In deze serie met Mercedes-Benz rijden we door het hele land: van VELD naar VAN. We spreken oud-profvoetballers over hun verleden en hun carrièreswitch. Ooit reden ze met de spelersbus naar volle stadions. Nu rijden ze in hun eigen bedrijfswagen door het land tijdens hun tweede carrière. In de derde aflevering oud-Feyenoorder André Hoekstra, die transformeerde van Koning van de Kluts tot klusser.
© Pro Shots
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Mercedes-Benz.
Hoe was het om bij Feyenoord met Johan Cruijff te spelen?
‘Fantastisch. Cruijff wist als geen ander hoe mensen in elkaar steken en kende heel goed de kwaliteiten van spelers. Tegen mij zei hij altijd: “Als jij gewoon gaat, zorg ik dat die bal bij jou terechtkomt.” Nou, dat maakte hij waar ook. Niet alleen bij mij, maar ook richting Ruud Gullit en Peter Houtman. Cruijff had ogen in zijn achterhoofd, hartstikke mooi om mee te maken. Ik maakte dat seizoen als middenvelder ook negentien doelpunten, we werden kampioen, wonnen de beker én ik werd ook nog geselecteerd voor het Nederlands elftal. Ik had eerder ook al het laatste jaar van Willem van Hanegem bij Feyenoord mogen meemaken. Ik heb toch mooi van twee grootheden van het Nederlandse voetbal mogen leren.’
Uiteindelijk bleef het bij dat ene optreden in het Nederlands elftal.
‘Ik kom regelmatig in quizvraagjes voorbij. En dan komt vaak meteen de vraag erachteraan wie in zijn enige interland ook nog scoorde. Nou, dat ben ik! Het was tegen Denemarken, eigenlijk was die wedstrijd bedoeld als oefenduel richting het EK. Denemarken had zich geplaatst voor het eindtoernooi en Nederland ging daar ook van uit, tot die 12-1 overwinning van Spanje op Malta ineens gebeurde. Daardoor meldden verschillende spelers zich af voor die interland en zo werd ik vanuit Jong Oranje overgeheveld naar het eerste. Het was schitterend om mee te maken.’
Hoe verliep jouw overgang van voetballer naar het leven daarna?
‘Ik zat op de opleiding voor lichamelijke opvoeding en ben tijdens mijn voetbalcarrière al begonnen met het behalen van mijn trainerspapieren. Vervolgens was ik binnen no time trainer in het betaalde voetbal en dat heb ik 23 jaar lang gedaan. Bij clubs als RBC Roosendaal, ADO Den Haag en heel erg lang bij Excelsior. Voornamelijk als assistent, maar bij ADO Den Haag ben ik nog anderhalf jaar hoofdtrainer geweest. Na die periode bij ADO wist ik ook vrij zeker dat ik niet per se een hoofdtrainer was voor in het betaalde voetbal. Ik voelde me toch prettiger op de achtergrond.’
Nu werk je voor een klusbedrijf. Wist je als voetballer al dat je zo handig was?
‘Als er iets kapot was, probeerde ik het altijd wel eerst zelf te maken, voordat ik andere mensen inschakelde. In mijn periode als voetballer hadden we best veel vrije tijd. Ik kocht op een gegeven moment een huis en heb toen zelf mijn zolder verbouwd. Ik leerde mezelf eigenlijk van alles aan en dat bleef er altijd wel in zitten.’
Herkennen mensen je vaak als je langskomt voor een klusje?
‘Eén van mijn collega’s is ook bestuurslid bij de amateurtak van Feyenoord, dus tussen onze klanten zitten ook veel supporters van de club. Vooral mensen van de oude garde vragen weleens: “Bent u niet…?” En dan antwoord ik: “Ja, dat ben ik.” Bij de jongere generatie is dat een stuk minder. Het zou kunnen dat ze oude beelden hebben gezien, maar ik lijk ook niet meer op de persoon die ik toen was. Zo had ik bijvoorbeeld wel wat meer haar. Ik maak weleens mee dat jongere mensen zeggen: “U lijkt op John de Wolf!” Dan reageer ik vaak: “Ik denk dat John eerder op mij lijkt”.’
Zijn er overeenkomsten tussen het voetbal en je huidige werk?
‘Als voetballer probeer je mensen te entertainen. Nu creëren wij ook mooie dingen en negen van de tien keer wordt de klant daar ook heel erg blij van. Het verschil is wel dat je het in de voetballerij voor heel veel mensen in een stadion doet. In mijn huidige werk doe ik dat eerder voor een bedrijf of een particulier.’
Hoe belangrijk is een goede bedrijfswagen?
‘Daar heb ik meteen in geïnvesteerd. Ik kan er een hoop kisten en andere zaken in kwijt. Als ik nu ergens een overkapping moet zetten, zou ik er zo naartoe kunnen rijden. Alles zit in de bedrijfswagen. Behalve het hout dan, dat laat ik vaak daar afleveren.’
Welke vijf mensen uit de voetballerij zou je graag meenemen in de bedrijfswagen?
‘Stanley Brard neem ik mee, want die zou ons overal veilig naartoe kunnen brengen. Ik zou ook Ivan Nielsen meenemen, want die heeft ook twee rechterhanden. Die zei vroeger al dat hij na zijn voetbalcarrière als loodgieter in Denemarken wilde gaan werken. Dat was zijn droom en dat doet hij volgens mij nog altijd. Ik zou ook Johnny Rep meenemen, die had van die mooie Amsterdamse humor. Was bijvoorbeeld iemand z’n voetbalschoenen kwijt en stonden ze ineens bevroren in de vrieskist. Dan zou ik René van Dieren nog meenemen, ook vanwege zijn humor. Natuurlijk heb ik ook een plaatsje voor Johan Cruijff. Die wist alles, dus dan hebben we op iedere vraag meteen een antwoord.’
Source: VI Nieuws