Home

Huisartsen worden benaderd als administratieve schakel voor de vergoeding van behandeling elders

Rinske van de Goor is huisarts.

Een van de nieuwe beleidsmantra’s in de zorg is ‘De juiste zorg op de juiste plaats’. Daarmee wordt vaak substitutie bedoeld: zorg die niet per se in het ziekenhuis hoeft plaats te vinden, wordt verschoven naar de eerste lijn.

Als huisartsen zijn wij kampioen substitutie: de afgelopen jaren hebben we veel extra zorgtaken op ons genomen, zoals de chronische zorg voor diabetes en COPD en een groot deel van de geestelijke gezondheidszorg. Dat heeft goed uitgepakt, want huisartsenzorg is dichtbij, laagdrempelig toegankelijk en meestal vele malen goedkoper dan in het ziekenhuis.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Beleidsmakers zijn daar dan ook enthousiast over. De tweede lijn stuurt daar soms wel erg actief op aan: patiënten worden regelmatig voor specialistische triage, controles en medicatie naar de huisarts terugverwezen. Ook vanuit de publieke opinie is de substitutiedruk groot. Of de huisarts de postcovidzorg er even bij kan doen, net als abortuszorg, leefstijlgeneeskunde, preventie en obesitasbehandeling. Allemaal belangrijke onderwerpen, en het is mooi dat ons zoveel veelzijdigheid en energie wordt toegedicht, maar het takenpakket van de huisarts zit vol.

We zitten als huisartsen aan onze substitutietaks. Tegelijkertijd zie ik een nieuw fenomeen: omgekeerde substitutie. Daarmee bedoel ik dat huisartsenzorg steeds vaker wordt aangeboden in een specialistische setting, tegen specialistische tarieven.

Een voorbeeld zijn zelfstandige vrouwenklinieken, zoals Ellesie, die zich profileren als gespecialiseerde centra voor gynaecologische zorg. Op hun website worden klachten als menstruatieproblemen, anticonceptievragen, afscheiding of overgangsklachten niet gepresenteerd als alledaagse huisartsenzorg, maar als indicaties voor specialistische diagnostiek.

Ik heb de online vragenlijst getest en, ongeacht wat ik invul, krijg ik steeds dezelfde mail terug: ‘Ons advies is dat je als eerste stap een huisarts bezoekt om je klachten te bespreken en je te laten doorverwijzen voor verder onderzoek en behandeling door een gynaecoloog.’

Het maakt dus niet uit wat je invult: het advies is altijd om specialistische zorg te zoeken. Daar hangt een fors prijskaartje aan, want de kliniek rekent tot wel tien keer wat de huisarts voor vergelijkbare zorg rekent.

Zorgverzekeraars kunnen besluiten een kliniek niet te contracteren, maar blijven op grond van de basisverzekering verplicht om 60 tot 80 procent van de kosten te vergoeden. Dat is nog altijd een veelvoud van de kosten in de huisartsenpraktijk, en patiënten betalen daarbovenop vaak nog bij.

Daar komt bij dat zorgverzekeraars met gecontracteerde zorgaanbieders omzetplafonds afspreken: afspraken over het maximale volume aan zorg dat gedeclareerd mag worden. Dat dwingt zorgaanbieders tot afweging en begrenzing. In het ongecontracteerde segment ontbreekt die begrenzing, waardoor meer patiënten automatisch meer omzet betekenen en een prikkel voor zinnige, zuinige zorg ontbreekt.

Tot slot trekken de klinieken ook schaars zorgpersoneel weg uit de ziekenhuizen. Het idee is dat de huisarts het filter vormt om omgekeerde substitutie te voorkomen, maar bij dit soort klinieken is dat een uitdaging. Zij presenteren zich als gespecialiseerde centra met meer expertise, waardoor de zorgvraag van patiënten vaak al is ingekleurd voordat zij überhaupt bij de huisarts komen. De specialistische zorg lijkt een vanzelfsprekend en aantrekkelijk alternatief voor gewone huisartsenzorg.

In de eerste lijn ontstaat zo een paradox: aan de ene kant krijgen huisartsen steeds meer taken toebedeeld onder het mom van substitutie, terwijl aan de andere kant klinieken ontstaan waarin huisartsenzorg wordt opgewaardeerd tot specialistische trajecten met bijbehorende tarieven – de omgekeerde substitutie.

Als huisartsen bepalen we samen met onze patiënten wat passende zorg is en leveren die zelf, of verwijzen door als dat medisch geïndiceerd is.

En het schuurt wanneer we worden benaderd als louter administratieve schakel voor de vergoeding van verdere behandeling elders. Niet omdat verwijzen níét bij het vak hoort, maar omdat het de kern verschuift van medisch handelen naar toegang organiseren, en ons steeds vaker dwingt om gewone huisartsenzorg te verdedigen – en uit te leggen waarom die zorg elders, mooier verpakt als specialistische zorg, niet per se beter is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next