Tot nu toe wisten PvdA en GroenLinks in hun voorgeschiedenis telkens net op tijd te ontsnappen aan de term ‘progressief’. De nieuwe naam van PvdA-GroenLinks zegt namelijk voortdurend van alles te willen veranderen, zonder overtuigende doelstellingen waarom.
Donderdag 26 maart werd eindelijk de lang verwachte naam onthuld voor de jarenlang voorbereide grote fusiepartij van de linkerzijde: Progressief Nederland. Zo’n partij was nodig om links weer tot de grootste te maken, om vakbeweging en milieubeweging een krachtiger stem te geven en toekomstige premiers te kunnen leveren. Gestart met een tussen 2017 en 2020 van bovenaf voorbereid links verkiezingsblok van GroenLinks, PvdA en SP.
Na het stilletjes afhaken van de SP in coronatijd, werd het initiatief overgenomen van onderop. Binnen de twee overblijvende linkse partijen bepleitte een actiegroep voor een roodgroene toekomst niet langer blokvorming naar Noors-Frans-Spaans model, maar een volledige partijfusie. Jarenlang was de spannende vraag of die nieuwe combinatie ‘Rood-Groen’ zou gaan heten, of het door de aangezochte nieuwe leider Frans Timmermans bepleite ‘Verenigd Links’. De laatste maanden smokkelde zijn strijdbare opvolger Jesse Klaver echter opvallend vaak het minder gebruikelijke woord ‘progressief’ binnen in zijn publieke toespraken.
Erik Meijer was decennialang roodgroen politicus, pleitte in 2014 voor linkse eenheid en schrijft een boek over 150 jaar roodgroene geschiedenis.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Al lang voor de vorming van de PvdA in 1946 was duidelijk dat ‘arbeid’ de verbindende naam zou worden voor de toen vanuit de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), Christelijk-Democratische Unie (CDU) en Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) voorbereide nieuwe massapartij. Bij het ontbreken van een gemeenschappelijk bindende ideologie, stond de gezamenlijke doelgroep arbeidersklasse voorop – mede geïnspireerd door het in 1935 door de rode massapartij SDAP en de aanverwante vakcentrale NVV gelanceerde Plan van de Arbeid.
De ideologische term sociaaldemocratie werd daar pas twintig jaar later opnieuw omarmd als gevolg van de geslaagde interne Nieuw Links-revolutie. Bij de vorming van GroenLinks als landelijke kiescombinatie in 1989 en als partij in 1991 was de keuze echter ingewikkelder. De partij ontstond uit een fusie van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), Communistische Partij van Nederland (CPN), Politieke Partij Radikalen (PPR) en de EVP (Evangelische Volkspartij).
Vanaf 1982 waren in gemeenten en provincies gezamenlijke lijsten ontstaan, meestal onder de naam PSP-CPN-PPR en soms in een andere partijvolgorde. De PPR stelde jarenlang het gebruik van de in Duitsland electoraal succesvolle naam ‘groen’ als voorwaarde voor een volledige partijfusie. De rode partners wilden iets met ‘socialistisch’ of tenminste ‘links’.
De afgelopen twee jaar bewaakten twee pressiegroepen de koers en de naam voor de nieuwe fusiepartij binnen het roodgroene politieke blok. ‘Rood Vooruit!’ hechtte aan behoud van de term sociaaldemocratie. ‘LinksBoven’ bepleitte de in 1985 door de West-Duitse SPD-voorzitter Oscar Lafontaine gelanceerde verbindende term ecosocialisme. Op voorbereidende partijcongressen vochten beide om toepassing van hun voorkeursnaam.
Ondertussen burgerde bij een reeks verkiezingen de combinatienaam GroenLinks-PvdA in, en leek het handiger om de komende decennia die reeds algemeen bekende naam te blijven gebruiken. Die maakte duidelijk dat het ging om de gezamenlijke voortzetting van twee Europabrede stromingen.
Rood is in de tweede helft van de 19de eeuw ontstaan als beweging voor onderschikking van de markteconomie aan democratische besluitvorming, de belangen van de werkende massa, beginnende consumentenbescherming en een alomvattend gelijkwaardigheidsideaal. Groen is pas een eeuw later ontstaan als beweging voor onderschikking van de markteconomie aan ons bedreigde leefmilieu, voedselveiligheid, wetenschappelijke inzichten en kwetsbare vergeten groepen.
‘Progressief’ geeft geen richting aan, maar alleen een voortgangstraject. De VVD voelt zich progressief wat betreft economische groei, D66 wat betreft individuele vrijheid, Volt wat betreft Europese eenmaking en de ChristenUnie wat betreft een moderne toepassing van Bijbelse waarden. Ook links leek die weinig differentiërende term soms te omarmen, maar wist er welbewust telkens op tijd aan te ontsnappen.
Begin jaren 1970 dook zo’n poging kortstondig op, zowel voor een eventuele samenvoeging van PvdA-PPR-D66 (Progressieve Volkspartij of PVP), als voor lokale combinatielijsten en bestuursafspraken tussen PvdA-PPR-PSP (Progressief Akkoord of PAK). En in 1989 werd door het haastig bedenken van de compromisnaam GroenLinks nog net voorkomen dat de nieuwe fusiepartij van ‘klein links’ de naam Groen Progressief Akkoord (GPA) zou gaan dragen.
De naam ‘Progressief’ is geen bindend wondermiddel. Zo’n term beperkt zich veelal tot onbegrepen minderheidsculturen, die voortdurend van alles willen veranderen zonder doelstellingen waarvan zij de meerderheid kunnen overtuigen. Uit ergernis daarover uiten veel machteloze mensen zich tegenwoordig conservatief, in de hoop dat dit leidt tot bescherming, groepssolidariteit, harmonie, rust en vasthouden aan oude zekerheden. Ook dat conservatisme heeft vaak linkse trekken, vooral als het gaat om inspraak, kleinschaligheid, natuurbehoud, oorlogsmoeheid, pensioenleeftijd, publieke voorzieningen, verdelingsvraagstukken, vasthouden aan de verzorgingsstaat en kritiek op wereldconcerns. Het krijgt bijval in kringen van plattelanders, praktisch geschoolde werknemers en kleine zelfstandigen.
Het door de naamkeuze opnieuw benadrukken van cultuurbotsingen tussen progressief en conservatief, biedt weinig perspectief op een voor linkse doelstellingen positieve uitkomst. Ze zeggen meer iets over tradities, identiteit en levenshouding dan over hoe we onze samenleving zo goed mogelijk kunnen inrichten. En ze leiden volstrekt niet tot een eenduidig waardeoordeel over wat we verder willen met het nog altijd omstreden kapitalisme.
Zo ontstaat een onhandige vorm van polarisatie en verdeeldheid binnen grote doelgroepen als werknemers, woninghuurders en natuurbeschermers. Reden om te heroverwegen of dat nieuwe en onverwachte etiket de krachtigste manier is om rode en groene toekomstplannen met elkaar te verbinden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant