Home

Opinie: De zaak Ali B laat wederom zien dat misbruikslachtoffers het nooit ‘goed’ kunnen doen

Te vrolijk is verdacht, te kalm ook. Te laat aangifte gedaan, de dag erna naar je werk gaan – het hoger beroep tegen rapper Ali B maakt weer eens pijnlijk duidelijk welk palet aan ‘perfect gedrag’ we van misbruikslachtoffers verwachten.

Zangeres Ellen ten Damme verklaarde dat Ali B haar in 2014 tijdens opnames voor een televisieprogramma in Marokko tegen de muur drukte en probeerde te verkrachten. Ze deed nooit aangifte, maar legde later verklaringen af om andere vrouwen te steunen. De rechtbank oordeelde in 2024 al dat haar verklaring betrouwbaar was (oftewel: authentiek, genuanceerd en gedetailleerd) en verwierp de argumenten van de verdediging van Ali B om haar als onbetrouwbaar aan te merken.

In het hoger beroep wordt desondanks opnieuw geprobeerd haar verklaring onderuit te halen. De verdediging toonde een videocompilatie waarop Ten Damme lachend te zien is op de set – als bewijs dat haar verhaal niet klopt. Want: lachen na een verkrachting is ongeloofwaardig. Bovendien lachte ze tijdens haar politieverklaring toen ze het incident beschreef. Ali B’s advocaat haalde dat expliciet aan. Want: lachen bij de politie is óók ongeloofwaardig. Ze zocht daarna nog professioneel contact met Ali B. Ongeloofwaardig. Ze ging door met de opnames. Ongeloofwaardig.

Christel Don is journalist en schrijver, onder meer van de boeken Afstandsmoeders en De meisjes van De Goede Herder.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Een andere vrouw, Naomi, verklaarde dat Ali B haar op een schrijverskamp zou hebben aangerand en verkracht. Haar verklaring werd in twijfel getrokken, omdat ze, volgens een door de verdediging ingehuurde rechtspsycholoog, onvoldoende zou hebben beschreven hoe het voelde en hoe ze schrok. Ali B wees erop dat Naomi hem daarna nog om een lift vroeg en hem een kopje thee aanbood. Geen passende reactie bij zo’n ernstige beschuldiging, meende B.

Geen toevallige strategie

Naomi gaf hierover zelf een scherpe reflectie in een brief die tijdens de zitting werd voorgelezen: ‘Ik ben niet het perfecte slachtoffer of boegbeeld van goede keuzes. Maar ik ben verkracht en aangerand. Ook labiele meisjes worden verkracht, en zij verdienen dit niet.’ Ze heeft gelijk. Ons huidige rechtssysteem heeft nogal strikte ideeën over hoe slachtoffers zich behoren te gedragen.

Misbruikslachtoffers doen het eigenlijk nooit ‘goed’. Te vrolijk is verdacht, te kalm ook. Te laat aangifte doen, te weinig emoties laten zien bij de politie, doorgaan met werken, een lift accepteren, je belager een kop thee aanbieden. Het in twijfel trekken van slachtofferverklaringen is geen toevallige verdedigingsstrategie, dat gebeurt structureel. We zagen het ook in de rechtszaak van Gisèle Pelicot, die jarenlang bewusteloos werd verkracht door haar eigen man en tientallen andere mannen. Ook zij voldeed niet aan het ideale slachtofferbeeld. ‘Men had een gesloopte vrouw verwacht, maar dat was ik niet’, schreef ze later. Zelfs haar glimlach in de rechtszaal werd door de verdediging tegen haar gebruikt.

Uit Australisch en Brits onderzoek naar juryoordelen in verkrachtingszaken blijkt dat precies die vooroordelen slachtoffers ondermijnen: dat ze niet schreeuwden om hulp, dat er geen lichamelijk letsel was, dat ze bleven werken met de verdachte, dat ze laat aangifte deden, en dat ze niet zichtbaar overstuur waren bij het getuigen. Opvallend genoeg bleken zelfs juryleden die vooraf aangaven geen vooroordelen te hebben, die in concrete zaken alsnog te reproduceren.

Bevroren

In de traumapsychologie is de zogeheten ‘fawn-respons’ – lachen, meebewegen, de situatie zo normaal mogelijk houden – een veelvoorkomende overlevingsstrategie. Het is geen bewuste keuze, maar een automatische reactie van het zenuwstelsel: als vechten of vluchten niet mogelijk is, probeert het lichaam het gevaar af te wenden door zich aan te passen aan de agressor. Scandinavisch onderzoek laat zien dat 70 procent van de vrouwen die kort na een seksueel geweldsincident de spoedeisende hulp bezochten volledig ‘bevroren’ waren geweest tijdens het geweld, niet in staat om te bewegen of te spreken.

Wat ‘normaal’ gedrag is na seksueel geweld, laat de wetenschap ondubbelzinnig zien. Onderzoek toont aan dat driekwart van de vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld een maand na het incident aan een posttraumatische stressstoornis lijdt, en dat nog altijd meer dan 40 procent daar een jaar later nog mee kampt. Of lees wat onderzoekers beschrijven in een recent verschenen publicatie over hoe trauma zich bij slachtoffers juist kan manifesteren in het uitblijven van zichtbare emotie: passiviteit, schijnbare onverschilligheid, doorgaan met het gewone leven.

Beide reacties – intense emotie én het ontbreken ervan – zijn erkende uitingen van hetzelfde trauma. Maar in de rechtszaal lijkt vaak alleen de eerste als bewijs van geloofwaardigheid te gelden.

Maatstaf

Trauma-geïnformeerd werken, een benadering waarbij professionals rekening houden met de brede en onvoorspelbare gevolgen van traumatische ervaringen, wint in de gezondheidszorg langzaam terrein. In de strafrechtsketen gaat het trager. Dat heeft gevolgen: voor de uitkomst van zaken, voor de bereidheid van slachtoffers om aangifte te doen, en voor wat er van hen wordt gevraagd als ze dat toch doen.

Dat de vraag naar geloofwaardigheid aan bod komt in een rechtszaak is logisch en terecht. Maar de maatstaf die daarvoor wordt gebruikt deugt niet. Zolang geloofwaardigheid wordt afgemeten aan fictief slachtoffergedrag in plaats van wat de wetenschap zegt over trauma, schiet het systeem tekort. En blijft de impliciete boodschap aan slachtoffers: laat zien dat je gebroken bent, anders geloven we je niet.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next