Home

Godsamme, weer dat gelul over mezelf

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Zoals kappers ’s ochtends soms de zaak openen, een heldere blik op zichzelf werpen in die voor hen zo eeuwige spiegel en denken: Godsamme, weer die kop, zo dacht ik bij het openen van dit scherm: Godsamme, weer dat gelul over mezelf. Altijd maar dat gelul over mezelf. In reactie op dit gevoel heb ik kort overwogen om vandaag een ander in het zonnetje te zetten. Het stuk zou ‘Genoeg over mij’ heten en zich volledig concentreren op het doen en laten van bijvoorbeeld mijn buurman.

Toch vond ik dat een saai idee. Liever heb ik het over mezelf en waarom ik het nu zo moeilijk vind om het eens echt over een ander te hebben. Ik vind het oprecht heel moeilijk goed naar een ander te vragen. Dat zit als volgt: alvorens aan iemand te vragen hoe het gaat, wil ik graag weten hoe het gaat. Anders weet je bij god niet wat voor antwoord je kunt verwachten.

En ik heb me weleens laten vertellen dat dit het punt van sociaal contact is, maar ik heb weinig met dat punt. Ik vind het totaal beangstigend.

De ellende van de ander ontstond voor mij op de middelbare school. Tot die tijd, op de basisschool, hoef je je voor geen moment in een klasgenoot te verdiepen. Waarschijnlijk is het om die reden nog steeds de gelukkigste tijd uit mijn leven: je trapt een balletje met elkaar, legt een scheetkussen neer, leest af en toe een boek en gaat naar huis.

Op de middelbare school kan dit allemaal niet meer. Van de ene op de andere dag moet je iets afschuwelijks met elkaar doen: koffiedrinken. En alsof dat nog niet goor genoeg is, moet je aan de persoon tegenover je vragen hoe die zich op dat moment voelt. Wat een hel. Op de middelbare school gaat het ook nog eens heel slecht met iedereen, op een manier die ze zelf pas jaren later zullen doorgronden, dus krijg je vaak de meest duistere en onafgeronde verhalen voor je kiezen.

Toch is er hoop, zou ik tegen de sociaal afgepeigerde tiener willen zeggen die dit leest. Je moet nog zo’n twintig jaar volhouden, maar dan wordt het beter. Dan krijgen mensen kinderen en neemt niemand de telefoon nog op. Of wel, maar zijn ze vaak zo uitgeput dat je binnen de kortste keren weer kunt ophangen. Je kunt dan weer een boek lezen of als je wilt nog steeds een scheetkussen neerleggen.

Halverwege de sociale veldslag, begin twintig, was ik verliefd op een meisje dat dit niet op mij was. Ik vroeg haar waarom en als een van de redenen noemde ze het feit dat ik het zoveel over mezelf had; ik zou wat meer naar haar moeten vragen. Uiteraard vond ik dit verschrikkelijk gênant. Ik wilde mijn moeder om advies vragen, maar die was kort daarvoor van de trap gevallen en had twee nekwervels gebroken. De ochtend na haar val zocht ik haar op in het ziekenhuis, waar mijn moeder me geruststelde: sociaal contact is deels maar een truc, je kunt jezelf van alles aanleren.

Opgelucht fietste ik naar huis, totdat ik me realiseerde dat ik net iemand met een gebroken nek had bezocht, om het bij haar eens flink over mezelf te hebben.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next