In de haven van IJmuiden dobbert de kotter Catharina aan de kade. Door de hoge brandstofprijzen is het niet rendabel om uit te varen. ‘Nog een paar weken, dan liggen alle boten aan de kant’, zeggen de vissers.
Een week geleden sleepten de netten van de 40 meter lange Catharina nog over de bodem van de Noordzee, maar door de hoge brandstofprijzen ligt het rood-witte schip van visser Geert van der Plas (40) sinds maandag stil aan de Trawlerkade in IJmuiden. Van der Plas besteedt noodgedwongen zijn tijd aan klusjes aan zijn kotter. Hij kijkt om zich heen en wijst naar de andere schepen aan de kade. ‘Er liggen hier bijna vijftien boomkorkotters stil, op een vloot van 28’, zucht de visser. ‘Ik geef het nog een paar weken, dan liggen alle boten aan de kant.’
De stijgende olieprijzen, als gevolg van de oorlog tegen Iran, raken de Nederlandse en Europese visserij hard. Boomkorvissers worden het zwaarst getroffen. Door het slepen van zware netten en kettingen over de zeebodem verbruiken zij bij het vangen van platvissen veel brandstof. De prijzen zijn inmiddels zo hoog dat de opbrengst van vangst niet meer opweegt tegen de kosten.
‘Op dit moment gaat 80 procent van mijn inkomsten naar brandstof’, zegt Van der Plas. ‘Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van voor de oorlog.’ Waar een liter diesel een paar weken geleden nog 50 tot 60 cent kostte, moeten de vissers er nu rond 1,10 euro voor betalen.
Voor de ingang van de kombuis van de Catharina liggen de donkergrijze laarzen van de vissers. Binnen zit Dirk Kraak (60), bestuurslid van vissersactiegroep Eendracht Maakt Kracht (EMK). ‘Mijn boot, de Jade, ligt door de brandstofprijzen al drie weken stil in Den Helder’, zegt hij. ‘Ik houd dit niet langer dan een paar maanden vol.’ Zijn broer Fred (58), ook met een blauwe EMK-trui aan: ‘In Harlingen, Urk, Scheveningen, noem maar op, bijna overal kampen de collega’s met die stijgende prijzen.’
Voor de visserij is dit de zoveelste tegenslag. ‘Naast de hogere brandstofprijzen hebben de strengere regels vanuit de Europese Unie, het verlies van visgebieden door de Brexit en het verbod op pulsvisserij de sector telkens een nieuwe klap toegebracht’, zeggen de broers. ‘Ik noem het one battle after another, om het in de taal van vandaag te vatten’, voegt Kraak eraan toe.
Volgens Durk van Tuinen van de Nederlandse Vissersbond liggen in het land bijna dertig vissersboten stil. ‘Dat is meer dan de helft van de Nederlandse platvisvloot’, zegt hij over de telefoon. ‘Maar ook andere vissers moeten niet worden vergeten, zoals de garnalenvissers. Zij gebruiken minder brandstof, maar de opbrengsten zijn ook lager.’ Voor hen kan het er ook op neerkomen dat varen niet langer loont als de brandstofprijzen hoog blijven.
Naast de gebroeders Kraak zijn in de kombuis drie andere vissers aangeschoven voor een kop koffie, onder wie Jaap Messemaker (61). Zijn kotter, de Anna Hendrika, ligt sinds gisteren stil aan de andere kant van de haven. Volgens hem is de timing van de stijgende brandstofprijzen erg ongelukkig. ‘De komende periode is een ‘zuinige tijd’, omdat er meestal minder vissen zwemmen’, zucht hij. ‘Daarom staan wij de komende vijf weken aan de kant.’
Ook hij gaat die tijd gebruiken voor onderhoud. Zijn zoon en neef zitten op de familiekotter op hem te wachten, klaar om klusjes op te pakken. Messemaker: ‘De jongens willen graag de familietraditie voortzetten. Vissen zit in ons DNA, we stoppen niet zomaar door hoge brandstofprijzen.’
Daar is het vak te mooi voor, volgens de vissers. ‘Het gevoel op zee, in alle rust even weg van de buitenwereld en daarna de voldoening van het harde werk, dat is iets wat we niet snel willen loslaten’, zeggen ze. ‘Na een tijdje op zee weer je familie zien, voelt ook goed’, vervolgt Kraak. ‘Dat is het enige voordeel van de huidige problemen: dat je meer tijd hebt voor je familie. Ik help ze een handje met de huishoudelijke klusjes.’
Volgens Van Tuinen kunnen de vissers vanuit de overheid een helpende hand gebruiken. ‘Laten we niet vergeten dat vissers bijdragen aan de voedselvoorziening. Dat biedt een argument om overheidssteun te onderbouwen’, stelt hij. In andere EU-landen wordt daar al naar gekeken, aldus de vertegenwoordiger van de visserijsector.
Volgens Van de Plas zijn de vissers veerkrachtig genoeg. ‘We gaan niet huilend in een hoekje liggen’, zegt hij. ‘Maar we praten er veel over met elkaar. Er is nog wel hoop, maar het moet geen maanden duren. Het liefst ook geen weken.’
Messemaker loopt na het drinken van zijn koffie over de kade naar zijn busje, dat gevuld is met rollen stucloper en jerrycans. ‘Ik ruik een beetje naar olie’, lacht de visser, terwijl hij zijn auto start om richting de familiekotter te gaan. Nog vijf weken, dan hoopt hij weer te varen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant