Al decennia beschrijft de Amerikaanse journalist George Packer de Verenigde Staten als een gepolariseerd land. In zijn nieuwe, dystopische roman verkent hij de toekomst van een naamloos keizerrijk dat veel doet denken aan het Amerika van nu. Aan welke kant staat de schrijver eigenlijk zelf?
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
George Packer, schrijver van moderne non-fictieklassiekers als De weg naar de hel – Amerika in Irak (2006), De ontluistering van Amerika (2014) en Our Man – Richard Holbrooke (2019) en nu ook de roman The Emergency, is verrast dat de Volkskrant hem nog wil interviewen.
‘Ik ben blij dat iemand ons nog een kans geeft’, zegt hij na het bestellen van een cortado in een koffiezaak in Brooklyn, het stadsdeel in New York waar hij woont.
‘Als ik een Europeaan was geweest, had ik over de oceaan gekeken en gedacht: wat zijn jullie daar in hemelsnaam aan het doen? En waarom zouden wij geobsedeerd blijven door jullie fucked-up country?’
Packer (65), wiens journalistieke stukken verschenen en verschijnen in de meest prestigieuze tijdschriften van het land – tot 2018 in het progressieve The New Yorker en sindsdien in het gematigder The Atlantic – had altijd een hekel aan Amerikanen die hun eigen land afkraakten. ‘Maar nu voel ik constant de behoefte om me te verontschuldigen.’
Hij beseft dat dat onterecht is. ‘Want in politiek opzicht zijn de Verenigde Staten alleen maar meer op Europese landen gaan lijken’, zegt hij. ‘Bloed- en-bodemnationalisme is een Europese uitvinding, geen Amerikaanse. En voor ons was de vraag altijd of Trump Berlusconi was, een beetje een clown, of Mussolini, een echte fascist. Ik denk dat we kunnen zeggen dat hij de afgelopen tien jaar is opgeschoven van Berlusconi naar Mussolini.’
Eerder dan andere journalisten had Packer in de gaten welke kant het met zijn land opging. ‘Toen iedereen in 2009 nog stond te juichen over Obama, ging ik naar North Carolina om Dean Price te interviewen, een lokale ondernemer die was verpulverd door de financiële crisis. Of ik ging naar Ohio voor een gesprek met de fabrieksarbeider Tammy Thomas. Mij werd gevraagd waarom ik niet probeerde om meer toegang tot Obama te krijgen, maar mijn instinct zei dat het verhaal niet te vinden was in New York of Washington, maar op het platteland en in de oude industriesteden.’
Daar ontwaarde hij een patroon. ‘En dat patroon was er een van vervreemding, cynisme, het gevoel dat er vals wordt gespeeld, dat de mensen aan de macht daar vooral zitten voor zichzelf en niet voor de kleine man. Het Jeffrey Epstein-schandaal legt bloot wat de mensen die ik toen sprak al voorvoelden. Niet dat er sprake is van een pedofielencomplot, maar wél van een elitecomplot, van een incestueuze verwevenheid. Niet per se met het doel om mensen als Dean Price schade toe te brengen, maar ook zeker niet met het doel hen te helpen.’
Packer beschreef het op literaire wijze in het fenomenale De ontluistering van Amerika, dat in 2014 in Nederlandse vertaling verscheen en de National Book Award voor non-fictie won. Grotendeels dankzij de stemmers in de door hem geportretteerde gebieden werd Donald Trump twee jaar later verkozen tot president. Packer: ‘Opeens was ik de profeet.’
In De ontluistering van Amerika tekende Packer op hoe de Verenigde Staten uiteenvielen. Met The Emergency heeft Packer nu een boek geschreven dat kan worden gelezen als een vervolg. ‘Daarin wilde ik onderzoeken wat er gebeurt als het land definitief uiteen is gevallen.’
Maar hij wilde dat op een andere manier doen dan de lezer van hem gewend is. ‘Al decennia schrijf ik in mijn journalistieke non-fictieboeken eigenlijk hetzelfde. Ja, we zijn in verval. We zijn gepolariseerd. We hebben rode en blauwe staten. We hebben corrupt leiderschap. We hebben een steeds minder geïnformeerde en minder intelligente bevolking. Met dat verhaal was ik klaar. Maar ik was niet klaar met schrijven.’
Hij richtte zijn blik op een aantal van zijn favoriete auteurs: George Orwell, Albert Camus, J.M. Coetzee, V.S. Naipaul. ‘Allemaal auteurs die politieke romans in de vorm van een fabel of allegorie hebben geschreven. Dat vond ik een opwindend idee: dat je een hele wereld moet verzinnen.’
Het idee kreeg vorm tijdens de coronapandemie. ‘Als we heen en weer reden tussen stad en platteland, waar we met ons gezin ook een huis hebben, voelde het alsof we van de ene wereld naar de andere gingen. De mensen op het platteland waren niet blij met ons stedelingen. ‘Jullie nemen toch niet het virus mee?’, zeiden ze.’
Packer begon zich voor te stellen dat hij met zijn gezin op de snelweg zou stuiten op controleposten. ‘Dat deed me denken aan ervaringen die ik als journalist heb gehad tijdens burgeroorlogen in Irak en Ivoorkust, waar locals hun eigen dorp bestuurden.’
Dat leidde tot doodenge situaties, zegt hij. ‘Want als ik dan zei dat ze in het vorige dorp hadden gezegd dat we mochten doorrijden, kreeg ik te horen: ‘Wie zijn ‘ze’? Wij luisteren niet naar hen. Jullie zijn hier en hier hebben wij de macht.’’
Packer beeldde zich in dat een stadsmens als hij met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd en zich plots realiseert dat de oude wereld, met vertrouwde gezagsverhoudingen en privileges, niet meer bestaat. ‘Door dat scenario sidderde ik van opwinding. Ik wist dat ik daar wat mee moest.’
De roman The Emergency speelt zich af vlak na de val van een naamloos keizerrijk, waarin de samenleving is verdeeld in drie groepen: Burghers (stadsburgers), Yeomen (boeren) en Strangers (vreemdelingen).
De Burghers vormen de welgestelde elite. Zij wonen in de gewilde wijken, helpen hun kinderen aan de beste baantjes en laten het zware en vuile werk over aan de Yeomen.
De Yeomen zien de Burghers als parasieten die zelf niet eens voedsel verbouwen of oorlogen uitvechten, maar met dank aan boeken vol leugens intussen wel op slinkse wijze aan de macht zijn gekomen. Jonge Yeomen verenigen zich in Dirt Thought, een anti-intellectuele ideologie die is gebaseerd op de leus Words lie, dirt is true (‘Woorden liegen, vuiligheid is waar’).
De lezer hoeft geen politicoloog te zijn om te begrijpen dat de Burghers symbool staan voor de Democraten en de Yeomen voor de Republikeinen.
Tot slot zijn er nog de Strangers, vluchtelingen en nomaden die door een aanhoudende droogte vanuit hun eigen land naar het rijk zijn getrokken.
In The Emergency staan twee Burghers centraal. De eerste is Hugo Rustin, de hoofdchirurg van een prestigieus ziekenhuis, die tot de onrust uitbrak graag graanwhisky dronk in de exclusieve Physicians Social Club.
De tweede is zijn 14-jarige dochter Selva. Zij heeft zich aangesloten bij Together, een jeugdbeweging die na de val van het rijk de macht heeft gegrepen in de hoofdstad en absolute gelijkheid bepleit: leden identificeren zich met de Strangers (die zij ‘Friends’ noemen), onder meer door zich, net als zij, vormeloos en kleurloos te kleden.
Ongewenst gedrag wordt door Together publiekelijk gecorrigeerd. Zo moet Rustin op het matje komen omdat hij een assistent ‘kind’ heeft genoemd.
Rustin en Selva zijn in de roman genoodzaakt door het vijandige, door de Yeomen geregeerde plattelandsgebied te reizen om zo een gewonde Stranger te redden. ‘De relatie van Rustin en Selva vormt het hart van de roman’, zegt Packer.
‘Rustin verzet zich niet alleen tegen de Yeomen maar ook tegen Together, omdat die ideologie dwingend is en bezit neemt van zijn dochter. Tegelijkertijd wil hij zijn dochter natuurlijk niet kwijt. Wat moet hij doen om de band met haar te behouden, of te herstellen, zonder zijn eigen waarden te verraden? Hij wil een onafhankelijke denker blijven, hij wil Winston Smith zijn.’
In 1984, de dystopische roman van George Orwell, is Winston Smith het hoofdpersonage dat in opstand komt tegen het totalitaire systeem van de Partij en haar leider, Grote Broer. Orwell is voor Packer een belangrijke inspiratiebron. ‘Hij heeft mijn leven veranderd.’
Hoe?
‘Als twintiger deed ik in Togo vrijwilligerswerk namens het Peace Corps. Ik belandde daar in een persoonlijke crisis.’
Wat voor crisis?
‘Mijn vader pleegde zelfmoord toen ik 12 was. Ik had mijn gevoelens daarover weggedrukt en was gewoon doorgegaan met mijn, tot dan toe, succesvolle leven: ik was een goede sporter, een succesvolle en populaire student. Maar toen kwam ik in dat dorp in Togo terecht, zonder elektriciteit en stromend water, zonder iemand om mee te praten, ik had alleen een stapel boeken en de hoop me uit mijn verdriet te lezen. Ik las Søren Kierkegaard, Thomas Mann, Carl Jung, Joseph Conrad – de zwaargewichten. Maar niets hielp. Literatuur kan je niet redden van jezelf.
‘Ik belandde in een diepe depressie die ik niet begreep en waar ik totaal niet op voorbereid was. Op de terugweg uit Togo kwam ik in Barcelona in een Engelstalige boekwinkel terecht. Ik had een boek nodig voor in het vliegtuig en kocht Saluut aan Catalonië, Orwells verslag van zijn ervaringen in de Spaanse Burgeroorlog. Dat boek veranderde mijn leven, doordat het me een manier gaf om na te denken, om de wereld helder te zien.
‘Al tijdens eerste pagina’s van het boek voelde ik mijn rug rechten. Hij schrijft iets als, en nu parafraseer ik: ‘Toen ik aankwam bij de Republikeinen was er veel dat ik niet begreep en veel waar ik het niet mee eens was, maar ik zag meteen dat hun zaak het waard was ervoor vechten.’
‘Daarvan leerde ik hoe je met iets moeilijks kunt omgaan, namelijk door het onder ogen te zien en het in zo helder, eenvoudig en ongekunsteld mogelijke taal te formuleren. Orwell gebruikt geen jargon om zaken te versluieren, geen woorden als ‘gecompliceerd’ of ‘genuanceerd’, hij verfraait niets.’
In uw boek Blood of the Liberals schrijft u dat uw vader, een topbestuurder op Stanford University, zelfmoord pleegt nadat hij vanuit beide politieke flanken werd aangevallen. Rechts noemde hem een communist, links een fascist. Denkt u dat u daardoor extra ontvankelijk was voor boeken die zich verzetten tegen groepsdenken, zoals die van Orwell?
‘Dat denk ik wel. Ik groeide op in een liberaal gezin. Dat betekent dat we geloofden in rede, onderwijs, democratie, geschiedenis, literatuur. Maar we waren zeker niet links. In de jaren zestig waren het juist de linkse studenten met wie mijn vader in conflict was. Maar hij schoof niet op naar rechts. Hij had een hekel aan Richard Nixon.
‘Ik denk dat ik me altijd op een bepaalde manier loyaal aan hem heb gevoeld. Ik wil niet zomaar met de stroom meegaan, niet automatisch denken wat iedereen denkt, zeker niet als ik het gevoel heb dat dat dom, verkeerd of extreem is. Ik wantrouw mensen die te zeker van zichzelf zijn, klinken als demagogen en alleen maar clichés uitkramen. Precies dat gevoel herkende ik bij Orwell.’
In interviews over The Emergency heeft u gezegd dat u geen kant wil kiezen tussen de Burghers en de Yeomen. Maar in The Atlantic schreef u dat de Verenigde Staten onder Donald Trump, de leider van de ‘echte’ Yeomen, is veranderd in een autoritaire staat. Moet u dan niet toch een kant kiezen?
‘Ja, maar de Burghers, dat zijn toch zulke enorme zeikerds. Ik breng veel tijd met ze door, veel van hen zijn schrijvers zoals ik, maar ik kan soms gewoon niet naar ze luisteren. Ze zijn zó zelfingenomen. Ze denken niet echt na. Ze voelen zich superieur.
‘In 2016 heb ik gezegd dat als Donald Trump slim was, hij met vliegtuigen over het midden van het land zou moeten vliegen om duizenden exemplaren van The New Yorker naar beneden te gooien. Dan wisten de mensen beneden: dus zó kijken ze op ons neer.’
Bent u daarom ook bij The New Yorker vertrokken?
‘In zekere zin wel, ja. In politiek opzicht paste ik er niet langer bij. Het essay dat ik in 2019 voor The Atlantic schreef over de radicaal-progressieve school van mijn zoon had ik nooit voor The New Yorker kunnen schrijven. Daarin beschrijf ik wat er mis is met de Burghers en woke: groepsdenken, morele dwang, rare taal. Het gaat vaak over ‘gemarginaliseerde mensen’. Wat betekent dat? Hoe gemarginaliseerd is een professor van New York University die tot een ‘gemarginaliseerde groep’ behoort, vergeleken met een witte, mannelijke fabrieksarbeider uit North Carolina?’
Vindt u woke ook een bedreiging voor de democratie?
‘Zeker. Het bedreigt geen verkiezingen, zoals Trumps MAGA-beweging. Het maakt geen gebruik van fysieke dwang, zoals Maga, maar van morele dwang, en ook dat bedreigt de democratie. Het is illiberaal, het is geen voorstander van vrijheid van meningsuiting. Als jij niet praat en denkt zoals de woke menigte, word je buitengesloten.’
Is dat zo? U denkt en praat niet zoals de woke menigte en u bent een van de bekendste journalisten van het land die schrijft voor een van de meest prestigieuze bladen.
‘Laten we het zo zeggen: misschien voer ik dit gevecht niet voor mezelf. Maar tijdens het hoogtepunt van woke, in de zomer van 2020, tijdens de protesten over George Floyd, zijn zo veel mensen ontslagen dat heel veel anderen zich niet meer durfden uit te spreken. Ik heb alle privileges van een succesvolle journalist, maar studenten of docenten hebben die niet.
‘Oké, nu lijkt het alsof ik echt geen kant wil kiezen.’ Hij slaat op tafel: ‘Maar ik weet aan welke kant ik nu sta. De ene kant doet er nu alles aan om onze democratie te vernietigen. En ik sta aan de andere kant.’
Toen Donald Trump in 2024 werd herkozen, was voor Packer duidelijk dat zijn land ‘diep was gezonken’. ‘Iedereen wist wat ze zouden krijgen en hij won tóch. Voor mij was dat het verpletterende bewijs dat we ons fatsoen waren verloren.’
Bestond dat fatsoen niet altijd alleen voor witte mannen zoals u en ik? In De ontluistering schrijft u dat Tammy Thomas in de jaren tachtig door de leraar in haar klaslokaal straal werd genegeerd omdat ze zwart was.
‘Wanneer waren we ooit echt een fatsoenlijke samenleving? In de jaren vijftig, toen we de racistische Jim Crow-wetten hadden? In nostalgie zit altijd een leugen. Maar laten we niet al te slim doen: de ergste dingen worden nu gedaan door de machtigste mensen van het land. Dat gebeurde vroeger niet.’
De Verenigde Staten zijn naar raciale scheidslijnen een diep ongelijk land. Witte mensen hebben tien keer zoveel kapitaal als zwarte mensen. Moet je de woke mensen die de straat opgaan om dit te bestrijden niet bewonderen?
‘Zeker. Dat doe ik ook. Ik háát de ongelijkheid in dit land. Maar woke heeft meer veranderd aan het vocabulaire in dit land dan aan de ongelijkheid. Als ik mijn politieke stroming zou moeten omschrijven, zou ik zeggen dat ik een liberale sociaal-democraat ben. En ik zie ook in dat mijn generatie misschien minder idealistisch is. In The Emergency zegt Annabel, de vrouw van Rustin, tegen hem dat hun kinderen de wereld op een heel andere manier zien dan zijzelf.’
Hun dochter Selva zegt dat haar ouders zich geen wereld kunnen voorstellen die beter of slechter is dan de huidige.
‘Dat is een cruciaal moment! Als Rustin dat hoort, denkt hij aan de ene kant: o mijn god, dat is niet waar. Maar hij is ook supertrots op haar welbespraakte intelligentie.
‘Mijn tienerkinderen zijn fan van de nieuwe burgemeester van New York, Zohran Mamdani. Ik ben niet dol op alles wat hij doet, zoals het onderschrijven van de leus ‘Globalize the Intifada’ (een oproep tot Palestijns verzet volgens sommigen, een aanzet tot antisemitisch geweld volgens anderen, red.). Maar ik ben blij dat mijn kinderen ergens enthousiast over kunnen zijn, dat ze het idee hebben dat er na alle vulgaire en racistische taal van Trump verandering mogelijk is. Dankzij mijn kinderen wil ik Mamdani een kans geven. Ik hoop dat hij slaagt in zijn missie, zodat ook andere mensen dan wij een goed leven kunnen hebben.’
Is het gezin uit The Emergency gebaseerd op uw eigen gezin?
‘Alleen de hond Zeus is gebaseerd op de onze, Neptunus.’ Met een glimlach: ‘Andere gelijkenissen berusten volledig op toeval.’
Het was erg moeilijk om niet u en uw vader in Rustin te lezen.
‘Rustin is de persoon die ik vrees te zijn.’
Wat bedoelt u?
‘Ik ben bang dat ik de vader ben die zijn kinderen niets heeft gegeven om in te geloven, behalve de wereld die we nu eenmaal hebben. Ik weet niet of ik die vader ben, maar ik hoop van niet.’
Heeft u ook weleens het idee dat u moet kiezen tussen uw waarden en de relatie met uw dochter?
‘Ja, en dat is moeilijk, want welke waarden zijn het waard om aan vast te houden? En welke kun je net zo goed loslaten?
‘Neem voornaamwoorden. Met mijn dochter heb ik daar serieuze gesprekken over gevoerd. Ik denk niet, zoals de New York Times-columnist Masha Gessen zei, dat je dagelijks van gender kunt wisselen. Ik geloof dat biologische sekse iets fundamenteels is. Ik geloof wel dat er een klein aantal mensen is dat het gevoel heeft in het verkeerde lichaam te zitten.
‘Mijn zoon heeft vrienden die er vrouwelijk uitzien en ‘hij’ genoemd willen worden. Dat vind ik goed en ik zal mijn excuses aanbieden als ik toch een foutje maak.
‘Maar soms wordt voorafgaand aan een gesprek aan iedereen in de groep gevraagd welke voornaamwoorden ze gebruiken. Ik wil daar niet aan meedoen. Soms zeg ik dat ik de voornaamwoorden gebruik die voor de hand liggen.
‘Mijn dochter beargumenteert dan, en ze doet dat heel goed, dat ik gewoon aan zo’n rondje moet meedoen om de mensen die wél een afwijkende voorkeur hebben zich comfortabel te laten voelen, om hen niet de uitzondering te laten zijn. Maar het is toch niet zo’n enorme vernedering om vooraf als enige te zeggen dat je ‘hem’ genoemd wil worden?
‘Maar goed. We weten nu elkaars meningen en we hebben geleerd om dit onderwerp voortaan te mijden omwille van onze liefde voor elkaar. Je hoeft het niet over alles eens te zijn.’
Door dit soort onderwerpen bent u door links onder vuur genomen. Door andere standpunten, bijvoorbeeld over Trump, bent u ook een mikpunt van rechts. Heeft u zich vaak als uw vader gevoeld?
‘Te vaak. Soms krijg ik ineens het gevoel: o, mijn god, dit is precies wat hij heeft doorstaan. Dan denk ik ook: laat me niet gebeuren wat hem is overkomen. Hij had een heftige beroerte die uiteindelijk leidde tot zijn zelfmoord.’
Bent u dan bang voor een beroerte of zelfmoord?
‘Voor beide, maar vooral voor een beroerte. Daarom slik ik Lipitor, een pil om mijn cholesterol laag te houden. Na dit interview ga ik naar de sportschool.
‘Toen ik in Afrika was, was ik heel bang voor zelfmoord. Ik was er toen dichtbij. Nu ben ik helemaal niet meer suïcidaal. Ik heb veel om voor te leven. Vooral mijn familie. Ik ben in therapie geweest en heb een goed huwelijk. Ik ben heel close met mijn kinderen. Meer dan van mijn Lipitor en de sportschool ben ik afhankelijk van mijn relaties met mijn familie en vrienden.
‘Op mijn leeftijd denk je veel aan het einde en zijn er twee dingen belangrijk. Ten eerste wil je het einde zo lang mogelijk uitstellen en ten tweede wil je het niet in je eentje meemaken. Ik wil dat mijn kinderen niet alleen aan de rand van mijn sterfbed zitten, maar überhaupt tot die tijd in mijn leven blijven.’
Hebben uw kinderen The Emergency gelezen?
‘Mijn zoon, hij is 18, wel. Hij was er heel enthousiast over. Julia, mijn dochter van 15, nog niet. Ik denk dat ze zich een beetje zorgen maakt omdat er ook een meisje in zit, van min of meer haar leeftijd, met dezelfde intelligente bruine ogen.’
Wilt u graag dat ze het leest?
‘O, ik hoop het intens. Ondanks haar mogelijk gecompliceerde reactie erop. Maar ik kan haar niet dwingen.’
1960 Geboren in Stanford, Californië.
1982 Studeert af in renaissancestudies aan Yale.
1982-1983 Vrijwilliger voor het Peace Corps in Togo.
1988 The Village of Waiting (non-fictie).
1991 The Half Man (roman).
1998 Central Square (roman).
2000 Blood of the Liberals (non-fictie).
2003-2018 Journalist voor The New Yorker.
2005 De weg naar de hel (non-fictie, finalist Pulitzerprijs).
2014 De ontluistering van Amerika (non-fictie, National Book Award).
2018-heden Journalist voor The Atlantic.
2019 Our Man (non-fictie, finalist Pulitzerprijs).
2021 Last Best Hope (essaybundel).
2025 The Emergency (roman).
George Packer: The Emergency. Farrar, Straus and Giroux; 416 pagina’s; € 19,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant