Home

Gaan we nu ‘appen’ via Signal?

nieuwsbriefBroncode

Broncode Eerder deze week schreef ik een vrij optimistisch stukje over de nieuwe mogelijkheid om WhatsApp te gebruiken in combinatie met andere chatdiensten. Een stapje in de richting van interoperabiliteit, afgedwongen door Europese wetgeving. Het kwam me op kritisch-nieuwsgierige lezerspost te staan.

Maandag wees een enthousiaste post van Brenno de Winter me op een nieuwe mogelijkheid binnen WhatsApp. Die was me nog niet opgevallen, maar inderdaad: ook ik had plots een mededeling in de app dat ik WhatsApp zou kunnen updaten en dan de functie ‘externe chats’ aanzetten.

Nieuwsbrief Broncode

Je leest hier een artikelversie van onze nieuwsbrief NRC Broncode. Wekelijks schrijven wij over technologische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:

Inschrijven voor NRC Broncode

Een klein schuifje in de instellingen dat een grote stap symboliseert. Dit vergt wat uitleg: Meta – moederbedrijf van WhatsApp, Instagram en Facebook – komt met die update om te voldoen aan een eis uit de Europese digitalemarktenwet. Deze DMA wet moet zorgen voor gezonde concurrentie in de digitale wereld en nieuwkomers een kans bieden. Sommige online platformen – waaronder WhatsApp – zijn zo groot en dominant dat ze nieuwe spelers buiten de markt kunnen houden doordat die bepaalde groepen gebruikers niet eens kunnen bereiken. Die megabedrijven zijn aangemerkt als ‘poortwachters’.

Die poortwachters moeten onder de DMA andere bedrijven toegang geven tot hun infrastructuur. In jargon: er moet interoperabiliteit zijn. Concreet betekent het dat Meta ervoor moet zorgen dat je vanuit andere chatapplicaties WhatsApp-gebruikers kunt bereiken. Meta liet vorig jaar november al weten dit mogelijk te maken, maar tot nu toe kon het niet. Nu dus wel – met twee chatprogramma’s waarvan tot nog toe niemand had gehoord: BirdyChat en Haiket.

Ik vergelijk het met telefoon of e-mail: voor uitwisseling van berichten maakt het niet uit of je een abonnement hebt bij KPN, Vodafone, Gmail of Proton. Maar bij chatverkeer, videobellen en sociale media is dat anders. En het netwerkeffect is zó sterk, dat mensen zich gedwongen voelen één specifieke applicatie te gaan gebruiken omdat ze anders belangrijke mededelingen of contacten missen.

Ik schreef een berichtje en installeerde intussen de update. Daar was mijn telefoon nog mee bezig toen ik al lezerspost kreeg van Daan Schneider. „Hoopvol nieuws, over die interoperabiliteit van WhatsApp”, schreef hij. „Maar heb je het ook getest? Is het je gelukt om vanuit Whatsapp een bericht naar Birdychat of Haiket te sturen of andersom? Mij niet. Als Meta-vermijder zou ik graag zo’n app willen gebruiken, maar zowel Birdychat als Haiket verwijst mij naar een wachtlijst.”

Schneider is er trots op dat hij al negen jaar zonder WhatsApp communiceert („het heeft wat offers gevergd”). Toch zag hij zich recent gedwongen de app te installeren, omdat de aannemer waarmee hij werkt anders niet te bereiken is. Hij wil zo snel mogelijk weer van WhatsApp af.

Het liefst beperkt hij zijn chats tot Signal en sms, maar voor contact met die enkeling die niet tot deze twee te bewegen is, zou hij blij zijn met alternatieven die geen Amerikaanse Big Tech zijn, mailt hij. „Het kan misschien toch bijdragen aan het opbreken van de macht van Meta. En als de sluis eenmaal open is, kunnen er misschien in de toekomst andere privacy-vriendelijke en open-source apps komen die met Whatsapp kunnen communiceren.” 

Signal doet niet mee

En daar wringt de schoen. Want de échte concurrenten van WhatsApp, zoals Signal en Threema, doen niet mee aan het opzetje van Whatsapp.

In principe zijn ze groot voorstander van interoperabiliteit, en technisch zijn er weinig obstakels. Signal en WhatsApp gebruiken bijvoorbeeld hetzelfde protocol. En beide versleutelen bovendien de berichten. Maar WhatsApp slaat veel meer gegevens op over berichtenverkeer en gebruikers dan Signal. Dat verzamelt zo min mogelijk data en zegt zich niet te willen verlagen tot de privacystandaarden van WhatsApp. Maar wie mee wil doen met WhatsApp, doet dat wel op voorwaarden van dat bedrijf. (Detail: Signal moet zelf ook aan de eisen van de DMA voldoen als het boven een bepaald aantal gebruikers komt.)

Hoe zit het dan met BirdyChat en Haiket? BirdyChat kon ik vinden in de appstore op mijn telefoon. Haiket niet. Beide apps hebben een website. Ik vroeg de oprichters van beide start-ups via LinkedIn om een interview. liefst via hun eigen chatdienst.

Met de Letse BirdyChat-oprichter Rolands Mesters werd het uiteindelijk een LinkedIn-interview. Ik had geen zin in een nieuwe app, waarbij ik wat privacy-aarzeling voelde. Met Haiket-bedenker Alexander Narest, die in Zweden woont, heb ik via Haiket gecommuniceerd, bínnen WhatsApp. Dat lukte dus.

Beide mannen hebben eerder een start-up gehad. Haiket is een voice-messagingapp die volgens Narest veel beter moet gaan werken dan de voice-opties in bestaande chatdiensten. Het is me minder duidelijk wat BirdyChat wil zijn; dat draait om werkgerelateerde chats. Mesters stopte vragen beantwoorden toen die over privacy en het verdienmodel gingen. Hij vertelde daarvoor nog wel dat het besluit van Meta om WhatsApp open te stellen de plannen voor BirdyChat in een stroomversnelling hebben gebracht.

Mesters vergelijkt de DMA met PSD2, waar hij met zijn vorige start-up ervaring mee heeft. PSD2 is een Europese richtlijn die de betaalmarkt innovatiever en concurrerender moest maken, onder meer door banken te dwingen concurrenten toegang te geven tot betaalgegevens van klanten (als die dat willen). De ervaringen daarmee zijn heel wisselend.„Niet iedere chatapp zal met WhatsApp willen integreren, maar voor ons is het heel logisch”, schrijft Mesters. „Onze gebruikers zijn mensen die BirdyChat willen gebruiken om productief te zijn, terwijl veel van hun contacten op WhatsApp zitten. Interoperabiliteit is voor ons een gamechanger.”

Haiket-oprichter Narest noemt de integratie met WhatsApp een ‘belangrijke aandrijver van groei’ en een oplossing voor wie vanaf nul begint met een digitale dienst. Het probleem daarbij is namelijk dat mensen alleen je dienst gaan gebruiken als ze zo met (voldoende) andere mensen kunnen communiceren. Hij wil niet speculeren over de vraag waarom Meta met twee onbekende kleine start-ups in zee is gegaan, en er nog geen bekende namen meedoen.

Dat speculeren zal ik dus zelf moeten doen. Voor een bedrijf dat schoorvoetend concurrenten op zijn infrastructuur moet toelaten, is het waarschijnlijk een uitkomst als de échte concurrenten geen interesse hebben, en een paar kleintjes wel. Zo voldoe je aan de wet, zonder dat er voorlopig echt iets verandert.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Technologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next