nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden PRO: nieuwe partijnaam, nieuwe kansen? Waar de PvdA in het verleden leed aan zelfoverschatting, zien we ditzelfde nu bij veel (uiterst) rechtse politici. En dus moet PRO het opnemen tegen een dominante stroming die haar neus ophaalt voor de nationale traditie van overleg en gezamenlijke keuzes.
Linkse politici spreken er nog zelden over. De PvdA, die na tachtig jaar verdwijnt nu de fusie met GroenLinks verdergaat onder de nieuwe naam PRO, was zélf ooit een fusiepartij. Een samenwerking van sociaaldemocraten (SDAP), liberalen (VDB) en christendemocraten (CDU) uit 1946. Tactisch wilde de fusiepartij de macht van het dominante confessionele middenblok breken – de zogenoemde doorbraak. Inhoudelijk zocht ze nieuw evenwicht in de naoorlogse politiek. Tussen markt en overheid, idealisme en realisme, vooruitgang en soberheid.
Zelfoverschatting is altijd onderdeel van de beweging geweest. De PvdA heeft nooit kunnen beletten dat het land in meerderheid behoudend bleef stemmen. In haar tachtig jaar leverde ze 22 jaar de premier. Joop den Uyl, de meest linkse van de drie, was het vier jaar (1973-1977). Wim Kok, een gematigde oud-vakbondsman, acht jaar (1994-2002). Willem Drees, een socialist die als premier de gematigdheid zelve was, tien jaar (1948-1958). De les: hoe evenwichtiger een progressieve premier zich opstelde, hoe langer zijn greep op de macht standhield.
Paradoxaal genoeg begint PRO in een periode waarin de belangstelling voor evenwichtige keuzes juist minimaal is. Kamerleden pimpen onbeduidende thema’s – douchemuntjes, een flitsbezoek aan de troepen – op tot politiek vraagstuk. Een hang naar de politisering van bijna alles waarin de aandacht voor reële beleidsdilemma’s verflauwt.
Het geldt niet voor iedereen. De nieuwe asielminister Bart van den Brink (CDA) deed donderdag tegen de stroom in een „klemmend beroep” op gemeenten om „zo snel als mogelijk acuut inzetbare spoednoodopvang” te regelen voor asielzoekers. Hoge nood, kan niet anders, help alsjeblieft. Het contrast met het Vragenuurtje, dinsdag, was niet te missen: een lange rij Kamerleden met begrip voor gemeenten die geen asielzoekers willen opnemen.
Het pijnlijke is: voor inventief en evenwichtig bestuur moet je nu eerder in Haaksbergen (24.000 inwoners) zijn. NRC-collega Bas Blokker schreef fascinerend over een referendum waarmee ze daar tot de aanwijzing van een azc-locatie kwamen. De raad besloot vorig jaar, ondanks lokale onrust, op grond van de Spreidingswet 129 asielzoekers toe te laten. In een referendum, opkomst 53 procent, mochten burgers de omvang en de plaats van het azc aanwijzen.
Geen perfecte oplossing voor omstreden beleid. Maar dit soort evenwichtig bestuur, verantwoordelijkheid nemen voor een ongemakkelijk besluit én burgers inspraak geven, zou je allereerst van Den Haag verwachten.
Het maakte me nieuwsgierig naar de precieze gang van zaken. De gemeenteraad drukte het referendum vorig jaar tegen de zin van het college van B en W door. De raad huurde drie specialisten in (een bestuurskundige, een oud-burgemeester, een columnist annex bestuursadviseur) die in een rapport een zorgvuldige formulering van de referendumvragen aanbevalen.
Haaksbergen hield het referendum op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Daardoor kostte het de helft minder, schreef Tubantia: een ton. Nog een aspect van evenwichtig bestuur waarover je Haagse politici zelden hoort: je kunt burgers naar de mond praten, maar uiteindelijk kost het geduld en geld om ze serieus te nemen.
Het leerde me ook dat raadsleden zoals in Haaksbergen, gezien de moed die ze opbrengen, echt veel te weinig betaald krijgen. In dat advies over de referendumvragen las ik dat de drie specialisten negenmaal vergaderden. Een gemeentelijke verordening leerde me dat ze per vergadering recht hadden op 326 euro. Per commissielid een kleine 3.000 euro voor deze klus.
Bedenk hierbij dat een raadslid in Haaksbergen recht heeft op een maandelijkse vergoeding van 1.300 euro, waarvoor een gemiddeld raadslid twintig uur werkt. Ik wil niet suggereren dat die deskundigen te veel is betaald – geen idee, eerlijk gezegd. Maar wat je ook hier ziet: het evenwicht is zoek. Publieke armoede, private rijkdom: voor de inkomsten van elk van deze specialisten is een raadslid in Haaksbergen ruim twee maanden twintig uur per week in touw.
En je denkt: los dit op. Nog vorige maand werd hierover advies uitgebracht. Een commissie geleid door oud-SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan bepleit salarisverhoging voor alle politieke ambtsdragers: raadsleden, wethouders, burgemeesters, statenleden, waterschapbestuurders, Kamerleden en bewindslieden. Redenering: hun werklast is gegroeid, de druk uit de samenleving ook, intimidaties inbegrepen. Toch bewoog hun vergoeding „de afgelopen tien tot twintig jaar” niet mee. Ook wil de commissie dat de hoogste ambtenaar op ministeries niet langer méér verdient dan bewindslieden.
Ik las het en dacht: hier kun je weinig tegen inbrengen, maar je zult zien dat bepaalde politici er van alles tegen inbrengen. Zo ging het twintig jaar geleden ook. Typisch zo’n onderwerp waarbij niemand nog de moed voor een evenwichtige keuze durft op te brengen.
Als je erop gaat letten, zie je dit op talloze terreinen. Bijna standaard verkiezen politici nu partijdigheid boven overleg en een evenwichtige uitweg. De dictatuur van het eigenbelang boven aandacht voor ieders belang.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Neem alleen de actualiteit. Na de eerste bommen op Iran vroeg het kabinet „terughoudendheid” om „escalatie te voorkomen”. De VVD in de coalitie en rechts in de Kamer vonden het te slap. Het kabinet toonde in tweede instantie „begrip” voor de aanvallen. Maar nu Trump inziet dat hij het Iraanse regime niet weg kan bombarderen, moet hij hopen op een deal met datzelfde regime. In Nederland groeien de zorgen over de gevolgen van de oorlog. Was die eerste reactie achteraf niet verstandiger?
Zelfs Mark Rutte, voormalig evenwichtskunstenaar in Den Haag, dreigt als secretaris-generaal van de NAVO in de val van de partijdigheid te lopen. Interviews op Amerikaanse televisiestations waarin hij de indruk wekte dat NAVO-lidstaten de oorlog in Iran steunen, kwamen hem ook in de VS op forse kritiek te staan. The New York Times had er een pijnlijk stuk over. De Democratische senator Chris Van Hollen haalde uit op X: „Zelfs nu Trump de NAVO-bijdrage in Afghanistan kleineert en buigt voor Poetin, wil Rutte dat de NAVO meedoet met de oorlog van Trump en Netanyahu.”
„Deze oorlog is niet in het belang van de Europese veiligheid”, vertelde oud-directeur Buitenlandse Inlichtingen van de AIVD en voormalig ambassadeur in Oekraïne Kees Klompenhouwer me aan de telefoon. „Dit is Amerikaanse zelfoverschatting die de verdediging van Oekraïne verzwakt. De Europese veiligheid is de centrale taak van de NAVO.”
Op papier is de identiteit van PRO geschikt om tegen de trend van platte partijdigheid en eigenbelang in te gaan. Maar het electorale verval was de laatste vijftig jaar fors: de PvdA en de partijen die later GroenLinks vormden, haalden in 1977 nog 59 zetels. Vorig jaar 20.
Een complicatie is ook dat partijen een blok aan het been van de democratie zijn geworden. Ze blijven onmisbaar voor toetreding tot de macht en politieke identiteitsvorming. Maar in onderzoek worden ze erg laag gewaardeerd. Dus wie de hemel verwacht van een nieuwe partijnaam, moet rekening houden met een stevige teleurstelling. Het gaat om het verhaal: een geloofwaardig alternatief voor de dominante politiek van dit moment.
De VVD liet de afgelopen jaren zien hoe een partij afkomstig uit de verzuiling zichzelf uit een electoraal wak redt. Ze bouwde zich onder Dilan Yesilgöz om tot een dubbelzinnige verenging: het bestuurlijk hart van Nederland én het verzet daartegen. De partij die een slordige 30 procent van de burgemeesters levert én een thuis biedt aan een conservatieve pressiegroep als Klassiek Liberaal.
Ook de campagnemethode is cruciaal. Zonder schaamte zocht de VVD in 2025 vijandigheid met Frans Timmermans om krediet op de (uiterste) rechtervleugel terug te winnen. De VVD raapte zo een stevig percentage uiterst rechtse kiezers op en dat vormt een belangrijke verklaring voor het feit dat we nu met een – voorlopig onmachtig – minderheidskabinet zitten.
In debatten zijn de superioriteitsgevoelens op (uiterst) rechts niet meer te missen. Maar zoals de PvdA zichzelf jarenlang overschatte, zo dreigen veel rechtse politici zich nu te misrekenen in hun zelfvoldaanheid.
Want uiteindelijk is deze liberale democratie, met haar grote variëteit aan minderheden, niet gebaat bij onevenwichtig beleid dat de samenleving uit elkaar trekt. Vooral periodes van tegenslag lieten veelvuldig zien dat Nederland in zijn traditie van polderen een belangrijk bezit heeft dat veel landen ontberen. Er zijn genoeg VVD’ers die nog weten dat die partij in de laatste grote economische crisis, begin jaren tien, overeind bleef omdat de PvdA mede bereid was in Rutte II het vuile werk op te knappen.
Dus wie langer vooruitkijkt dan de volgende verkiezingen, weet dat de nationale bestuurstraditie politici met een samenbindend vermogen vereist. Geen politici die winnen met vijandigheid. En als PRO daaraan kan bijdragen, zou dat lang geen slecht resultaat zijn.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.