De Hongaarse premier Viktor Orbán krijgt hulp uit Rusland voor zijn herverkiezing, blijkt uit onderzoek van onafhankelijke media. Orbán, die achterstaat in de peilingen, beschuldigt Brussel en Kyiv juist van inmenging.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
De Hongaarse regering zegt een samenzwering te hebben ontdekt. Oppositiepartij Tisza, de Oekraïense geheime dienst en de bekende onderzoeksjournalist Szabolcs Panyi zouden samenwerken om premier Viktor Orbán en zijn partij Fidesz bij de verkiezingen op 12 april uit het zadel te wippen.
Dat valt te lezen in de officiële berichten van de regering. Orbán riep donderdag president Volodymyr Zelensky op ‘zijn agenten naar huis te halen’. Orbáns kabinetschef kondigde aan dat de regering journalist Panyi aanklaagt voor ‘spionage’.
In een reactie ontkent Panyi de beschuldigingen. VSquare, één van de onafhankelijke media waarvoor hij werkt, spreekt van ‘een brute, gecoördineerde aanval van de Hongaarse regering’ met als doel zijn werk te ondermijnen.
Panyi onderzoekt de banden tussen Boedapest en Moskou. Zijn meest recente onthulling ging over de contacten die buitenlandminister Péter Szijjártó onderhoudt met diens Russische collega Sergej Lavrov.
Naarmate de verkiezingen naderen, wordt de campagne feller en smeriger. Oppositieleider Péter Magyar en zijn partij Tisza hebben in de meeste peilingen een voorsprong op Fidesz, soms 10 procent. Na zestien jaar aan de macht kan Orbán de verkiezingen mogelijk verliezen. Magyar voert campagne tegen de grootschalige corruptie en de stagnerende economie. Orbán vertelt een heel ander verhaal: Magyar, de EU en Oekraïne werken samen om hem weg te krijgen.
De premier heeft zich niet populair gemaakt in Brussel en Kyiv, onder meer door zijn veto uit te spreken over een steunpakket van 90 miljard voor Oekraïne en zijn pro-Russische houding. Volgens Orbán komt hij enkel op voor de Hongaren, die zonder hem voor de oorlog opdraaien en er straks in worden meegesleurd.
Het ontdekte ‘complot’ moet dit verhaal versterken, maar is vooral een manier om de aandacht af te leiden van aanwijzingen dat juist de Russen zich in de Hongaarse verkiezingen mengen.
VSquare en Panyi publiceerden begin maart het nieuws dat drie Russen vanuit Boedapest werken voor de GROe, de Russische militaire inlichtingendienst. Panyi baseert zich op gesprekken met medewerkers van meerdere Europese veiligheidsdiensten. Het doel van de Russen is om Viktor Orbán aan de macht te houden. Dat gaat via nepnieuwscampagnes op sociale media, opgestuwd in de algoritmes door Hongaarse tussenpersonen.
De Financial Times meldde daarop dat het inzage had in een plan van het Social Design Agency, een aan het Kremlin gelieerde consultancyfirma die onder westerse sancties staat, om de Hongaarse verkiezingen te beïnvloeden. Met goedkeuring van Moskou.
Afgelopen week schreef journalist en Ruslandexpert Catherine Belton in The Washington Post over een idee van de SVR (de Russische buitenlandse veiligheidsdienst) om een aanslag op Orbán in scène te zetten. Dit zou een inhaalslag in de peilingen moeten bewerkstelligen. Het plan is afkomstig uit een intern document van de SVR. Dat is bemachtigd door Europese veiligheidsdiensten en werd ingezien door de krant.
De Hongaarse en Russische regering ontkennen alle berichtgeving en noemen het nepnieuws.
Dat Poetin liever Orbán aan het roer van Hongarije ziet, is geen verrassing. Van alle regeringsleiders in de Europese Unie is hij de trouwste bondgenoot van het Kremlin. Buitenlandminister Szijjártó bracht sinds de grootschalige invasie van Oekraïne zestien bezoeken aan Moskou. De Hongaarse afhankelijkheid van goedkope Russische olie, die de oorlogskas spekt, is sinds 2022 toegenomen.
Ook de manier waarop Orbán de besluitvorming over Oekraïne in Brussel frustreert met veto’s komt Rusland goed uit. Afgelopen weekend bracht The Washington Post eveneens naar buiten dat minister Szijjártó rondom bijeenkomsten met Europese leiders in Brussel regelmatig contact heeft met zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov. Moskou zat praktisch aan tafel bij deze vertrouwelijke gesprekken.
Aanvankelijk ontkende Szijjártó, later gaf hij het toe. Hij belt immers ook met de Amerikanen, Turken, Israëliërs en Serven, voegde hij daaraan toe. ‘Diplomatie is praten met leiders van andere landen.’
Maandag publiceerde journalist Panyi, die eveneens onderzoek deed naar de communicatie tussen Szjijjártó en Lavrov, een transcript van een gesprek tussen de ministers in 2020, over mogelijke Russische inmenging in de Slowaakse verkiezingen om de toenmalige bevriende regering aldaar aan de macht te houden.
Regeringsspreekbuis Mandiner opende vervolgens de aanval op de journalist. Het publiceerde een telefoongesprek dat Panyi had met een bron over minister Szijjártó, en diens telefoonnummer. Dat leidde uiteindelijk tot de spionageaanklacht. De journalist was al eerder doelwit van lastercampagnes vanwege zijn werk. Hij werd in 2021 afgeluisterd met de Israëlische spionagesoftware Pegasus.
Het medium Direkt36 onthulde ook nog eens dat de politie, aangestuurd door de geheime dienst, vorig jaar een inval deed bij twee IT’ers die voor oppositiepartij Tisza werkten. Het doel was om de digitale infrastructuur van de partij onderuit te halen, meldt Direkt36, op basis van een betrokken agent die nu klokkenluider is. De regering reageerde met de bewering dat de IT’ers Oekraïense geheim agenten zijn.
Oppositieleider Magyar beschuldigde Orbán en zijn regering deze week van een samenzwering met Rusland. Hij zou daarmee ‘Hongaarse en Europese belangen verraden’. Magyar waarschuwt zijn toehoorders bij campagnebijeenkomsten voor Russische inmenging, in de hoop dat de nauwe band zich tegen Orbán keert.
In dit doolhof van opgeklopte spionagecomplotten heeft Magyar nog een troef. Hij voert campagne op armoede, inflatie, de slechte staat van zorg en onderwijs, kortom, op de Hongaarse werkelijkheid. Hij hoopt dat deze doorslaggevend blijkt op 12 april.
Maar de escalatie van Fidesz deze week toont ook dat de campagne alleen maar harder wordt – en werpt de vraag op hoever de regering zal gaan. ‘Onderzoeksjournalisten beschuldigen van spionage is vrijwel ongekend voor een lidstaat van de Europese Unie in de 21ste eeuw’, schreef Panyi in een reactie. ‘Dit is eerder typerend voor Poetins Rusland, Belarus en vergelijkbare regimes.’
Source: Volkskrant