Komedieserie The Comeback begon in 2005 als scherpe satire over reality-tv en het bijbehorende egoïsme. In het nieuwste en laatste vervolg is de serie uitgegroeid tot een soort afscheidsbrief aan Hollywood en het medium televisie.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
The Comeback is een merkwaardig geval in het serielandschap. De komedieserie van HBO begon in 2005 en kreeg pas een vervolg in 2014 en 2026. Daardoor valt ze een beetje tussen alles en niets: geliefd onder een bescheiden cultpubliek, nooit een echte hit geworden.
Dat is zonde en onterecht, want The Comeback is een van de scherpste satires op de tv-industrie van deze tijd. De serie draait om Valerie Cherish (Lisa Kudrow, bij de start in 2005 extreem populair vanwege haar rol als Phoebe in Friends), een actrice die wanhopig zoekt naar nieuw succes nadat ze tien jaar eerder een hoofdrol heeft gehad in de populaire sitcom I’m It!
Maar de entertainmentindustrie dankt veertigplusvrouwen doorgaans algauw af, en dus neemt Valerie uit armoe maar een rol aan in de puberale sitcom Room and Bored, als zeikerige tante die een stel geile tieners in toom moet houden. Parallel aan die ‘comeback’ wordt Valerie gevolgd voor een realityserie, waarin al haar wanhopige stappen worden vastgelegd om weer succesvol te worden in Hollywood.
Het eerste seizoen van The Comeback bekritiseerde daarmee vooral de populariteit van realityseries waarin mensen alles doen om relevant te blijven. Daar kwam ook het idee in eerste instantie vandaan, zo vertelde Kudrow, die de serie samen met Sex and the City-maker Michael Patrick King bedacht, onlangs aan popcultuursite The Ringer: ‘Ik zag overal op tv mensen die hun waardigheid opgaven, maar waarvoor? Alleen maar om op tv te komen?’
Het maakt de serie een boeiend tijdsdocument, want in de jaren na 2005 zou dit alleen maar erger worden, met ook in Nederland allerhande influencers en quasiberoemdheden die van duikplanken sprongen, naakt gingen daten of elkaar massaal een loer probeerden te draaien in domme spelletjes.
Het eerste seizoen fileerde die dynamiek als geen ander en was zijn tijd daarmee ver vooruit. Het mocht in eerste instantie niet baten, want de serie werd na één matig bekeken seizoen stopgezet door HBO.
Negen jaar later kwam de zender daarop terug. In het vervolg werd de televisiewereld van de jaren tien op de hak genomen, zeker toen Valerie (hoe meta!) werd gecast in een prestigeserie van prestigezender HBO, waarin een van de schrijvers terugblikt op zijn ‘getroebleerde’ tijd als schrijver van de mislukte sitcom. In 2014 vierde de (mannelijke) antiheld tenslotte hoogtij.
En in het derde (en laatste) seizoen, dat nu wekelijks te zien is op HBO Max, zien we misschien überhaupt wel de laatste stuiptrekkingen van het medium televisie zoals we dat kennen. Ruim tien jaar nadat ze een Emmy heeft gewonnen voor haar metarol in de prestigeserie, heeft Valerie nog altijd moeite om aan de bak te komen. Om te overleven neemt ze inwisselbare bijrolletjes aan, heeft ze een eigen podcast (Cherish the Time) en doet ze mee aan de Amerikaanse versie van De verraders.
Maar dan gloort er ineens hoop als ze een rol krijgt aangeboden in een nieuwe komedieserie die het ‘ouderwetse sitcomgevoel’ moet terugbrengen. Wat de baas van de streamingdienst (een lekker gladde Andrew Scott) er liever niet bij zegt, is dat het script van deze sitcom (‘een soort Fawlty Towers, maar dan met een vrouw’) grotendeels wordt geschreven door AI. De menselijke schrijvers die zijn ingehuurd, zijn vooral een soort babysitters van de computer.
Het houdt Valerie niet tegen, want uiteindelijk zegt ze ja tegen alles. Het maakt haar een aangenaam irritant personage: ze is meermaals volstrekt toondoof, een tikkie onuitstaanbaar en vaak een wandelende bron van sociaal ongemak naar wie niemand luistert.
Dat je als kijker desondanks met haar blijft meeleven, is vooral te danken aan Kudrow. Dat zit alleen al in haar gezichtsuitdrukking: ergens in dat veel te vrolijke gezicht schuilt altijd overduidelijk een blik van pure wanhoop, een blik die schreeuwt: haal me in vredesnaam uit deze vreselijke wereld!
Waar de eerste twee reeksen van The Comeback vooral op pijnlijk grappige wijze keken naar reality-tv en navelstaarderige mannen met hun antiheldenseries, is de dreiging in dit slotseizoen existentiëler, en haast een soort waarschuwing voor iedereen die in de culturele sector werkt.
Draaide de serie eerder om de behoorlijk egocentrische overlevingsstrijd van één actrice, dan is de wereld in de slotreeks steeds meer op haar gaan lijken. In een tijd waarin ‘uitsterving’ nabij is, is het voor iedereen een kwestie van knokken en ellebogen. Iedereen moet zijn ziel verkopen, omdat er straks misschien wel helemaal geen ziel meer is in Hollywood.
Daarmee wordt het derde seizoen van The Comeback bijna een soort afscheidsbrief aan het medium televisie zoals we dat kennen. Hoe cynisch, duister en ongemakkelijk de serie ook vaak is, ergens in dit slotseizoen schuilt een liefdevolle ode aan ouderwetse tv die gemaakt wordt door gewone mensen met al hun gebreken. Zoals een oudere regisseur het samenvat tegen Valerie: ‘Gebroken zielen maken iets uitzonderlijks, omdat het niet is voorgeprogrammeerd.’
Kijk naar The Comeback, en je kijkt naar een geschiedenis van televisie in de 21ste eeuw. De serie is altijd een aanklacht geweest – tegen reality, tegen aandachtsgeilheid, tegen de behandeling van vrouwen in de industrie, tegen mannen die hun trauma’s wél breed mogen uitmeten. En nu is ze een aanklacht tegen het onvermijdelijke einde van misschien wel het hele Hollywood-systeem.
‘Ik hoop dat Rome tot de grond toe afbrandt’, zegt een van de schrijvers van de sitcom uit wanhoop over de ingrijpende AI-ontwikkelingen.
Hollywood koerst dan misschien af op de apocalyps, in The Comeback mogen we er in ieder geval om lachen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant