Wie met de tuin aan de gang gaat, komt nog altijd snel terecht bij potgrond met turf. Dit gedroogde veen is behoorlijk schadelijk voor het klimaat. Dus hoe kan het anders?
schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap.
Bij tuiniers en balkoniers beginnen de handen te jeuken rond deze tijd van het jaar, ze willen zaaien en planten. En dat gebeurt vooral in potgrond. Het is ook de tijd van het jaar dat het Karin Bodewits van de Stichting Turfvrij soms zwaar te moede is. Want een groot deel van die potgrond heeft nog altijd turf als basiscomponent.
Turf is gedroogd veen. En terwijl we in Nederland de laatste hoogveengebieden beschermen, zijn we tegelijkertijd de grootste turfimporteur van Europa. Vanwege onze tuinbouw en sierteelt, maar zo’n 20 procent van de turf gaat direct naar zakken potgrond voor particulieren, bijna een half miljoen kuub, toch al snel een paar voetbalstadions vol. Die turf komt vooral uit veengebieden uit de Baltische Staten en Scandinavische landen.
Bij het droogleggen en afgraven van die veenmoerassen verdwijnt niet alleen het leven dat er zich in duizenden jaren tijd heeft ontwikkeld. Er komt ook, vooral als het veen eenmaal in gebruik is als potgrond, een grote hoeveelheid CO2 vrij. Wat flink bijdraagt aan klimaatverandering. Bodewits: ‘Als je planten in turf groeien, richt je uiteindelijk meer schade aan dan je met je tuin kunt compenseren.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Het is niet dat het probleem niet wordt onderkend. In 2022 ondertekenden alle relevante partijen een convenant dat belooft het aandeel turf stapsgewijs terug te dringen. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. ‘Veel alternatieven voor veen zijn niet op grote schaal verkrijgbaar of zomaar te produceren’, zegt Chris Blok, expert plantenvoeding en wortelmedia aan de Wageningen Universiteit.
Blok leidde tot voor kort de zoektocht naar die alternatieven. Hij stelde onder meer een shortlist samen van ‘groeimedia’ die wel in enigszins grote volumes beschikbaar zijn, zoals de nu al veelgebruikte kokosvezel en schors, rijstkaf, compost, geteeld veenmos, park- en snoeiafval.
‘Iets wat briljant is vervangen is niet makkelijk’, zegt Jasper Helmantel van de Cruydt-Hoeck, kwekerij van inheemse planten en zaden. ‘Turf is perfect om plantjes in op te kweken, veel plantjes in ongeveer hetzelfde tempo. Het is licht, houdt goed water en voeding vast. En potgrond is altijd een mengsel, met ook andere materialen zoals houtsnippers, vezels, mest en mineralen. Om een goed mengsel te krijgen zonder turf, dat is een kwestie van experimenteren.’ Toch verwacht Helmantel dat de Cruydt-Hoeck nog dit jaar helemaal turfvrij is.
Dat het op nog grotere schaal kan, bewees Arno Rijnbeek, directeur van plantenkweker Rijnbeek en zoon in Boskoop. Het bedrijf heeft een assortiment van zo’n vijfduizend plantensoorten en exporteert naar een groot aantal landen, waaronder Engeland. ‘In Engeland lopen ze wat voor op ons. De grotere retailers eisen ook dat planten turfvrij gekweekt zijn.’
Rijnbeek raakte in 2011 overtuigd van de noodzaak van verandering en ging met zijn potgrondleverancier op zoek naar een alternatief. ‘Testen en nog eens testen en als het mislukte uithuilen en opnieuw beginnen.’ Na tien jaar proberen was er een mengsel dat werkte, zelfs voor de moeilijkste planten. Een mengsel van compost, maaisels van wegbermen, rijstkaf, bark (schors van bomen). ‘Het zijn eigenlijk allemaal reststoffen, of afvalstoffen.’
Ook voor de particulier wordt de keus langzaam maar zeker groter. Bij zowat alle tuincentra en bouwmarkten is nu turfvrije potgrond verkrijgbaar. Meestal op basis van kokosvezels, een restproduct van kokos. Daar zitten dan weer andere nadelen aan. De klimaatimpact is weliswaar kleiner, maar de vezels worden gewassen in veel water, er worden chemicaliën voor gebruikt, de vezels moeten worden getransporteerd vanuit India en Sri Lanka en er zijn zorgen over de milieu-impact en de arbeidsomstandigheden ter plekke. Vanaf volgend jaar is er wel een keurmerk, RPC, dat verantwoorde productie zou moeten garanderen.
Een beter alternatief is biologische potgrond (zonder kunstmest) op basis van compost. Probleem is dat die niet in grote hoeveelheden verkrijgbaar is. Op de website van de Stichting Turfvrij staat wel een lijst van producten én van turfvrije kwekers. Het is ook zaak om goed op verpakkingen te kijken: er moet expliciet op staan dat de potgrond turfvrij of veenvrij is. Zelf potgrond maken kan ook. Op internet is een aantal recepten te vinden.
Toch is er nog een beter alternatief: geen potgrond gebruiken. ‘Voor vaste planten in een tuin is helemaal geen potgrond nodig’, zegt Martin Stevens van kwekerij Flora voor Fauna in Kortenhoef. ‘Sterker, het kan zelfs tegen je werken als je tuingrond gaat verrijken. Die planten gaan dan wortelen aan de oppervlakte en worden extreem gevoelig voor uitdrogen. Terwijl wilde planten, maar ook tuinplanten, van nature de diepte ingaan, soms meters diep. Je hoeft ze geen water of mest te geven.’
Nog sterker: ook voor potten en bakken is potgrond niet per se noodzakelijk, aldus Stevens: ‘Wij doen daar biologische tuinaarde in, met wat zand en wat lavastenen, voor de micro-ingrediënten.’
Dat is ook het punt dat Karin Bodewits van Stichting Turfvrij, zelf een fervent tuinier, wil maken. ‘Potgrond voor een particulier hoeft helemaal niet.’
Zover wil Ben Scheer, namens de Tuinbranche woordvoerder duurzaamheid, niet gaan. ‘Voor potten kun je beter wel potgrond gebruiken.’ Scheer wijst wel op de inspanningen van de tuincentra om het grote publiek beter te informeren over potgrond. Er is ook een website: aardige-aarde.nl. ‘En in de winkels liggen nu alternatieven voor potgrond met turf.’
Nog een tip: wees zuinig op je grond. Gooi grond die eenmaal in potten en bakken zit niet weg, maar vul af en toe aan met wat compost of met biologische tuinaarde op basis van compost.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant