is hoogleraar Informatica.
Soms geeft het universum je een knipoog. Zoals toen oud-hoofdredacteur van NRC Peter Vandermeersch op gênante wijze van zijn sokkel viel. Zei hij in december vorig jaar nog (in zijn eigen krant) dat alleen ‘wie AI omarmt én investeert in eigen journalistiek onderzoek (…) grip kan houden op de werkelijkheid’, is hij die grip nu kwijt. Want wat blijkt? In maar liefst vijftien van zijn recente posts staan door AI verzonnen citaten.
Hier past humor, maar als we zijn uitgelachen, ook introspectie. Ten eerste ondergraaft deze misser (en talloze andere vergelijkbare missers) de grootste belofte van AI, namelijk dat het efficiënter is. Iedere quote die AI verzint, moeten we checken. Onbegonnen werk voor een oude rot als Vandermeersch, maar zeker voor de jonge journalisten op wier schouders dat checkwerk onvermijdelijk gaat vallen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En we zien hier wat iedereen weet die recent nog scripties heeft nagekeken: de lokroep van AI is onweerstaanbaar. Tegen het idee dat je snel even wat in elkaar kunt zetten zonder denk- en zoekwerk, zijn we niet opgewassen. We moeten dus niet omarmen, maar stoppen. Moest Odysseus eerst op een cursus over de voordelen van die schitterende sirenenzang? Misschien was het wel heel ontspannend om naar te luisteren?
Nee, soms is het tijd voor een portie bijenwas en stevige ketenen. En veilig voorbij de rotsen moeten we ons dan eens afvragen waarom AI zo aantrekt. Ik sprak deze week een freelancer en vroeg haar of ze ook AI zou gebruiken als ze een goed salaris had, een vast contract en de vrijheid om zo veel of zo weinig te schrijven als ze wilde. ‘Honderd procent nee’, was het antwoord. Dus waardoor worden journalisten verleid om snel veel meer te schrijven?
De paradox is: door technologie. Door de opkomst van sociale media voelden kranten zich bedreigd en wilden ze meebewegen. Meer clickbait-headlines, kortere stukjes, ook leuke videootjes maken, want dat is immers wat de mensen willen. De uitholling van nu is het gevolg van concurreren op een vlak dat je niet kunt winnen. En het is niet zo dat er geen alternatief was; kranten hadden ook anticyclisch kunnen reageren: iedereen gaat snel, wij gaan langzaam, diep en voorzichtig. Wat nieuwe platforms als Follow the Money en De Correspondent snapten, maar de ‘disruptors’ bij Blendle niet, is dat journalistiek niet alleen een product is waarvoor je betaalt, maar ook een club waar je bij hoort.
En juist die saamhorigheid bevalt Silicon Valley niet. Een krant die mensen vertrouwen, ook als er eens niet precies staat wat ze toch al dachten, staat haaks op de filterbubbels waar big tech ons maar al te graag in vangt.
Soms vragen mensen waarom ik zó kritisch ben, maar ik ben er al eens ingetuind en dat is me bijzonder slecht bevallen. Ik heb in mijn jonge jaren geloofd dat Silicon Valley progressieve waarden omarmde – ik zie Jack Dorsey, oprichter van Twitter, nog zo op een podium staan in 2016 in een Stay Woke-shirt – een leugen die onmiddellijk onthuld werd zodra de macht uit een andere hoek waaide.
Nu we allemaal hebben gezien hoe Jeff Bezos de Washington Post gesloopt heeft en hoe Alex Karp van Palantir de ‘quiet part out loud’ zegt – taalmodellen zorgen ervoor dat hoogopgeleide vrouwen wat minder noten op de zang krijgen – moet het voor iedereen duidelijk zijn dat technologie uit zo’n gedachtegoed niet goed kan zijn voor de journalistiek.
De droom van tech en hun vrienden in het Witte Huis is een zwakke journalistiek die hen niet aansprakelijk houdt. Het antigif is niet meedoen met tech-halleluja, maar juist een onafhankelijke en sterke journalistiek, en bovenal een journalistiek die vertrouwd wordt. En als 27 procent van de mensen denkt dat journalisten AI-stukken niet goed genoeg checken – en neem het ze eens kwalijk met flater na flater – dan kunnen we dat pad niet inslaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant