Home

Breekpunt voor Europa over slavenhandelresolutie ‘kon je van mijlenver zien aankomen’

Erkenning Europese landen, waaronder Nederland, stemden niet in met een VN-resolutie die slavenhandel als de „ernstigste misdaad tegen de menselijkheid” ooit kwalificeert. „Onder sommigen ontstaat nu twijfel of de regering de erkenning van slavernij echt serieus heeft genomen.”

Wegwijzer naar het slavernijmuseum in Badagry, Nigeria

Het was een stemverhouding zoals wel vaker bij de Verenigde Naties. Grofweg stond het mondiale zuiden tegenover het Westen. In overgrote meerderheid stemde de Algemene Vergadering van de VN woensdag voor een door Ghana ingebrachte resolutie die de trans-Atlantische slavenhandel als de „ernstigste misdaad tegen de menselijkheid” ooit kwalificeert. 52 landen, waaronder Nederland en andere landen die betrokken waren bij slavenhandel, onthielden zich van stemming. De VS, Israël en Argentinië waren de enige landen die tegen stemden.

De 123 landen die voor de resolutie stemden willen een „wereldwijd gedeeld bewustzijn” creëren, zo lichtte de Ghanese minister van Buitenlandse Zaken Samuel Okudzeto Ablakwa toe bij een persconferentie na de stemming. „Zodat we verder kunnen met verwerken en kunnen voorkomen dat een dergelijke misdaad zich ooit nog eens voordoet.” Hij wil naar een toekomst die „rechtvaardiger, meer inclusief en meer diep menselijk” is.

De resolutie wordt door de indieners gezien als een volgende stap die niet alleen erkenning van het leed van de slavernij onder ogen ziet, maar die ook moet leiden richting herstel – zowel materieel als immaterieel. Afrikaanse landen proberen herstelbetalingen voor slavernij al ruim twee decennia op de internationale agenda te krijgen. Afgelopen jaar besloot de Afrikaanse Unie ze tot een diplomatiek speerpunt te maken.

Hiërarchie

Ablakwa zei eerder bij de BBC geen rangorde te willen aanbrengen in historisch leed. Maar dat was wel wat er in het tweede lid van de resolutie met de woordkeus „de ernstigste” gebeurde, en waar de westerse landen over vielen. De passage werd ook door de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN uitgelicht. Nederland kon niet instemmen, aldus de stemverklaring, vanwege de aangebrachte „hiërarchie onder misdaden tegen de menselijkheid”, met bovenaan de lijst de trans-Atlantische slavenhandel.

Daarnaast gaf Nederland aan moeite te hebben met de manier waarop internationaal recht „met terugwerkende kracht” wordt toegepast. Slavenhandel, zo redeneert Nederland, was toen het plaatsvond nog niet strafbaar.

Tussen de vijftiende en negentiende eeuw werden 12 tot 15 miljoen mensen in Afrika ontvoerd en naar de andere kant van de Atlantische Oceaan verscheept, waar ze gedwongen werden als slaaf te werken. Ze verloren hun namen, hun taal, hun geboortegrond en hun menselijkheid. Tijdens de reis alleen al, stierven naar schatting 2 miljoen mensen. De Nederlandse regering bood eind 2022 excuses aan voor de rol van de staat in het slavernijverleden. Het kabinet trok daarop 200 miljoen euro uit om kennis en bewustwording over het slavernijverleden te stimuleren. 

Verrassend is de VN-resolutie niet, zegt Karwan Fatah-Black, slavernijhistoricus aan de Universiteit Leiden, want anti-slavernij en anti-discriminatie zijn belangrijke pijlers van de VN. De opbouw van de resolutie begrijpt hij minder goed: „De trans-Atlantische mensenhandel was een van de circuits waar Nederland bij betrokken was. Waarom zou de mensenhandel in bijvoorbeeld Azië niet als even ernstig worden gezien?”

Gemiste kans

„Je kon van mijlenver zien aankomen dat dat een breekpunt zou zijn tussen Europa en de rest van de wereld. Geen enkel Europees land heeft meegestemd.” zegt Fatah-Black. Hij vindt dat een gemiste kans. „Als dat punt er niet in had gestaan, dan hadden Europese landen veel duidelijker moeten zeggen: wij willen niet overgaan tot herstelbetalingen.” Nu konden veel landen die niet meestemden zich ‘verschuilen’ achter de hiërarchie in leed als reden voor hun onthouding in plaats van dat het zou gaan over herstelbetalingen.

Maar ook Europese landen die geen enkele rol hadden in de slavenhandel, kozen ervoor zich van stemming te onthouden. „Polen zou geen probleem hebben gehad met herstelbetalingen. Dus dat wijst erop dat er een ander probleem is”, zegt Fatah-Black over het aanbrengen van hiërarchie. „Hoe kan Polen, als plaats-delict van de Holocaust, zeggen dat de trans-Atlantische mensenhandel de grootste misdaad tegen de menselijkheid is?”

Gelegenheidsargument

Liliane Umubyeyi van de Brusselse denktank African Futures Lab, valt op dat er na de resolutie wel heel veel gesproken wordt over de term „ernstigste misdaden tegen de menselijkheid”. Maar dat is volgens haar niet de kern van de zaak voor de indieners. „Dat zijn herstelbetalingen.” Umubyeyi noemt de nadruk die Europese landen op de hiërarchie van leed leggen „een excuus”; een door angst gedreven gelegenheidsargument om niet met de resolutie mee te stemmen. „Als je de tragedies écht erkent, zou je zo’n excuus niet nodig hebben.”

In de stemverklaring benadrukte de Nederlandse VN-vertegenwoordiger dat Nederland zich in de EU „constructief” zal opstellen bij „onderhandelingen” over de uitvoering van de resolutie. Daarin wordt onder meer opgeroepen tot herstel via dialoog over excuses en compensatie, en tot het teruggeven van roofkunst en het investeren in herdenkingen en onderwijs over het slavernijverleden.

Hoe die gesprekken zullen verlopen, hangt af van de snel veranderende internationale verhoudingen. Europese landen zouden er volgens Umubyeyi goed aan doen om allianties te sluiten met de voorstemmers uit het mondiale zuiden. Nu het internationale recht door de illegale oorlog van de VS en Israël in Iran verder onder druk komt te staan, ligt er volgens haar een kans om te werken aan een nieuwe orde die rechtvaardigheid centraal stelt.

„Aan de ene kant heb je de landen als de VS, Israël en Argentinië, die een extreemrechtse afslag nemen. Aan de andere kant de rest van de wereld met een roep om rechtvaardigheid. Daar ergens tussenin zitten de Europese landen.” De Europese landen die vast willen houden aan rechtsstatelijke principes, moeten beslissen aan welke kant ze willen staan, stelt Umubyeyi. Volgens haar hebben die landen er belang bij om allianties aan te gaan met landen in het mondiale zuiden. „Ze zouden de landen die pleiten voor reparaties juist moeten steunen. Dat zou niet alleen consequent zijn, maar daarmee zouden ze internationaal ook sterker staan, want anders raken ze steeds verder geïsoleerd.”

‘Polariserend’

De resolutie is vooral een stap in de strijd om herstelbetalingen, weet ook Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis. Hij vreest dat de resolutie „polariserend” kan werken tussen degenen in Nederland die positief staan tegenover die erkenning van slavernij en de mensen met bezwaren daartegen. „Onder sommigen ontstaat nu twijfel of de regering die erkenning echt serieus heeft genomen”, zegt Oostindie. „Dat lijkt me niet aan de orde. Maar de regering wil terecht niet meegaan in die wedloop van: dit is het ergste ooit.”

Rond de erkenning van het slavernijverleden heeft Nederland al flinke stappen gezet, zegt Fatah-Black. Hij ziet hoe slavernijgeschiedenis de afgelopen jaren op een steeds meer „onderdeel [is gaan] uitmaken van de Nederlandse identiteit en hoe we naar het verleden kijken”. Dat is slechts het begin, zeggen alle betrokkenen. Na de eerste stap van herkenning moet gesprek over reparaties nu gaan over het vormgeven van gerechtigheid en herstel.

De teleurstelling over de Nederlandse opstelling bij de VN onder nazaten, kan daarbij een bemoeilijkende factor zijn, denkt Fatah-Black: „Mensen die gestreden hebben voor excuses zien hierin hun angst bevestigd dat Nederland eigenlijk niet echt bereid is om hierover te praten.” Net als zijn collega Oostindie verwacht hij niet dat de VN-resolutie het proces in Nederland of de koers van de Nederlandse regering internationaal zal veranderen.

Maatschappelijke organisaties van nazaten van tot slaaf gemaakten reageerden daags na de resolutie met een mengeling van scepsis en teleurstelling op de Nederlandse houding. Het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) stelde bijvoorbeeld dat Nederland door niet mee te stemmen voorbij gaat aan „het belang van het organiseren van een proces van herstel en reparatie”.

Peggy Wijntuin, adviseur Nederlands slavernij- en koloniaal verleden, hoopt dat de historici gelijk hebben, maar ze deelt de zorgen van maatschappelijke organisaties: „Ik hoop niet dat het alleen windowdressing was. Als je een stap voorwaarts zet, zitten daar ook verantwoordelijkheden aan vast. Niet alleen: koop ze af met wat subsidie”, zegt Wijntuin. „Er is met de erkenning iets in beweging gekomen. We kunnen niet meer terug. En vooral niet terug naar de stilte die er misschien ooit was.”

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next