Arbeidsmigratie
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Matrasdag. Het simpele gegeven dat er een term is voor de dag dat arbeidsmigranten na het verlies van hun baan met hun hele hebben en houden op straat gezet worden, is een veeg teken. Een bewijs ook dat het uitbuiten van arbeidsmigranten, door hen als tweederangsburgers ontdaan van basale rechten te blijven behandelen, een al veel te lang lopende kwestie is. Nederland moet zich schamen.
De term matrasdag dook deze week weer op toen NRC meldde dat uitzendbureaus arbeidsmigranten actief tegenwerken om zich in te schrijven bij hun gemeente. Onderzoek van vakbond FNV had dat aangetoond en het beeld werd bevestigd door stichting FairWork, voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting, en het Leger des Heils. Niet alleen uitzendbureaus verhinderen de inschrijving bij de gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP), ook gemeentes belemmeren de registratie, uit angst er een inwoner bij te krijgen die ‘zorg’ nodig heeft.
Wettelijk is vastgesteld dat wie langer dan vier maanden in Nederland is zich verplicht moet inschrijven. Maar die verplichting is een lege huls als er niet naar gehandeld wordt. Honderdduizenden arbeidsmigranten in Nederland zijn daardoor niet te traceren. Dat maakt de groep, die het toch al moeilijk heeft, nog kwetsbaarder. Overheidsinstanties kunnen hen niet bereiken, en dus niet optreden tegen misstanden. De vaak erbarmelijke leefomstandigheden (slechte hygiëne en weinig privacy) blijven zonder BRP-inschrijving te makkelijk uit het zicht van instanties.
Arbeidsmigranten zelf bouwen zonder registratie geen (huur)rechten op en kunnen makkelijker uit hun huis worden gezet als zij hun baan verliezen. Vaak is hun werkgever namelijk ook hun huisbaas en raken ze bij ontslag ook hun woning kwijt. Duizenden arbeidsmigranten zijn al dakloos in Nederland: zeker drie op de vijf mensen die op straat leven, zijn arbeidsmigranten.
Uitzendbureaus ontmoedigen arbeidsmigranten om zich in te schrijven om maar één, uiterst zelfzuchtige reden: geld. Niet ingeschreven migranten kunnen door hun rechteloze status makkelijker ‘rondgepompt’ worden van de ene locatie naar de andere, ze kunnen met meer mensen in één woning worden gestopt. En als ze ziek worden gaan ze eerder terug naar het land van herkomst dan naar een dokter in Nederland, omdat ze hier geen verzekering hebben.
Terwijl uitzendbureaus hun winst opkrikken, worden arbeidsmigranten, op wie een belangrijk deel van de Nederlandse economie draait, gedehumaniseerd, uitgebuit en de facto ingezet als moderne tot slaaf gemaakten. Het is een gekmakende gedachte dat dit probleem al vele jaren bekend is en dat het de overheid maar niet lukt er een adequaat antwoord op te formuleren.
Wie cynisch naar het probleem kijkt – en hoe kun je anders dan hier cynisch van worden – krijgt de indruk dat Nederland het probleem niet wíl aanpakken, maar slechts economisch wil blijven profiteren van goedkope arbeid. Arbeidsmigranten werken tegen extreem lage salarissen in banen die menig geboren Nederlander überhaupt niet wil hebben. Ze zorgen voor hoge winsten voor bedrijven, goedkope producten in Nederlandse supermarkten en een gestage stroom aan export, waar de Nederlandse samenleving als geheel van profiteert. Het daadwerkelijk beschermen van arbeidsmigranten kost de rest van Nederland dus geld, en die prijs lijkt niemand te willen betalen.
Nederland trekt vaak en graag een grote broek aan om andere landen te wijzen op schendingen van mensenrechten. Maar zolang de politiek het probleem van de arbeidsmigranten laat bestaan, past bescheidenheid.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen