Home

Dit boek is als een pact om weerstand te bieden aan de wereld vol gedoe en lompheid

Literatuur Het is een opmerkelijke bestseller, deze roman over twee kalme, sociaal gemankeerde dertigers, waarin toch vrij weinig gebeurt afgezien van bordspelen en badminton. Om gnuivend tot je te nemen.

Ruim driehonderdduizend exemplaren werden er wereldwijd al verkocht van de in 2019 verschenen debuutroman Leonard en Hungry Paul van Rónán Hession (1975), Iers schrijver en bluesmuzikant; de BBC bewerkte de roman vorig jaar tot een serie. En dat voor een boek dat ogenschijnlijk nergens over gaat, hoe kan dat? Het werd onlangs pas naar het Nederlands vertaald.

Leonard en ‘Hungry Paul’, de belangrijkste personages, zijn twee kalme, sociaal gemankeerde dertigers die het ouderlijk huis in een rustig stadje nooit hebben verlaten. De een is ghostwriter voor kinderencyclopedieën, de ander werkt als parttime postbezorger. Samen doen ze elke avond een bordspel. Maar hun vriendschap is „niet zomaar de makkelijkste weg voor twee stille, eenzelvige mannen met weinig andere opties, het [is] een pact. Een pact om weerstand te blijven bieden aan de maalstroom van gedoe en lompheid die de rest van de wereld kenmerkte.”

Rónán Hession: Leonard en Hungry Paul. (Leonard and Hungry Paul) Vert. Eefje Bosch en Manik Sarkar. Van Oorschot, 304 blz. € 23,50

Vermoedelijk is dat de hoofdreden van de populariteit van deze roman (en tv-serie): ook veel lezers snakken in deze woelige tijden naar zo’n pact. Er valt geen onvertogen woord, er is geen sprake van geweld, dreiging of narigheid in Leonard en Hungry Paul. Het kabbelt, maar is daarbij toch geen doorsnee feelgoodroman. Daarvoor schrijft Hession te goed en vooral ook te grappig. De wendingen in het verhaal, in de ontwikkeling van de personages (naast Leonard en Hungry Paul, wiens bijnaam overigens onverklaard blijft, ook Grace, de oudere zus van Hungry Paul, en zijn ouders) zijn, hoe klein ook, vaak verrassend.

Hession blinkt uit in karakterbeschrijvingen. Over twee mensen, later een stel, die zich opgeven voor een badmintoncursus schrijft hij bijvoorbeeld: „Hij was een beginner die zich bij de gevorderden had ingeschreven vanuit de gedachte: ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ Zij had in de puberteit gespeeld en hoorde eigenlijk thuis bij de vergevorderden, maar had al zo lang niet gespeeld dat ze uit vorm was en het rustig aan wilde doen.” Het is in klein bestek een weerslag van hoe verschillend mensen het leven aanvliegen.

Ook weet Hession dikwijls treffende details te noemen: hoe iemand tijdens een prille, maar veelbelovende date een snottebelletje uit haar neus lacht en dat snel bedekt met haar hand bijvoorbeeld, of hoe een ander zichzelf in zo’n context plotseling een idiote uitdrukking hoort gebruiken („no biggie”) die hij normaal nooit bezigt. Hession biedt volop ruimte aan geestige terzijdes, zoals dat „alleen vrouwen van middelbare leeftijd en gangsterrappers” elkaar moeiteloos afwisselen en aanvullen als ze eenmaal het woord tot elkaar richten. Of dat de aanwezigheid van kofferwinkels op luchthavens raadselachtig is: „Hoe vaak [komen] er mensen met armen vol kleding naar het vliegveld om ter plekke een koffer aan te schaffen?”

Dat leest allemaal lekker gnuivend weg, zeker omdat de roman een alwetende verteller heeft en je vrijelijk dan weer met de een, dan weer met de ander meekijkt. Alle personages ontwikkelen zich. Een beetje. Leonard wordt verliefd; Hungry Paul wint een wedstrijd (zonder per se op winst uit te zijn); zijn zus treedt na een hoop uitputtende voorbereidingen uiteindelijk blij en bevrijd in het huwelijk.

Vermaak biedt Leonard en Hungry Paul dus zeker, al leest de vertaling jammer genoeg niet steeds even soepel. Je blijft haken aan een zin als: „Hij herkende zijn eigen bestwil als het zich aandiende.” Uiteindelijk hamert auteur Hession helaas ook te veel op de toch ietwat brave boodschap van zijn boek: het komt zoals het komt, het gaat zoals het gaat. De volgens anderen beperkte Hungry Paul blijkt de wijsheid in pacht te hebben. Hij is een moderne variant van de nobele wilde. In zijn ogen is de wereld een complexe plek waar de mens zowel de hoofdoorzaak als het grootste slachtoffer van is. Hij houdt tegen het eind een lang pleidooi over zonder angst en vrees in het nu leven, waar hij in de rest van het boek zo welsprekend helemaal niet is. Dat is jammer, in een verder toch plezierig boek.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Boekrecensies fictie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next