Home

Iran blijft sporters wereldwijd in de gaten houden: ‘Er wordt altijd over je schouder meegekeken’

De vermoedelijk gedwongen terugkeer van de Iraanse voetbalsters na de Asian Cup in Australië maakt duidelijk hoe lang de arm van het regime nog altijd is. Sporters worden extra in de gaten gehouden, ook omdat ze geliefd zijn bij het volk.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.

Ze waren weer ‘thuis’. In een door het regime georkestreerde ceremonie zetten de speelsters van de Iraanse vrouwenploeg na terugkomst van de Asian Cup in Australië glimlachend handtekeningen op voetballetjes van kinderen en prezen ze hun vaderland. Om die vaderlandsliefde kracht bij te zetten waren een Israëlische en een Amerikaanse vlag voor ze klaargelegd. Bedoeld om overheen te lopen, als signaal aan de vijanden die het land nu al een maand bombarderen.

Deze speelsters, benadrukte voorzitter Mehdi Taj van de Iraanse voetbalbond tijdens de ceremonie, ‘zijn loyaal aan het thuisland, de vlag, de leider en de revolutie’. Op een billboard was de tekst te lezen: ‘Mijn keuze, mijn vaderland’.

Maar als deze terugkeer iets níét was, volgens mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke media, was het een vrije keuze. Eerder een gedwongen reis, om te ontkomen aan represailles van het Iraanse regime. En om familieleden te behoeden voor arrestaties, want die zouden de voetbalsters boven het hoofd hebben gehangen als ze in Australië waren gebleven. Van de zes speelsters die aanvankelijk asiel hadden aangevraagd, samen met een staflid, durfden er slechts twee te blijven.

Lange arm

De gang van zaken rond het vrouwenteam maakt duidelijk dat de lange arm van het Iraanse regime, ondanks de Amerikaanse en Israëlische bombardementen, nog altijd ver reikt. Ook op duizenden kilometers afstand, in een westers land, proberen de machthebbers hun landgenoten in het gareel te krijgen. In Australië lukte dat met de voetbalsters zelfs voor het oog van de wereld.

Een klassiek staaltje ‘transnationale repressie’, noemt Nos Hosseini het. De geboren Iraanse spreekt namens de Iranian Women’s Association, die Iraanse vrouwen op weg helpt in Australië. In een opiniestuk in de Britse krant The Guardian uitte ze onlangs haar zorgen over de voetbalsters die in Australië hadden willen blijven. ‘Onder dit regime is straf niet slechts een mogelijkheid, maar wordt het vaak als een belofte beschouwd’, schreef ze.

‘Wat er met de speelsters is gebeurd, laat zien hoe groot de invloed van het regime is’, zegt Hosseini telefonisch. ‘De modus operandi is om mensen het zwijgen op te leggen en ze tot onderwerping te dwingen, ook sporters in het buitenland. Door directe en indirecte bedreigingen, maar ook door familieleden te gijzelen en door sporters te verbieden in het buitenland te sporten. Of door hun paspoort af ​​te pakken als ze in het buitenland zijn.’

Worstelaar opgehangen

‘Ze willen je breken, ook als je duizenden kilometers ver weg bent’, zegt de naar de VS gevluchte Sardar Pashaei telefonisch. Rond de eeuwwisseling was hij een van de beste worstelaars van Iran: ‘Een superster, ik won alles’. Maar zijn Koerdische afkomst en familie – zijn vader streed voor de vrijheid van anderen en was politiek gevangene – kwam het regime ondanks al die medailles ineens niet meer zo goed uit.

Vanuit Washington probeert Pashaei aandacht te vragen voor het lot van Iraanse sporters. Zijn ‘hart bloedt’ door de dood van Saleh Mohammadi, de talentvolle 19-jarige worstelaar die onlangs samen met twee anderen werd opgehangen. Tijdens de massale protesten in januari zouden ze politieagenten hebben gedood, hoewel Iran daar nooit enig bewijs voor heeft geleverd.

Pashaei: ‘Te midden van de chaos waarin Iran verkeert, hebben ze kennelijk de tijd gevonden om deze jongen op te hangen.’

Nos Hosseini werd als zeven maanden oude baby door haar vluchtende ouders via Griekenland meegenomen naar Australië. Haar vader liep gevaar in Iran, als vakbondsleider op Kharg, het olie-eiland in de Perzische Golf. Maar ook in Australië kreeg het gezin te maken met de lange arm van het regime. Zo werd Hosseini als kind van 6 vanuit school ontvoerd.

‘Nadat ze me thuis hadden afgezet, werd tegen mijn ouders gezegd: kijk eens hoe makkelijk het voor ons was om jullie dochter van school op te halen.’

Hosseini is er inmiddels aan gewend dat haar familie en zij nooit zorgenvrij kunnen leven. Maar ze begrijpt hoe indrukwekkend het moet zijn, zeker voor relatief jonge voetbalsters, om ver van huis voor een keuze te worden gesteld. Eigenlijk kun je niet eens van een keuze spreken, zegt ze. ‘Je familie is je rode lijn, die lijn kun je gewoon niet overschrijden.’

‘Ze gebruiken je geliefden als een stuk gereedschap om je stuk te krijgen’, zegt Pashaei. ‘Mijn broertje was ook een worstelkampioen, ze hebben hem gemarteld om mijn zus en mij kapot te maken. Maandenlang wisten we niet of hij nog in leven was.’

Extra aandacht voor sporters

Het Iraanse regime heeft, om meerdere redenen, extra aandacht voor sporters. Ze vertegenwoordigen de nationale vlag en eer op kampioenschappen waarbij de rest van de wereld meekijkt. Maar ze gelden ook als baken van hoop voor een volk dat zich grotendeels tegen de machthebbers heeft gekeerd. Hun woorden hebben zeggingskracht, en ze beschikken over een veel groter podium dan de gewone Iraniër.

Hosseini: ‘Als je je volk ziet lijden, voel je de plicht en verantwoordelijkheid om op te staan en een statement te maken.’

Pashaei werd, toen hij nog worstelde, naar eigen zeggen permanent in de gaten gehouden door de Revolutionaire Garde. ‘Je probeert te focussen op je sport, maar je voelt de druk omdat er altijd over je schouder wordt meegekeken.

‘Tijdens toernooien en trainingskampen liepen ze langs onze kamerdeuren, zodat we niet zouden uitgaan en drinken. Ook toen ik de nationale ploeg ging coachen, werd ik elke paar maanden ondervraagd op een kantoortje. We houden je in de gaten, kreeg ik dan te horen.’

Protest tijdens volkslied

De gedragingen van sporters liggen extra onder een vergrootglas; veel bewegingsruimte om een standpunt in te nemen hebben ze daarom niet. Dat de Iraanse speelsters op de Asian Cup tegen Zuid-Korea het volkslied weigerden mee te zingen, mag volgens Hosseini dan ook worden opgevat als een zeer krachtig protest. Een wedstrijd later zongen de vrouwen, vermoedelijk na interventie vanuit Iran, alsnog mee.

‘Door de gesprekken die we al meer dan tien jaar voeren met Iraanse sporters, weten we hoe groot de druk is die op ze wordt gezet’, zegt Minky Worden van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. ‘De risico’s die ze lopen zijn niet hypothetisch. Zelfs als ze ergens asiel aanvragen, weten we dat hun familieleden kunnen worden opgepakt of gemarteld.’

Het vermoeden bestaat dat de voetbalsters zijn gezwicht na de berichten van onder druk gezette familieleden. Hoewel de Australische regering een zwaarbeveiligde corridor rond hun hotel had gelegd, waren afgezanten van het regime er toch in geslaagd contact met de speelsters te leggen. Australische en Iraanse media wijzen naar een staflid dat als doorgeefluik zou hebben gefungeerd.

Uiteindelijk bleven slechts twee speelsters achter in Australië, waar ze in de selectie van profclub Brisbane Roar zijn opgenomen.

Verlengstuk van de overheid

Dat Iran een voet tussen de deur had bij de spelersgroep, is allerminst vreemd. Sportbonden en het olympisch comité fungeren in het land als verlengstuk van de overheid. ‘Zij functioneren als politieke instrumenten, niet als sportorganen’, schrijven meer dan tweehonderd Iraanse sporters en journalisten, onder wie Sardar Pashaei, in een open brief aan voorzitter Kirsty Coventry van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Volgens de groep gebruikt de Islamitische Republiek ‘sport als een instrument om haar doctrine te exporteren, terwijl zij tegelijkertijd een opgeschoond beeld presenteert aan de internationale gemeenschap.’

Sportbonden in Iran worden daarom vaak geleid door oud-leden van de Revolutionaire Garde. Zo staat aan het hoofd van het Iraans olympisch comité een hoge functionaris van dat ideologische leger, aldus de briefschrijvers. Voetbalbondsvoorzitter Mehdi Taj diende als brigadegeneraal bij de Garde.

In de twee brieven, waarop Coventry volgens Pashaei nooit inhoudelijk heeft gereageerd, roepen de sporters het IOC onder meer op tot actie tegen leidinggevende Iraanse sportfiguren. Pashaei: ‘Het IOC zegt niet over de wetten van andere landen te gaan, maar dat vragen we helemaal niet. We willen dat ze hun eigen Olympisch Handvest handhaven, want in Iran worden sporters op straat vermoord.’

In januari kwamen volgens activisten en mensenrechtenorganisaties zeker 65 Iraanse sporters om bij het gewelddadige neerslaan van de protesten. Nog eens tientallen anderen, ook coaches en scheidsrechters, zitten vast. Rashid Mazaheri, voormalig doelman van de nationale ploeg, werd onlangs opgepakt na een kritisch Instagrambericht over ayatollah Khamenei. Er werd niets meer van hem vernomen.

‘Verplichtingen niet nagekomen’

Was de terugkeer van de voetbalsters te voorkomen geweest? De internationale spelersvakbond Fifpro vindt dat de Fifa en de Aziatische voetbalbond AFC de speelsters beter hadden moeten beschermen. ‘Veel hiervan was te voorzien geweest’, zei bestuurslid Beau Busch van Fifpro-tak Azië-Oceanië onlangs. ‘We weten wat we bij het WK 2022 hebben gezien, toen er veel discussie was rond de (Iraanse) mannenploeg die het volkslied niet meezong (uit solidariteit met de protesten, red.).’

Minky Worden van Human Rights Watch gaat nog een stap verder. Ze vindt dat de Fifa haar verplichtingen ten aanzien van de mensenrechten van de speelsters niet is nagekomen. ‘Nu is het aan de Fifa om ervoor te zorgen dat zij en hun familie niet in de gevangenis belanden, of op een andere manier moeten lijden.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next