is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Max Verstappen heeft geen zin meer in racen in de Formule 1. Hij zegt het tot vervelens toe. Het is in zijn ogen geen racen meer. Sterker nog: het is anti-racen. Hij telt rondjes af. Nog vijftien, nog veertien. Pfff, wat een gedoe. Achtste in Suzuka in Japan. Gelukkig een maandje niks nu.
Duizenden mensen die geen zin hebben in hun werk, op kantoor of ergens anders, voor een gewone baas, houden hun onvrede het liefst onder de pet. Anders wijst hun baas ze de deur. Bij Max, en iedereen weet wie Max is, is dat anders. Hij is vier keer wereldkampioen geweest en een van de grootste sporters van Nederland. Hij is de baas, of in elk geval een baas.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Max stuurt een journalist weg tijdens een bijeenkomst voor weer zo’n vreselijke race, omdat die in een vorig seizoen een in zijn ogen vervelende vraag stelde en op een bepaalde manier grijnsde. Het was niet zo dat alle andere journalisten daarop ook opstapten en Max in zijn goddelijke sop lieten gaarkoken. Nee, de bijeenkomst ging pas door toen die ene weg was.
Maar dat racen, daar vindt hij dus geen zak meer aan. Zijn prestaties lijken ook nergens op, voor een voormalig wereldkampioen althans. Dat ligt ongetwijfeld aan de nieuwe regels en aan de auto, want onder normale omstandigheden is Max de beste. Dat weet iedereen.
Het gaat in een tijd van nieuwe regels, in een tijdperk van energietransitie, onder meer om batterijbeheer. Wie weet kunnen jongere coureurs beter omgaan met de evolutie van de auto, met batterijen die de ene keer bijna leeg zijn en dan juist weer opgeladen, maar dat zou kritiek zijn op Max. De internationale bond gaat trouwens wel praten over de kritiek van Max en anderen, want ze zien dat hij ook wel een punt heeft.
Persoonlijk vind ik het juist een mooi aspect aan de moderne auto. Ik heb veel op die dingen aan te merken, maar over mijn batterijbeheer ben ik juist content. Sta je als oude man naast een paar jongens met petjes in zo’n hopeloos ouderwetse auto op benzine. Ze zijn alvast links naast je gaan staan voor het stoplicht. Vroemvroem. Ze rekenen alleen buiten mijn batterijbeheer. Een voet op het pedaal en weg is de auto. De petjes zijn een stip in de achteruitkijkspiegel. Dat is best leuk voor een keer, omdat je het kind in jezelf het best kunt koesteren.
Bij Max is de jongen juist stervende, en hij vindt het huidige racen nog gevaarlijk ook, door al die tempoverschillen. Max dreigde al een paar keer te stoppen met de toevoeging dat er in het leven meer is dan Formule 1. Dat wisten wij allang, en het heeft iets geruststellends dat Max dat nu ook ontdekt. Hij kan in talloze klassen aan de slag, waar racen nog racen is.
Tip voor Max: als je echt geen zin meer hebt, stop dan. Roep het niet alleen. Als bijvangst kunnen wij dan zien of de sport qua populariteit terugvalt naar vroegere tijden, van voor de Jaren Max, toen de huidige successupporters nog gewoon in bed lagen tijdens de Grand Prix van Japan.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns