is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Grote kans dat u het heeft gemist – de voorpagina’s stonden er immers niet vol mee. Kunstmatige intelligentie heeft zomaar de grens van AGI bereikt, artificial general intelligence. Dat is het punt waarop AI de mens op alle cognitieve taken voorbij is, al zijn er ook andere definities.
De opvallende claim is afkomstig van Nvidia-topman Jensen Huang. In de podcast met Lex Fridman sprak hij afgelopen maandag de woorden uit: ‘Ik denk dat we AGI hebben bereikt.’ Het gaat bij de topmannen van de grote techbedrijven al jarenlang over AGI. Allemaal zijn ze het erover eens: dit punt komt eraan. Maar volgens Huang is het nu dus zover.
Mark Zuckerberg is ook al zo enthousiast. Hij laat een speciale AI-agent bouwen die hem moet helpen een betere CEO te zijn. Een soort kloon die in veel hoger tempo informatie tot zich kan nemen en beslissingen kan nemen. Alsof we aan één Zuckerberg niet genoeg hebben.
De term AGI is trouwens in zichzelf problematisch omdat niemand het eens lijkt te zijn over een definitie. Het is uiteindelijk vooral een mooie marketingterm van de AI-industrie.
Als Huang bedoelt dat AI op veel vlakken in korte tijd flink beter is geworden, dan heeft hij gelijk. Zogenoemde agents nemen tegenwoordig veel werk uit handen, wat vaak – maar niet altijd – goed gaat. Ook op het vlak van programmeren is de progressie groot.
Het grappige (ik geloof dat ik dat wel het juiste woord vind) is dat de AI-modellen niet op alle vlakken beter worden. De triomftocht van ChatGPT begon met taal, maar juist op dit punt begint de chatbot van OpenAI steeds slechter te presteren.
Dat is althans de conclusie die de Amerikaanse journalist Jasmine Sun trekt in The Atlantic, na het bestuderen van de AI-schrijfsels van een aantal versies van ChatGPT. De oerversie van zeven jaar terug kon op een prettige manier uit de bocht vliegen en met onverwachte en creatieve antwoorden komen.
Dat is niet meer het geval. De huidige versie van ChatGPT is zo platgetraind en gladgestreken dat er alleen nog maar holle frasen uitkomen: ‘Chatbots produceren betekenisloze metaforen, eindeloze ‘het is niet dit, maar dat’-constructies en een weeïge, kruiperige toon – en natuurlijk gebruiken ze mijn geliefde gedachtestreepje te veel.’
Zelf hou ik ook van dat streepje. Dat geldt niet voor die verschrikkelijke ‘het is niet dit, maar dat’-constructies die overal opduiken – ‘Solidariteit is geen abstract gebod, maar een relationeel fenomeen’. Journalist Maarten Reijnders las deze woorden in NRC en wist genoeg: dit ademt GPT. De schrijver ervan, Ehsan Jami, ontkent overigens dat hij AI heeft gebruikt.
Geen moreel veto, maar een structureel spanningsveld. Geen ideologische kritiek, maar weloverwogen leegheid. Geen naar zichzelf verwijzende betekenis, maar impliciete tolerantie.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant