eens” (er zijn alternatieven!).

Jeroen Vermeulen via LinkedIn

DocentOorzaak en symptoom verward

Herkenbaar stuk, van Merel Kamp, het klinkt oprecht. Toch wringt het. Kamp beschrijft studenten die niet lezen, niet komen opdagen, hun werk uitbesteden aan ‘Chat’, en geen kwaliteitsbesef hebben. Reële problemen. Maar het zijn onderwijsproblemen, geen technologieproblemen. Oftewel: wordt hier niet oorzaak met symptoom verward? Tuurlijk, het is makkelijker om Sam Altman van OpenAI de schuld te geven dan om je af te vragen waarom studenten zo weinig intrinsieke motivatie hebben om zelf te denken.Verder schetst Kamp een wereld waarin je of zelf schrijft, of alles uitbesteedt. Als schrijver van ruim vijftien boeken voor kinderen en volwassenen, en als iemand die zelf met taalmodellen werkt: die tegenstelling klopt niet. Er zijn tientallen gradaties. Bovendien heeft schrijven altijd bestaan bij de gratie van technologie: vulpen, typemachine, tekstverwerker, spellingscontrole – telkens verschoof of verbreedde het ambacht in plaats van te verdwijnen.Oog voor wat er op het spel staat? Absoluut. De macht van Big Tech verdient stevige kritiek. Maar „schrijven is stukgemaakt” gaat me te ver. Het onderwijs is stuk, en dat was het al.

Barend Last via Linkedin

DocentMeer in gesprek

Het sentiment dat Merel Kamp beschrijft is herkenbaar, maar de oorzaak ligt niet alleen bij AI. AI laat zien dat een geschreven product niet meer werkt als bewijs van kennis en dat is jammer. In het gesprek zie je dat nog wel: hoe iemand redeneert, keuzes maakt en afwijkt. Dat kun je nog niet uitbesteden. Moeten we ons meer verplaatsen naar het gesprek als toets van denken?

Monique Bil-Meijer via LinkedIn

DocentRol voor voorlezen

Als AI tegenhouden niet lukt, moeten we er iets tegenover stellen. Voorlezen, iedere week, vanaf de kleuterschool tot en met 6 vwo. En zelf lezen in de klas. Heel vroeg mee beginnen dus. Wat je leert, neem je mee. Voorlezen helpt het voorstellingsvermogen, het denken, liefde voor teksten en het zelf willen lezen.

En het kan gemakkelijk af van de uren begrijpend lezen, want als je leest, komt dat vanzelf.

Evert Blankesteijn via LinkedIn

DocentNiet te pessimistisch

Ik deel de zorgen van Merel Kamp, die nog verdergaan dan het ontnemen van makerschap en kritisch denken. We ontnemen kinderen, indien we ze niet beschermen voor deze (deels) ongewenste revolutie, hun zelfstandige werkelijk-menszijn (wat overigens niet alleen door AI komt).

Tegelijkertijd wil ik niet té pessimistisch zijn. Er zijn ook kinderen, jongeren, ouders, wetenschappers, politici, die zich wel degelijk realiseren dat we de almacht van AI en andere technologische ontwikkelingen moeten proberen in te dammen, nu het misschien nog kan. En inderdaad: er zijn ook voordelen aan AI. En er zijn ook echt studenten die zélf bewust voor de ‘moeilijke’ weg kiezen, die oefenen met taal, met kritisch denken, met moeite doen, met zich ertoe te verhouden. Laten we ons daaraan vasthouden en ondertussen wél actie ondernemen.

Lisette Bastiaansen via LinkedIn

DocentGeen nostalgie

Het stuk van Merel Kamp leest vooral als een uiting van ongemak over verandering en niet als een analyse van wat er feitelijk misgaat. De problemen die zij beschijft (oppervlakkigheid, gebrek aan discipline, afnemende motivatie), zijn niet nieuw en zeker niet toe te schrijven aan AI.

Wat vooral opvalt, is dat de relevantie van de opleiding zelf buiten schot blijft. Als studenten massaal terugvallen op hulpmiddelen, is dat misschien niet alleen luiheid, maar ook een signaal dat het curriculum onvoldoende aansluit bij wat zij als zinvol ervaren? De vraag zou dus moeten zijn of deze opleiding studenten werkelijk voorbereidt op de huidige arbeidsmarkt, waarin technologie integraal onderdeel is van het werk? Of wordt hier vooral een verouderd ideaal van vakmanschap verdedigd?

Dat AI het speelveld verandert moge duidelijk zijn. Dat vraagt vooral om aanpassing van het onderwijs en niet om nostalgie.

Robert van Santen Rotterdam

HuwelijkAcceptatie nog niet voltooid

Wat een mooi en positief artikel over 25 jaar ‘homohuwelijk’ (25 jaar huwelijk voor iedereen. Hun trouwfoto’s staan nu in schoolboeken, 27/3). Het deed ons denken aan onze partnerregistratie in januari 1998. Bij het aantekenen kwam de ambtenaar met een rood hoofd vertellen dat hij geen bewijs mee kon geven: „Het systeem is nog niet aangepast, en geeft ‘fout’ als ik twee keer ‘M’ invul”.

Met het geregistreerd zijn als partners, dachten we – heel naïef – dat de acceptatie in Nederland was voltooid. Naïef: want wat blijft er nog veel te doen in een land waar de premier wekelijks bedreigingen ontvangt, om wie hij is. Uw artikel laat zien dat het anders kan, anders is, anders moet.

Ruud Janssens en Ernst Nauta Zeist

ErdbrinkVoor het wagentje

Met grote verbazing heb ik afgelopen week in de media interviews gehoord en gelezen met Thomas Erdbrink over zijn documentaire Onze man bij de vijand.

Een kritische uitlating in Rusland over de „speciale militaire operatie” in Oekraine kan al leiden tot langjarige opsluiting. Maar Thomas Erdbrink wordt geen strobreed in de weg gelegd. Te mooi om waar te zijn, toch?

Natuurlijk gaat het zo. Inmiddels vertrouwen deze autoriteiten volledig op de effecten van hun repressie. Kritische Russen kijken wel uit wat ze zeggen en volgers krijgen ruim baan en een menselijk gezicht. Tenslotte zal de beschaafde documentairemaker ervoor zorgen dat de opgevoerde Russen niet in gevaar komen. Met open ogen voor het wagentje van de Russische autoriteiten gespannen en toch denken dat je zelf aan het stuur zit.

Het resultaat is een documentaire die in advertenties in kranten paginagroot wordt aangekondigd en wordt ondersteund door over het algemeen weinig kritische interviews in de media. De gevolgen hiervan heeft Eva Peek in haar column (27/3) uitstekend beschreven. Hulde daarvoor.

Igo Janssen Deventer

ErdbrinkGestrekt been

Eva Peek gaat in haar column nogal kritisch in op de recente documentaire van Thomas Erdbrink. Nog niet heel veel mensen zullen de documentaire gezien hebben. Wel is het zeer waarschijnlijk dat meer kijkers vraagtekens zullen plaatsen bij de column dan bij de documentaire zelf.

Het is niet eenvoudig om beelden en interviews in het huidige Rusland te maken en iedere ietwat ingelezen kijker zal zich heus wel beseffen dat er hier en daar wat korreltjes zout nodig zijn. Maar het gestrekte been van deze column gaat te ver.

„Zijn schadelijke naïviteit, in de overmoed en ijdelheid”, woorden die me als documentairemaker zouden irriteren. En het vervolgens ook nog lekker plat en sarcastisch uitstrijken alsof het typisch Nederlands is.

De steun of sympathie voor Oekraïne zal echt niet afnemen als je deze documentaire ziet. Misschien wordt die zelfs groter. De gruwelijkheden en waanzin vanuit het Kremlin reiken ver en diep. Óók de beelden van Erdbrink uit Moskou, Dagestan en Irkoetsk tonen dat.

Luc Knoors Roermond

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next