Home

‘Byzantium’ is vies, naar, desolaat, en tegelijkertijd oergeestig

Theater In ‘Byzantium’, een samenwerking tussen Abattoir Fermé en Het Zuidelijk Toneel, wordt een opgedoekt restaurant omgevormd tot crematorium: een soort Febo voor lijken. Het stuk schetst met sardonisch plezier een mensheid die blind is voor de zelfvernietiging waar haar levensstijl op afstevent.

‘Byzantium’ van Het Zuidelijk Toneel en Abattoir Fermé.

Theater

Byzantium van Het Zuidelijk Toneel & Abattoir Fermé. Tekst en regie: Stef Lernous. Gezien: 29 maart in Schouwburg en Concertzaal Tilburg. Op tour t/m 9 mei. Info: hzt.nl

„Uw eerste plicht in het leven is beseffen dat ge een stuk stront zijt”, snauwt de chef van restaurant Byzantium (Tine van den Wyngaert), terwijl ze een kip in een zak tegen de tafel mept tot die ophoudt met tokken. Deze chef, de afwasser en de obers maken zich op voor de laatste ronde: hun restaurant gaat na deze avond definitief sluiten.

Zo begint de voorstelling Byzantium, een samenwerking tussen Abattoir Fermé en Het Zuidelijk Toneel. Een samenwerking die nieuwsgierig stemt, want qua stijl liggen de twee gezelschappen behoorlijk ver uit elkaar. Het Zuidelijk Toneel ontwikkelde de afgelopen jaren, onder artistiek directeur Sarah Moeremans, een ironisch-epische theatervorm die tot kleurrijke, toegankelijke, frisse voorstellingen leidde.

Het werk van Abattoir Fermé thematiseert al bijna dertig jaar de lelijke, (zelf)destructieve aard van de mens, en hanteert daarbij een duistere, enigmatische, vaak provocerende en op een rauwe manier poëtische stijl. Er zijn ook overeenkomsten: beide gezelschappen hebben humor, beide mijden psychologisch realisme, hun werk is sterk conceptueel.

Mix van commedia del’arte en horror

In Byzantium merk je dat een beetje. De voorstelling komt uit de koker van Stef Lernous, van Abattoir Fermé, en waar de spelers van die groep (naast Van den Wyngaert ook Chiel van Berkel, Kirsten Pieters en Steve Geerts) de vet aangezette speelstijl – een soort mix tussen commedia dell’arte-spel en horror – geroutineerd weten te verinnerlijken, blijft er bij de acteurs van Het Zuidelijk Toneel (Keja Klaasje Kwestro, Louis van der Waal en Julia Ghysels) steeds een soort meta-commentaar meeklinken. Hoe smoezelig en obscuur het universum ook is waarin Lernous hen neerplant, ze blijven op een gevoelsmatig niveau ongehavend.

Toch weet de macabere troosteloosheid van waaruit Lernous zijn scènes componeert wel degelijk post te vatten in je kijkervaring. Wat er zoal aan je voorbijtrekt: hoe het restaurant, eenmaal opgedoekt, wordt omgevormd tot een crematorium, wat veel lucratiever blijkt. Via een ‘hole in the wall’ komen de gestorvenen binnen, waarna ze even later, als met as gevulde kartonnetjes, weer door hetzelfde gat worden uitgeserveerd; een soort Febo voor lijken. Hoe personeel wordt gekloond, om zonder extra loonkosten een grotere markt te bedienen. Een onbehaaglijke blind date. Verwijzingen naar religie (kruisen) en de oorlogsindustrie (tankbarricades) en hoe beide tonen tot hoeveel wreedheid de mens in staat is, zolang het maar lucratief is. Overal as, overal drek. Wijn, bloed, zweet. Een bok, sabbelend aan de borst van de chef.

Het valt uiteen, dit restaurant, deze wereld en deze voorstelling, tot er niets meer samen lijkt te hangen en alle personages luid en afgesneden voor zich uit leven, poetsend, werkend, etend, stinkend – alsof ze niet ieder moment kunnen ophouden te bestaan. Met sardonisch plezier schetst Lernous in Byzantium een mensheid onderhevig aan hondsdolheid, blind voor de zelfvernietiging waar haar levensstijl op afstevent. Het is vies, naar, desolaat, dystopisch, en tegelijkertijd op een unheimliche manier oergeestig. „We zijn allemaal vlees, aan botten gebonden.” Het vuur knispert.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Theater

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next