In 2024 bereikte Honda het absolute dieptepunt met een vijfde en laatste plaats in het kampioenschap voor constructeurs. Het fabrieksteam scoorde dat jaar slechts 35 punten en eindigde daarmee ook onderaan in het kampioenschap voor teams. Dat de problemen met de RC213V groot waren, bleek wel uit het feit dat er slechts twee keer een Honda-rijder in de top-tien van een Grand Prix eindigde.
Sindsdien bewandelt Honda weer de weg omhoog. Vorig jaar verraste Johann Zarco met een overwinning in de regen in Frankrijk en een podiumplaats in Silverstone, waarna Joan Mir laat in het seizoen podiumplaatsen pakte in Japan en Maleisië. De laatste plaats in het kampioenschap voor constructeurs werd afgestaan aan Yamaha én het merk scoorde genoeg punten om te promoveren naar concessiegroep C.
De lijn die vorig jaar werd ingezet, wordt vooralsnog doorgetrokken in 2026. De RC213V is voor zijn laatste dienstjaar - volgend jaar zet Honda de RC214V in na de komst van de nieuwe technische reglementen - opnieuw voorzien van verbeteringen. Dat werpt zijn vruchten af, want in de drie kwalificaties die tot nu toe zijn verreden, is er telkens minimaal één Honda-rijder in de top-tien geëindigd.
Joan Mir in de grindbak naast zijn gecrashte motor: in de eerste zes races van 2026 is dat al vier keer gebeurd.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Toch blijft het puntenaantal van Honda achter in vergelijking met de snelheid die de motor al heeft laten zien. Na drie Grands Prix staat de teller op 28 punten in het constructeurskampioenschap. Het gros daarvan is gescoord door Luca Marini en Johann Zarco. Marini is in Thailand en de Verenigde Staten in de top-tien geëindigd, Zarco in Brazilië.
Ondanks hun respectabele prestaties zijn Marini en Zarco niet de snelste rijders van Honda dit seizoen. Die eer is namelijk voor Joan Mir. De wereldkampioen van 2020 laat met sterke kwalificaties zien dat hij de snelheid heeft om in principe mee te strijden in de top-acht. Het probleem is echter dat dit er in praktijk niet uitkomt.
Neem de race op het Circuit of the Americas. Op zondag mengt Mir zich aanvankelijk in de strijd om de vierde plaats. Hij rekent af met Marc Márquez en zit Francesco Bagnaia en Fabio Di Giannantonio op de hielen. Het gaat fout zodra de Spanjaard in de vijfde ronde een stukje afsnijdt en een long lap-straf krijgt. Nog voordat hij die kan inlossen, crasht hij uit de race.
Dat kan natuurlijk een keer gebeuren, maar inmiddels lijkt het voor Mir eerder een gewoonte dan een uitzondering te zijn. Kijk maar naar de zaterdagse sprintrace op COTA: Mir jaagt bij het ingaan van de laatste ronde op de podiumplaats die Pedro Acosta dan nog in handen heeft, maar hij valt in de eerste bocht en blijft daardoor puntloos.
Zo heeft Mir in de Verenigde Staten zijn tweede weekend op rij met crashes in de sprintrace en Grand Prix afgeleverd. Vorige week is hem hetzelfde overkomen in Brazilië, op zondag vanuit zevende positie en op zaterdag al tijdens de tweede ronde van de sprintrace.
Qua uitvalbeurten staat de teller inmiddels op vijf op rij, want in de GP van Thailand haalde Mir de finish ook niet. Daar kon hij overigens weinig aan doen, want toen kampte hij met problemen met zijn achterband. Alleen in de sprintrace in Buriram heeft Mir de finish wel bereikt en dat deed hij toen in zevende positie, wat hem zijn enige drie WK-punten van het seizoen tot dusver bracht.
Dat bewijst dat Mir en de Honda RC213V een combinatie zijn die een gooi naar de top-vijf kunnen doen, maar dan moet hij wel de finish halen - en precies dat is het probleem. Sinds zijn overstap naar Honda HRC is Mir in 59 Grands Prix van start gegaan, maar is hij al 35 keer uitgevallen - en meestal door een crash. Het wordt dus hoog tijd dat hij zichzelf en Honda gaat belonen door races uit te rijden en solide punten te scoren.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport