Home

De olifant in de kamer die de Europese economie dwarszit

nieuwsbriefNRC Europa

NRC Europa Regels zitten onze groei in de weg. Daar hebben de Europese leiders gelijk in. Maar de grote boosdoener zit niet in Brussel. Over Duitse orgelbouwers, Utrechtse ijskramen en de harde keuzes die leiders als Merz en Meloni zelf moeten maken.

Een ijssalon in Utrecht.

Regeltjes, heel veel regeltjes. Die zijn samen de hoofdoorzaak voor de haperende groei van de Europese economie, als je het aan leiders als Friedrich Merz en Giorgia Meloni vraagt. Regeltjes uit Brussel, welteverstaan.

Zou het? Regels zijn een rem op groei, dat is waar. En inderdaad heeft Brussel zeker in de afgelopen jaren veel extra regels toegevoegd – in sommige gevallen te veel, wellicht, voor een historische grootmacht die nu een jaarlijks slinkend aandeel van de wereldeconomie inneemt.

Maar deregulering in Brussel gaat onze economie niet redden. De economische opbrengst van snoeien in EU-regels is kommawerk, schatte een groepje economen onlangs in. De echte boosdoener als het op regels aankomt, vind je dan ook niet in de gebouwen van de Europese Commissie. Die zit in de ministerietorens van de 27 hoofdsteden.

Nationale regels maken het lastig, zo niet onmogelijk voor bedrijven om over de grens te groeien, om eerlijk te concurreren en om uit te groeien tot wereldspelers van formaat. Een nieuw onderzoek brengt het mooi in beeld. Terwijl 70 procent van de banen en van de economie in de EU wordt gegenereerd door de dienstensector, wordt slechts 20 procent van de diensten landsgrensoverschrijdend verricht.

Dit statistiekje komt uit een rapport dat de Europese Rekenkamer deze week publiceerde. De Rekenkamer ziet dat allerlei beroepsgroepen aan de grens hun boeltje wel in kunnen pakken. Belastingadviseurs. Advocaten. Architecten. De bouw. Toerisme. Wie in zo’n sector werkt en in een ander EU-land aan de slag gaat, loopt zich vast in een moeras van certificaten, regels en andere vereisten.

Maar bovenal constateert de Rekenkamer dat er al twintig jaar – sinds het moment dat Frits Bolkestein als Eurocommissaris strenge regels voor de dienstenmarkt opstelde en mikpunt werd van protesten in heel Europa – veel te weinig is veranderd. Hoe kan dat, als al die Europese leiders zeggen dat ze de buik vol hebben van zo veel regeldruk?

Het helpt om de voorbeelden uit de studie erbij te pakken. Zo voerde Duitsland in 2020 eerder afgeschafte regels opnieuw in (!) om bepaalde beroepsgroepen te beschermen, zoals fietsenmakers, metselaars en orgelbouwers. Italië is in mededingingsland al jaren bekend en berucht om de tienduizenden lucratieve strandconcessies die er van hand tot hand gaan, zonder dat de overheid een eerlijke procedure opstart waarin nieuwe concurrenten zich kunnen melden.

En dan mijn favoriete voorbeeld, niet in deze studie: er is in de hele EU-geschiedenis slechts één Franse bakker in geslaagd om ook als bakker erkend te worden in Duitsland. Eentje!

Hallo meneer Merz en goedemiddag mevrouw Meloni, lezen jullie mee?

Toegegeven, mijn ogen werden ook een klein beetje vochtig toen ik een jaar of drie geleden las dat Utrecht in rep en roer was omdat de lokale ijskraam en bloemist na decennia trouwe dienst hun vaste standplaats dreigden te verliezen. Terwijl: dat vloeide direct voort uit Europese dienstenregels. Het klinkt leuk, zo’n eerlijke markt, maar zo voelt de praktijk niet altijd.

En er zijn kanttekeningen te maken. Duitse ambtenaren voerden die beschermingsregels voor metselaars en fietsenmakers niet voor niets opnieuw in. Ze zagen dat startende ondernemingen het moeilijker kregen en dat opleidingsmogelijkheden voor nieuwkomers op de banenmarkt verloren gingen door de toegenomen concurrentie. Dan neem je minder snel een trainee in dienst.

Elke hervorming is lastig. Gevestigde belangen hebben nu eenmaal een luidere stem dan mogelijke concurrenten voor wie de deur vooralsnog dicht blijft. Maar nieuwe ondernemingen verdienen wel een kans. Een goed lopende dienstenmarkt zou de Europese economie een bonus van 2,5 procent van het bbp kunnen opleveren, volgens eigen berekeningen van de Europese Commissie. Dat is gigantisch.

Veel van het verzet tegen dit soort versoepelingen wordt bovendien niet aangevoerd door de lieve bloemist, maar door vakbonden en lobbyisten die hun oude privileges willen bewaken, van notarissen tot belastingadviseurs. Voor hen geldt: hoe meer ingewikkeld papierwerk er nodig is om mee te mogen doen, hoe beter. Zo houd je je markt veilig, afgesloten – en niet-competitief.

De Europese Rekenkamer kijkt – want dat is haar taak – naar de Europese Commissie. Die zou niet alleen moeten bijhouden wat de EU-landen nu juridisch verkeerd doen, maar ook de economische gevolgen van al die beschermende maatregelen in kaart moeten brengen. Brussel moet vervolgens strenger gaan handhaven, vindt de Rekenkamer, en bijvoorbeeld harde hervormingen afdwingen in ruil voor subsidies – zoals bij het coronaherstelfonds. Dat gebeurt nu nog te weinig.

Brussel werkt nu aan EU Inc., een rechtsvorm waarmee nieuwe bedrijven op een aantal gebieden kunnen kiezen om één Europese set regels te volgen, in plaats van regels die in elk land anders zijn. Maar juist de meest gevoelige regels zullen in zo’n stelsel nationaal blijven.

Het is simpel. Hier ligt in de eerste plaats een taak voor al die nationale regeringen. Als ze wat willen doen aan regeldruk, is dit een uitgelezen kans. Zij moeten de politieke discussie aanknopen en nadenken over manieren om nadelige effecten te ondervangen. Zij moeten het debat met werkgeverslobby’s en vakbonden voeren. En vooral: ze moeten niet langer Brussel de schuld geven van hun eigen falen.

PS: Bezorgd geworden over die Utrechtse standplaatshouders? Ze hebben vrijwel allemaal hun concessie behouden, en dat in een eerlijke, open procedure.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Europese Unie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next