Lang genoot big tech grote vrijheid in de Verenigde Staten. Na twee baanbrekende uitspraken over het verslavende karakter van Instagram en YouTube is dat nu voorbij. Google en Meta moeten zich herbezinnen.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Twee uitspraken in de Verenigde Staten hebben deze week een schokgolf door de techwereld doen gaan. Decennialang waren techbedrijven immuun voor klachten over wat er zich afspeelde op hun netwerken. Dat is nu voorbij.
Met Instagram en YouTube zijn Meta en Google aansprakelijk voor de psychische schade die een jonge vrouw heeft opgelopen, stelde een jury in Los Angeles vast. De twee bedrijven moeten haar een schadevergoeding van 3 miljoen dollar betalen.
Voor Meta was dat de tweede vernietigende uitspraak in korte tijd. Een jury in New Mexico stelde vast dat Meta via Instagram en Facebook kinderen in gevaar heeft gebracht. Ze werden blootgesteld aan seksueel expliciet materiaal en contact met zedendelinquenten. Meta moet een boete van 375 miljoen dollar betalen.
De twee vonnissen betekenen volgens kenners een breekpunt voor socialemediabedrijven, ook al kondigden die onmiddellijk aan in hoger beroep te gaan. Volgens Meta is de vrijheid van meningsuiting in het geding, terwijl Google benadrukt dat YouTube helemaal geen socialemediaplatform is.
Het is vooral de uitspraak in de zaak van de 20-jarige vrouw die de gemoederen bezighoudt. De hamvraag was: maken de techgiganten ‘verslavingsmachines’? De jury heeft hierop met ‘ja’ geantwoord.
De topmannen van Meta en Google deden er de afgelopen weken alles aan om de rol van hun apps in het psychisch welzijn van de vrouw te bagatelliseren. Zo betoogde CEO Mark Zuckerberg dat zijn platforms ‘een positieve impact’ op de levens van mensen zouden maken.
De advocaat van de vrouw uit Californië wist de jury ervan te overtuigen dat Meta en Google wel degelijk verantwoordelijk zijn voor de depressie en angststoornis die ze ontwikkelde nadat ze als kind dwangmatig sociale media gebruikte.
De toegekende schadevergoeding van 3 miljoen dollar (2,6 miljoen euro) is een schijntje voor de techbedrijven, maar dit bedrag kan snel oplopen. Er staan zo’n 1.600 vergelijkbare zaken op stapel. Met de uitspraak over de directe rol van de techbedrijven in het aanwakkeren van geestelijke problemen bij jongeren staan andere aanklagers sterk in hun strijd.
Slechts een paar woorden beschermden de techbedrijven sinds 1996 tegen dit soort zaken. Volgens sectie 230 van de Communications Decency Act kan een ‘interactieve computerdienst’ niet aansprakelijk worden gesteld voor de informatie die anderen erop plaatsen.
In gewonemensentaal: platformen als Instagram zijn niet meer dan een doorgeefluik. Deze formulering vormde in de VS de ruggengraat van het vrije internet.
Dat een jury de techbedrijven nu toch aansprakelijk stelt, betekent niet dat sectie 230 ineens niet meer geldt. Dat zegt tech- en media-advocaat Christiaan Alberdingk Thijm, die recentelijk in Nederland met Bits of Freedom een overwinning behaalde op Meta in een zaak over aanbevelingsalgoritmes.
‘De jury heeft niet zozeer gekeken naar wat consumenten op Instagram of YouTube plaatsen, maar naar het ontwerp van de apps.’ Bedrijven als Meta, Google, Snap en TikTok (de twee laatste troffen schikkingen in deze zaak) misbruiken de bescherming van sectie 230 door hun producten verslavend te maken, stelt hij. Het gaat om een combinatie van onder andere algoritmische aanbevelingen, oneindig scrollen en het automatisch afspelen van video’s.
In de tweede termijn van president Donald Trump is de bescherming van de grote techbedrijven heilig, constateert de advocaat. Dat een jury hier nu korte metten mee maakt, kan grote consequenties hebben.
In de Amerikaanse pers valt de term ‘Big Tobacco-moment’, verwijzend naar het harde optreden tegen de grote tabaksfabrikanten in de jaren negentig. Een logische vergelijking, vindt ook Alberdingk Thijm: ‘De tabaksindustrie hield ook jarenlang vol dat hun producten niet verslavend waren.’
De uitspraken in Californië en New Mexico passen in een brede, wereldwijde trend: grote technologiebedrijven liggen onder vuur. Spanje, Australië en Indonesië hebben de toegang tot sociale media voor jongeren onder de 16 jaar al verboden. Andere landen, waaronder Nederland en Oostenrijk, overwegen soortgelijke maatregelen.
Anders dan in de VS heeft Europa wetgeving (de DSA) die specifiek gaat over het ontwerp van apps. In februari concludeerde de Europese Commissie dat TikTok met het bewust verslavende ontwerp van zijn app deze wet overtreedt. Functies als oneindig scrollen leiden volgens de Commissie tot dwangmatig gedrag.
Simone van der Hof, hoogleraar Recht en Digitale Technologie aan de Universiteit Leiden, vermoedt dat de Commissie met interesse zal kijken naar de ontwikkelingen in de VS. Dat denkt ook Alberdingk Thijm: ‘Het maakt de Europese positie sterker. De retoriek vanuit de VS was tot nu toe dat het aanpakken van big tech typisch Europees was.’
De grote vraag is nu wat de techbedrijven gaan doen. Het is niet ondenkbaar dat ze uiteindelijk worden gedwongen het ontwerp van hun apps aan te passen, wat grote gevolgen zal hebben voor het gebruik en de populariteit.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant