Ontwerper Marcel Wanders (62) zit lekker in zijn vel. Bij de verjaardag van zijn doorbraakontwerp, de Knotted Chair, geeft hij wat favorieten prijs, en een levenswijsheid: ‘Geluk definieert zich voor mij door de mate waarmee je kunt leven met onzekerheid.’
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, design en grafische vormgeving.
Ontwerper Marcel Wanders is relaxed en gestrest tegelijk. Relaxed omdat hij goed in zijn vel zit na een aantal jaren fysieke en zakelijke tegenslag. Gestrest omdat zijn nieuwe koptelefoon niet doet wat hij wil. ‘Ik ben hier te oud voor.’
Over een paar dagen wacht een trip naar Brazilië, dan door naar een grote show in China. En sowieso: ‘Ik leef op drie plekken.’ In Amsterdam, Milaan en op Mallorca, wat zeker lastig is met de medische nasleep van een ernstig auto-ongeluk in 2021. ‘Ik had meerdere keren dood kunnen zijn.’ Vorige week zat hij in de wachtkamer van het ziekenhuis in een Zoom-call met negen mensen in Shanghai. ‘Dat moet echt anders.’
Ondanks dat is het feest bij Moooi, het internationale designlabel van Wanders dat 25 jaar bestaat. Er is een speciale stoel, de Introvert Chair, ontworpen door Robbie Williams. En Moooi presenteert zich eind april op de Salone del Mobile in Milaan, de invloedrijke designbeurs, met de slagzin: ‘25 Years & Promising’.
Die Salone is ook de plek waar Wanders midden jaren negentig doorbrak met de Knotted Chair. Een stoel van geknoopt touw, opgestijfd met epoxyhars, die op de beurs aan een visdraadje in de lucht bungelde om de lichtheid van het ontwerp te accentueren. Althans: ‘Eigenlijk hing de stoel omdat ik bang was dat iemand erop ging zitten en dat-ie dan in elkaar zou zakken.’ Pas na de beurs probeerde hij het uit. ‘Hij hield het gewoon.’
Jongensboekverhalen. Marcel Wanders heeft er meerdere. Sommige bevatten pijnlijke hoofdstukken, zoals zijn Marcel Wanders-studio die in 2022 dichtging omdat hij er organisatorisch niet uit kwam en ‘dit het juiste moment was om andere dingen te gaan doen’.
Maar de meeste verhalen zijn vrolijk. Zijn eerste ontwerperscollectief richtte hij met drie anderen op, ze noemden zichzelf ‘crownprinces of Dutch Design’. Nu glimlacht Wanders om deze bravoure. 25 jaar was hij toen hij van de academie kwam, 25 jaar is Moooi nu. ‘Een interessante leeftijd, het is niet meer jeugdig, maar ook niet helemaal volwassen, het is de leeftijd van de belofte, van alles-kan-nog-gebeuren.’
Op het conto van Wanders staan prestigieuze projecten als de viplounge van Schiphol, vijfsterrenhotels over de hele wereld en een flagshipstore voor Louis Vuitton in Miami. De ontwerpen ademen vooral luxe en comfort. ‘Van alles dat ik heb gedaan is Moooi mijn grootste project, waar ik het meest trots op ben en waar ik de meeste ontwerpers bij kon betrekken. Maarten Baas, Bertjan Pot, Nika Zupanc en veel meer hebben hun eerste ontwerp voor ons gemaakt.’
De vroege jaren negentig zijn vormend geweest voor Wanders. Het was de tijd van Droog Design, dat hem in Milaan introduceerde. Hij ontdekte de ontwerpers die zijn superhelden werden, Ingo Maurer, Philippe Starck, maar ook waar zijn drijfveer lag. ‘Overdag werkte ik hard als rationeel en technisch denkend ontwerper.’ Maar privé, thuis, was het een achtbaan vol emoties toen zijn vriendin de diagnose borstkanker kreeg. Ze genas, het kwam terug en er ontspon zich een zoektocht naar alternatieve geneeswijzen, naar niet-rationele reddingsboeien. ‘Ik raakte verscheurd tussen twee werelden die niets met elkaar te maken hadden.’ In het boek Wanders Wonders – Design for a New Age deelde hij tien niet-rationele inzichten over design. ‘Het eerste ontwerp dat ik maakte nadat ik die tekst had geschreven, was de Knotted Chair.’
Dat visitekaartje, ‘designer of a new age’, draagt hij nog steeds bij zich. ‘Ik ontwerp voor mensen, niet voor het museum, niet voor techneuten.’ De essentie van design gaat ver voorbij het functionele, vindt hij. ‘Natuurlijk, het moet werken, het moet comfortabel zijn. Maar de vuilnisbelten liggen vol met spullen die het nog doen. Ik probeer iets te maken dat mensen raakt, dat zo lang mogelijk waarde voor ze genereert met zo min mogelijk middelen. De designkeuzes die kopers maken zijn vaak irrationeel. Dat is goed, want het niet-rationele is precies dat wat mensen bijzonder maakt.’
Moooi staat niet voor een stijl: ‘Stijl is voor de onzekeren. Ik ben stijlloos. Ik maak romantische dingen, zakelijke dingen, dure en goedkope dingen. Het is een ratjetoe. Ontwerpen is het oplossen van een probleem, dan heb je niets aan stijl.’ Moooi heeft wereldwijd klanten en fans, maar ook critici die vinden dat Wanders te commercieel, te barok en behaagziek is. ‘Ik weet dat op de Salone straks ook ontwerpers langskomen die zeggen: ‘hoe lelijk is dit’. Ik baal weleens van die kritiek. Aan de andere kant, als iedereen leuk vindt wat ik maak, word ik zéker ongelukkig.’
Hij is 63 en de frontale botsing op Mallorca heeft hij achter zich gelaten. ‘Het was heel heftig, maar ik leef ook al langer met een hart dat niet altijd doet wat het moet doen. Je wordt lichter als je ouder wordt, je hebt geleefd, de dood van nabij gezien. Ik hoef niet meer through the roof, zoals toen ik 40 was. Ik werk meer dan ooit, maar ambieer niet te sterven met een potlood in mijn hand. Geluk definieert zich voor mij door de mate waarmee je kunt leven met onzekerheid. Ik bof omdat ik daar goed mee kan dealen. Als dat moeilijk voor je is, leef je vandaag helaas in een hele lastige tijd.’
‘Een zeer spraakmakende tentoonstelling in Rotterdam begin jaren negentig, die me altijd is bijgebleven.’ De Britse experimentele filmmaker en kunstenaar Peter Greenaway kon vrij kiezen uit de enorme collectie van Museum Boijmans van Beuningen. ‘Het was alles door elkaar, oude en moderne kunst, reclame, echte naakte mensen naast stenen torso’s, zo levend, zo hard kwam het binnen. Iets kan me ook raken als ik het niet helemaal begrijp. Het was geen standaardschoonheid, maar eindeloze schoonheid. Het brandde je netvlies schoon. Het was onsamenhangend als de wereld zelf. We denken graag dat ons leven een aaneenschakeling van rationele beslissingen is, maar heel veel keuzes zijn irrationeel, iets dat ik in mijn werk ook gebruik.’
‘Ik heb twee soorten helden. Elke ontwerper die een goed ontwerp maakt is een held. Je moet iets maken dat niet eerder is gedaan en dat mensen blij maakt. Dat is echt moeilijk. De tweede categorie zijn superhelden. Daar zijn er heel weinig van. Ingo Maurer en Philippe Starck zijn mensen die het design hebben veranderd. Die altijd verrassen. Geniaal zijn.’ Ergens in de jaren negentig gaf Wanders studenten de opdracht: ontwerp een toiletborstel. ‘Een lekker banaal ding, daar kun je als student je tanden op stukbijten, dacht ik.’ Tijdens het onderzoek stuitte hij op de Excalibur van Philippe Starck. ‘Die kende ik niet. Ik was geshockeerd, zo geniaal, zo simpel, intelligent, fabulous. De borstel is gemaakt als een floret of een lans, met een greep die je hand afschermt. En de prachtige manier waarop hij in de houder wordt gestoken, hoe dat het topje van het handvat boven de koker uitpiept. Geweldig.’
‘Ik kom uit Boxtel, mijn moeder woonde daar nog toen ik midden jaren negentig op een zaterdag bij haar was en de telefoon ging. De vaste lijn. Zij nam op en gaf de telefoon aan mij: ‘Een Italiaanse meneer. Hij klinkt een beetje in de war. Wees aardig tegen hem.’ Het was Giulio Cappellini van de meubelfabriek Cappellini. ‘Een legende in mijn wereld. Mensen als hij zijn inspiratie geweest voor Moooi. Zijn studio gaf jonge ontwerpers een kans.’ Cappellini belde omdat hij de Knotted Chair in productie wilde nemen – wat zou gebeuren. ‘Hoe hij aan mijn moeders nummer kwam, geen idee. Puur toeval dat ik daar was, op een zaterdag!’
Een ontwerper uit Cappellini’s stal die Wanders bewondert, is Jasper Morrison. ‘Zijn Thinking Man’s Chair uit einde jaren tachtig vind ik heel goed. Het is een romantisch ding, simpel, van metaal gelakt in terracottakleur en het ziet er comfortabel uit. Hij heeft met wit de technisch relevante ontwerpnotities, zoals de buigingen van het metaal, op de stoel geschreven: inside radious 240 mm. Heel mooi.’
‘Ik heb de wat irritante eigenschap om films te mijden waarvan iedereen zegt: die moet je zien. Dat tegendraadse zit vast ook in mijn ontwerpen, je moet niet willen ontwerpen wat je mooi vindt van iemand anders, want dat bestaat al. Films van Alex van Warmerdam, daar geniet ik van. Sommige van zijn trage shots groeien uit tot iconisch beeld. Heel vervreemdend, die beelden blijven hangen. Hij is een hele goede filmer die de leegheid, vreemdheid en grauwheid van Nederland goed kan vangen. Dat eenzame landschap, met die droomloze nieuwbouwwijken, verschrikkelijk land eigenlijk. Heerlijk.’
In 1996 maakte het collectief Droog Design een spraakmakende presentatie van Nederlandse ontwerpers op de Salone del Mobile: Dry Tech. Omdat de Knotted Chair in april 30 jaar wordt, mag onze Gids bij uitzondering iets van zichzelf op de lijst zetten: ‘Dry Tech verwees naar ontwerpambacht gecombineerd met wetenschappelijke innovatie.’ Licht, dat was Wanders’ uitgangspunt. ‘Zo licht dat het geen stoel kon zijn.’ Het is een combinatie van klassieke knoopkunst, macramé, en carbontechniek: feitelijk een sandwich van koolstofvezels en kunsthars. Door de stoel eerst in touw te knopen, door zwaartekracht te laten uitzakken en pas daarna te fixeren met epoxy, kreeg de stoel een organische, comfortabele zitvorm. De Knotted Chair bevindt zich in de collecties van het MOMA in New York en het Stedelijk Museum in Amsterdam.
‘In de jaren negentig ontdekte ik neurolinguïstisch programmeren. Dat gaat over hoe je denkt, hoe je je voelt en hoe je je gedrag kunt sturen; een soort gereedschapskist voor je binnenwereld.’ Een van de grote voormannen van deze beweging is de Amerikaanse motivatiegoeroe Tony Robbins, die een hele reeks zelfhulpboeken op zijn naam heeft. ‘Ik begon met een simpele cursus, maar eindigde bij zes seminars van Robbins.’ Wanders zegt dat hij zichzelf en zijn creativiteit er beter door is gaan begrijpen. ‘Ik was zo enthousiast dat ik mensen uit mijn studio er ook heen heb gestuurd. En mijn dochter ook. Prachtig om te zien hoe zo’n training bij iedereen iets opent.’
‘Sinds de jaren negentig ben ik elk jaar op de Salone del Mobile. Voor mij voelt het als oudejaarsavond: maandenlang werkt iedereen zich uit de naad en dan vuurwerk, champagne, nieuwe collecties.’ Het laadt hem op. Voor Moooi is de Salone ook echt de start van een nieuw jaar, een nieuwe spanningsboog. ‘Alsof de klok opnieuw wordt gelijkgezet.’ Hij speurt de beurs af naar nieuw talent, maar belangrijk voor hem is ook dat de Salone een vorm van thuiskomen is. ‘De hele designfamilie is daar.’
2 juli 1963 Geboren in Boxtel.
1988 Afgestudeerd als productontwerper aan Hogeschool voor de Kunsten Arnhem.
1989 Set Up Shade, gestapelde lampenkappen, eerste ontwerp Droog Design.
1992 Oprichting collectief WAAC’s met Dienand Christe, Joost Alferink en Joost van Alfen.
1995 Oprichting eigen studio.
1996 Breekt door met de Knotted Chair op de Salone del Mobile Milaan.
2001 Wanders Wonders wordt Moooi, samen met Casper Vissers.
2014 Pinned Up, solotentoonstelling in Stedelijk Museum Amsterdam.
2022 Opheffing Marcel Wanders-studio.
2026 Moooi 25 jaar, Introvert Chair door Robbie Williams.
Marcel Wanders woont in Milaan met zijn vriendin en heeft een dochter uit een eerdere relatie.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant