De nieuwe woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft zichzelf geen dienst bewezen met onjuiste beweringen over haar militaire tijd in Afghanistan. Kritische Kamerleden hopen vooral dat zij nu aan de slag gaat met het oplossen van de woningcrisis.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en voormalig correspondent Afghanistan.
In een poging Nederlanders te wijzen op schaarste en hoe daarmee om te gaan, stelde woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan eerder deze week in de Britse krant The Guardian ten onrechte dat zij als militair in Afghanistan douche- en telefoonmuntjes moest gebruiken. Dat bleek bij nader inzien niet waar. ‘Ik had dit voorbeeld niet moeten gebruiken en mijn woorden zorgvuldiger moeten kiezen. Daar trek ik lering uit’, aldus de minister donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.
In de krant had Boekholt-O’Sullivan louter ‘wat voorbeelden willen geven’ van de wijze waarop mensen met schaarste kunnen omgaan. Mensen zullen misschien ook wat soberder moeten gaan wonen, suggereerde ze, opdat er sneller gebouwd kan gaan worden.
‘Hierbij verwees ik onder meer naar schaarste tijdens militaire uitzendingen. Hoewel ik hiermee bedoelde te onderstrepen dat we samen veel voor elkaar kunnen krijgen, heeft dit voorbeeld voor verwarring gezorgd’, zei de bewindsvrouw donderdag in een Kamerdebat waar de kwestie aan de orde kwam. ‘Dat betreur ik.’
GroenLinks-PvdA-Kamerlid Habtamu de Hoop nam niet direct genoegen met de uitleg. Hij wilde expliciet weten of de minister er ook spijt van had dat haar woordvoerder een dag eerder de verslaggever van The Guardian ‘voor de bus had gegooid’ door de schuld voor het foutieve citaat aanvankelijk bij de journalist neer te leggen, iets wat de betreffende auteur stellig ontkende.
Boekholt-O’Sullivan trok daarop voorzichtig het boetekleed aan. ‘Ik heb haar inmiddels gebeld en zij weet dat ik daarvoor mijn eigen verantwoordelijkheid neem’, zei de minister. Tegen politiek verslaggevers zei de bewindsvrouw later ter toelichting: ‘Ik zal de journalist nog bellen om te vragen of het nodig is dat daar ook excuses worden gemaakt.’
Daarmee lijkt de kwestie voor de minister met een sisser af te lopen. Ze verliet het debat zonder al te grote kleerscheuren. De betrokken Kamerleden benadrukten dat zij de kwestie niet onnodig wilden opblazen, maar merkten in de wandelgangen wel op dat de minister in haar eerste weken geen overtuigende indruk heeft weten te maken. In haar eerste woondebatten zocht ze vaak naar woorden. In contact met journalisten kan ze haar irritatie over de gestelde vragen soms moeilijk onderdrukken.
Het voorbeeld van de douche- en telefoonmuntjes is voor de meeste Kamerleden op zichzelf geen zwaarwegende kwestie, maar de wijze waarop de minister ook dit keer met vragen omging wel. Het duurde twee dagen voordat de bewindsvrouw met opheldering kwam, na herhaalde verzoeken vanuit de Kamer.
In een tijd waarin het vertrouwen van Nederlanders in de politiek laag is, wordt er van links tot rechts gehamerd op het belang van ‘eerlijkheid’. Het is een van de redenen dat er onlangs zo zwaar werd getild aan het feit dat de beoogde staatssecretaris Nathalie van Berkel had gelogen over de door haar gevolgde opleidingen.
De Hoop sprak donderdag dan ook van ‘een valse start’ en ‘een beginnersfout’ van de minister. Maar, zei hij ook: ‘Het is goed dat ze dat erkent.’ Verder wil de grootste oppositiepartij zich nu concentreren op het oplossen van de woningcrisis. ‘Daar is meer daadkracht voor nodig en dat moet echt beter. Want woningzoekenden kunnen niet wachten.’
Ook bij de BBB en andere rechtse oppositiepartijen is de stemming dat de geloofwaardigheid van de minister een deukje heeft opgelopen, maar ze willen vooral dat zij nu aan de slag gaat met het realiseren van beter betaalbare woningen.
Of dat gaat lukken, zal mede afhangen van de ontwikkeling van Boekholt-O’Sullivans politieke stuurmanskunsten. Zelf vond ze het donderdag vooral vervelend dat dit nu een van haar eerste nieuwsfeiten als bewindsvrouw is geworden. In gesprek met journalisten liet ze donderdag na zeven minuten weten dat ze het welletjes vond met alle vragen. ‘Ik denk dat ik genoeg heb gezegd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant