De Hongaarse regering voert een schaduwcampagne in de aanloop naar de verkiezingen. Het land staat vol billboards van de regering die de boodschap van Viktor Orbán erin hameren – op kosten van de belastingbetaler. Activisten in het stadje Pécs ‘corrigeren’ de posters.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit de Hongaarse stad Pécs.
Lijm, drukwerk, rollers en een ladder zijn essentieel, maar het belangrijkste wapen van de posterpartizaan is humor. Dat is het beste medicijn in een verkiezingscampagne die de grens van het absurde opzoekt. Neem de rotonde die de vier activisten vandaag op het oog hebben. Verspreid over twintig à dertig meter staan maar liefst zes billboards met een grijnzende Zelensky en de tekst ‘Laat hem niet als laatste lachen’.
Péter Heindl (65) en Simon Wintermans (61) zetten een ladder tegen het billboard, dopen de roller in de lijm en klimmen met hun drukwerk naar boven. Nu de humor: een AI-afbeelding van Poetin achter tralies. Daarnaast gaat met graffiti een dik kruis door ‘niet’: laat Zelensky het laatst lachen, met Poetin in de cel. De kwinkslagen verschillen per type billboard, maar de activisten plakken er een extra, ernstiger boodschap naast: ‘Campagneposters van de staat zijn verkiezingsfraude.’
Dit zijn officieel namelijk geen posters van Orbáns partij Fidesz. De billboards staan in het teken van de ‘nationale enquête’, een niet-bindend pseudoreferendum. Dit jaar gaat deze over de oorlog in Oekraïne, meer specifiek de Hongaarse steun aan het land. Een eerdere poster toonde een bedelende Zelensky met groot erbij: ‘We zullen niet betalen’. Een van de leidende vragen: ‘Ik zeg nee tegen verdere financiering van de Russisch-Oekraïense oorlog!’ Orbán schermt graag met de uitslag van deze enquêtes alsof het de Hongaarse volkswil is.
In werkelijkheid is het een truc die de regering, net als bij de vorige verkiezingen, vlak voor de stembusgang op 12 april van stal haalt. De enquête verspreidt de campagneboodschap van Orbán, namelijk: Brussel en Kyiv spannen samen om een marionettenregering in Boedapest te installeren, geleid door oppositieleider Péter Magyar. Vervolgens zullen Hongaarse huishoudens opdraaien voor de kosten van de oorlog en zelfs hun zonen naar het front moeten sturen. Alleen Viktor Orbán kan ze beschermen.
Het is een staatsinitiatief, dus draait de belastingbetaler ervoor op. Zo hangt het land vol met de boodschap van Fidesz zonder dat het de partij een cent kost. Het is een van vele manieren waarop Hongaarse verkiezingen een oneerlijke strijd zijn. Er zijn ook andere billboards buiten de officiële campagne om, gefinancierd door organisaties die gelieerd zijn aan Fidesz. Zo staat naast de zes Zelensky’s een billboard om reclame te maken voor een stripalbum dat Magyar zwartmaakt.
‘De staat moet neutraal zijn’, zegt Heindl, jurist van beroep. ‘Het is een schandaal. Als een staat niet neutraal is, zijn de verkiezingen niet vrij.’ Voor Wintermans zijn de billboards het summum van de vloedgolf aan propaganda die in campagnetijd via elk denkbaar medium op je afkomt. ‘De tv kun je nog uitzetten. Dit is overal.’ In recente peilingen is Zelensky onder Hongaren net zo impopulair als Poetin.
Wintermans, dat klinkt weinig Hongaars. Hij is een Nederlandse ondernemer, verhuisde hier dertig jaar geleden naartoe en spreekt de taal vloeiend. Het bonte gezelschap bestaat verder uit schrijver Viktor Horváth (64) en poppenspeelster Gabi Csizmadia (60), die foto’s en filmpjes van ‘het corrigeren’ maakt. Ze wordt gedreven door haar ‘rechtvaardigheidsgevoel’. Daarnaast zijn de billboards ‘lelijk’ en ‘eng’. ‘Kinderen worden er bang van.’ Ze toont een filmpje van hun meest recente actie: 188 duizend keer bekeken op Facebook.
Ze zijn niet alleen. Met name in Boedapest worden de billboards beklad of vernield. Soms ook reguliere campagneposters. Die laten de activisten in Pécs met rust, legt Wintermans uit terwijl hij van tevoren de lijm aanmaakt. ‘Dat is een wettelijke verkiezingscampagne. Maar dít is illegaal.’
Overigens zijn ze ook in progressieve studentenstad Pécs (145 duizend inwoners) niet de enigen, zegt schrijver Horváth. ‘Er zijn ‘parallelle brigades’ actief.’ Ze zijn wel de enige die met hun volledige naam en gezicht in beeld verschijnen en liefst op klaarlichte dag werken. Dat is meer dan branie. ‘We willen laten zien dat we niet bang zijn en anderen inspireren.’
Het moet wel snel, voordat iemand de politie belt, die hun spullen vervolgens confisqueert. ‘Kost je een ladder.’ Inmiddels zitten ze aan ladder nummer drie. Gedoneerd, weliswaar wat gammel, maar een gegeven paard… Wintermans wiebelt een meter of drie boven de grond, terwijl Heindl en Horváth de ladder vasthouden. ‘Pfff, dit is hoog.’ Tientallen auto’s rijden voorbij.
Onbegonnen werk is het. Alleen al vanaf deze rotonde tot aan de rand van Pécs, een goede twee kilometer, staan negentien billboards. Afgelopen weken heeft de groep er zo’n veertig aangepakt. De ‘gecorrigeerde’ versies worden verwijderd en vervangen: de posters die ze vandaag bewerken, hadden ze vier dagen terug al gedaan. ‘Dan slaan we gewoon opnieuw toe.’ Ze denken resultaat te boeken: Pécs telt nu minder billboards, mogelijk door hun ‘aanvallen’.
Een voorbijrijdende auto toetert een paar keer. Het raam gaat open en ze krijgen een grote duim omhoog. Een jonge man die voorbijfietst, zegt tegen Heindl: ‘Ik heb je rekeningnummer gevraagd om te doneren.’ Soms is het minder aangenaam. Laatst werden Wintermans en Csizmadia bijna van hun sokken gereden door een Fidesz-aanhanger, die hen vervolgens de huid vol schold.
De ‘correcties’ hangen, ze maken rechtsomkeert. De stemming is vrolijk, maar Horváth benadrukt de ernst van de situatie. ‘Deze verkiezingen scheelt het heel weinig. Daarom is het zo belangrijk de propaganda aan te pakken.’ In de peilingen staat de oppositie met meerdere procentpunten voor, het is de grootste kans op een regeringswissel in zestien jaar. Er is nog altijd de mogelijkheid dat Orbán wint. Riskant en spannend, vinden de partizanen, die geen coulance verwachten. ‘Als Fidesz wint, zijn we het haasje.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant