Home

GroenLinks-PvdA krijgt een nieuwe naam, maar zelfs in het rode Heerenveen ontbreekt het geloof in een linkse volksbeweging

Vandaag presenteert GroenLinks-PvdA de nieuwe naam van de fusiepartij. Maar in Heerenveen, de bakermat van de sociaaldemocratie in Nederland, wordt duidelijk dat er voor de fusiepartij meer existentiële uitdagingen zijn dan het kiezen van een eendrachtig etiket.

In de Kwartelstraat werden de gevels, voordeuren en kozijnen begin jaren negentig bordeauxrood geschilderd. Vorig jaar ging er nog een verse laag overheen. ‘Ik vind het niks, maar ons is natuurlijk niks gevraagd’, zegt Jaap Visser. Op zijn knieën in de voortuin wiedt hij onkruid tussen de blauwe druifjes, de camellia staat al in bloei.

Dat alles verandert, weet Visser (82) al te goed. Vorig jaar overleed zijn vrouw, afgetakeld door dementie. De school op de hoek van de straat, waar hun zoon nog op zat, maakt plaats voor nieuwbouw. De openbare en christelijke basisschool in de Vogelwijk gaan samen verder onder één dak.

En Visser, al ruim een halve eeuw woonachtig in het voorheen zo rode Heerenveen, stemde vorige week voor het eerst in zijn leven niet op de PvdA.

Voor de kapperszoon was stemmen op de sociaaldemocraten onderdeel van de opvoeding. ‘Je wist niet beter.’

Sociaal is hij nog steeds, zegt Visser. Van de zetelwinst van Forum voor Democratie (3 zetels) gruwt hij – ‘veel te rechts’. Hij koos vorige week voor Heerenveen Lokaal. ‘Die zijn van hier, je hoopt dat ze iets voor ons kunnen betekenen.’

Op een van de twee lantaarnpalen in de straat zit een sticker. Het licht blijft uit, zo bespaart de gemeente jaarlijks 50 duizend euro. ‘Dat zeggen ze, maar wat er dan met dat geld gebeurt …’

Bakermat

Je kunt Heerenveen gerust de bakermat noemen van de sociaaldemocratie. Het Friese district verkoos Ferdinand Domela Nieuwenhuis (geboren Amsterdammer, dat wel) in 1888 als eerste socialist in de Tweede Kamer. De Partij van de Arbeid was er sinds de oprichting in 1946 onafgebroken de grootste in de gemeenteraad.

Tot vorige week.

Ondanks de met GroenLinks vereende krachten werd de combinatie met 124 stemmen voorbijgestreefd door Heerenveen Lokaal. Vier jaar geleden haalden PvdA (7) en GroenLinks (3) opgeteld nog 10 zetels. Nu moeten ze het samen doen met de helft.

Nergens in Friesland was het geheel voor de naderende fusie groter dan de som der delen – integendeel. In Leeuwarden werd 8 plus 7 slechts 9, in de grootste plattelandsgemeente Súdwest-Fryslân bleek 8+2=7.

‘Domela Nieuwenhuis, Ús Ferlosser, wist socialisten te mobiliseren met een anti-elite- boodschap’, vertelt Herman van Vliet (67), historicus, voor zijn huurflat in een eenvoudige wijk tegenover het Domela Nieuwenhuis-museum. ‘De sociaaldemocratie was een soort geloof.’

Zelf stemde de voormalige legerofficier nog wel op de linkse combinatie, met lichte tegenzin. ‘Ik heb ze niet gezien op campagne, terwijl hier de arbeidersklasse nog woont. Met die mensen moet de partij in gesprek.’

Vandaag presenteert GroenLinks-PvdA in het Noord-Hollandse Halfweg de nieuwe naam die de versmelting moet bezegelen, na negen maanden brainstormen en het inschakelen van een ‘senior coördinator rebranding’. Maar de verkiezingsuitslag van vorige week toont vooral de spagaat van de fusiebeweging.

Terwijl in (universiteits)steden zoals Amsterdam, Groningen en Utrecht GroenLinks-PvdA de grootste werd door het verlies te beperken of zelfs wat te winnen, liepen in voormalige ‘rode bolwerken’ veel kiezers weg. In Tilburg gingen 5 van de 13 zetels verloren, in Zaanstad 2 van de 8, in Pekela 2 van de 4.

De groeimarkt is de hogeropgeleide progressieve elite in de grote (rand)steden. Die voelt zich aangesproken door de standpunten op wat politicologen de culturele dimensie noemen: klimaat, migratie, identiteit.

De traditionele PvdA-achterban, die zich vooral vanwege de sociaal-economische agenda thuisvoelt op links en in cultureel opzicht wat terughoudender is, lijkt aanzienlijk minder enthousiast. Die tendens was in Heerenveen al zichtbaar tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar, toen de PVV de grootste werd. Die partij paste voor de gemeenteraad. Nu weken kiezers uit naar Heerenveen Lokaal.

Onder aan streep raakten PvdA en GroenLinks in vier jaar circa 20 procent van hun kiezers kwijt. Ondanks de aftocht van de volgens opinieonderzoek impopulaire partijleider Frans Timmermans, ondanks het disfunctionerende PVV-VVD-NSC-BBB-kabinet, en ondanks alle bezuinigingsplannen van de nieuwe coalitie.

Nestgeur

‘Mogen we nog wel taart eten?’, vroeg het Friese Tweede Kamerlid Habtamu de Hoop toen hij de Heerenveense lijsttrekker Sybrig Sytsma (64) belde, de dag na de gemeenteraadsverkiezingen. Partijleider Jesse Klaver had de verkiezingsuitslag (139 zetels verlies) de avond ervoor gevierd, omdat GroenLinks-PvdA de grootste landelijke partij was. De plus in Rotterdam en Utrecht maskeerde enigszins het forse verlies buiten de Randstad.

‘Hier was het een heel harde klap’, zegt Sytsma op haar kamer in het gemeentehuis. De Hoop en ook Klaver belden om haar een hart onder de riem te steken. ‘Die taart mocht overigens van mij: dat kan ook troostrijk zijn.’

Sytsma wil geen overhaaste conclusies trekken uit het pijnlijke verlies. Er moet eerst goed uitgezocht worden waarom voorheen zo trouwe linkse kiezers de partij de rug toe keerden. Zelf denkt ze dat een aantal lokale thema’s mede bepalend is geweest. Het parkeerbeleid bijvoorbeeld, en de plannen voor nieuwbouw van het gemeentehuis. Een miljoenenpost, waarop het makkelijk schieten is voor een plaatselijke oppositiepartij.

Grote aversie tegen GroenLinks heeft ze tijdens de campagne zelf niet ervaren. ‘Al hoor je hier natuurlijk wel vaak: wij zijn echt van de PvdA.’ Ze ziet tegelijkertijd dat de uitslag in Heerenveen niet op zichzelf staat. ‘Dat is een reden van zorg, maar ik vind het te simpel om de fusie met GroenLinks daar de schuld van te geven. We staan wel voor een grote uitdaging om iets van de nestgeur van de PvdA mee te nemen in de nieuwe partij, zodat de mensen die zich voorheen verbonden voelden zich er ook thuis kunnen voelen.’

Heerenvener Van Vliet is meer uitgesproken. ‘Het sentiment is: de PvdA was van ons. GroenLinks is toch een beetje elitair.’

Het fusieproces liet ook weinig tijd voor gewenning. Een gezamenlijke lijst kwam aanvankelijk te vroeg, hoorde de Volkskrant in 2024 nog in Heerenveen. ‘Je moet een herkenbare politieke organisatie houden’, zei PvdA-voorzitter Frans Bouwers destijds. En: ‘Ik ben bang dat als we te snel de fusie met GroenLinks inrollen, we onze kiezers aan de rand van de samenleving verliezen.’

Afgelopen zomer stemden de leden tóch in met een gezamenlijke lijst en programma. Lijsttrekker Sytsma: ‘Doordat het kabinet viel en er een gezamenlijke landelijke lijst kwam, werden we voor de keuze gesteld. Lokaal met twee aparte lijsten meedoen werd daardoor onlogisch.’

Maar achteraf gezien, onderkent ze, ging het misschien wel te snel. Het bemoeilijkte de campagne. ‘We zaten nog met een geknutselde naam, met twee aan elkaar geplakte logo’s. We moeten een nieuw verhaal uitdragen, maar dat is er nog niet helemaal.’

Dieprood

Met name de oude garde voelt de pijn. ‘Ik heb er een paar nachten amper van geslapen. Na tachtig jaar niet meer de grootste in de raad, dat doet gewoon pijn’, zegt de 78-jarige Betty van der Ven. Ze is ‘dieprood’, 44 jaar lid van de PvdA en was twaalf jaar raadslid voor de partij in Heerenveen.

Van der Ven is kritisch op de scouting, de scholing en de campagne. De partij was te weinig zichtbaar op straat, en er waren te weinig herkenbare kandidaten uit belangrijke dorpen in de gemeente. Eind januari werd nog een nieuwe Facebookpagina gelanceerd. Die heeft nu 25 vrienden, zegt ze. ‘Nou, dat schiet op.’ En de verkiezingsposter? ‘Het lijkt wel de begrafenis van GroenLinks-PvdA.’

Het duo-lijsttrekkerschap (Sytsma deelde de functie met GroenLinks-wethouder Gerrie Rozema (56)) droeg ook niet bij aan herkenbaarheid. De constructie werd gekozen om beide bloedgroepen recht te doen. ‘Maar soms moet je flink zijn’, vindt Van der Ven. ‘Wij hadden 7 zetels, zij 3.’

Voor de duidelijkheid: Van der Ven is voor de fusie. ‘We moeten ook vooruitkijken.’ Al vond ze de gang van zaken op het congres rond de motie-Piri (over een tijdelijk wapenembargo tegen Israël) en de bejegening van Gerdi Verbeet, die daar kritiek op had, ‘vreselijk’. ‘Die jonkies van GroenLinks denken dat ze de wereld wel even zullen veranderen. Met de Jonge Socialisten heb ik nog nooit zoiets beleefd.’

Het ‘groene’ verhaal is op de arme Friese zandgrond nooit geland. In een dorp als Jubbega echoot bovendien de weerzin tegen het communisme nog na (de CPN ging in 1990 op in GroenLinks, red.). In Haskerdijken, net ten noorden van Heerenveen, trof ze mensen in tranen: ‘Met GroenLinks is het onze partij niet meer.’

Partij van de Afvalligen

Net als elders sloegen in Friesland veel plaatselijke partijen hun slag. Heerenveen Lokaal belooft ‘ombudspolitiek’, is kritisch op de mogelijke komst van een azc (niet per se tegen) en hekelt de verhoogde parkeertarieven.

‘De Partij van de Afvalligen’, noemt Jaap Stalenburg (62) ze. ‘De mensen kenden de PvdA hier als de partij die lokale problemen oploste. Die rol is nu overgenomen’, zegt het Provinciale Statenlid en voormalig PvdA-raadslid in Heerenveen. ‘Neem die parkeertarieven. Daar is bestuurlijk best een goede reden voor, maar mensen hebben daar geen boodschap aan. Populisten – en dat bedoel ik niet per se negatief – zijn ons voorbijgehold.’

Ook Stalenburg is voor de fusie, al ziet hij die vooral als een verstandshuwelijk om links niet verder te laten marginaliseren. Maar anders dan lijsttrekker Sytsma ervaart hij wel een sterk anti-GroenLinks-sentiment. Hij zat vrijdag op de markt in Leeuwarden met PvdA-raadslid Dirk Visser, zelf opgegroeid in een volksbuurt. ‘Er liepen tientallen mensen voorbij die zeiden: zonder die groenen hadden we wel op je gestemd, Dirk. Daar schrok ik van.’

Het VVD-frame van de linkse fusiepartij als een radicale club is uiterst effectief geweest, concludeert hij. Tegelijkertijd voelt hij weerstand tegen het moralisme, of het nu gaat over Israël of bitterballen. ‘We winnen gewoon de populariteitsprijs niet.’

Stalenburg vindt dat de eigen partijtop de vervreemding in de regio miskent. ‘Als je alleen kijkt naar het succes, zie je niet waar het fout gaat. De fusie is te zeer one size fits all. De Randstaddominantie is enorm. Maar zonder de regio kun je geen brede linkse volksbeweging zijn.’

Daarom irriteerden de ‘wereldvreemde jubelreacties’ op verkiezingsavond hem. Het grootste gevaar, zegt hij, zijn Amerikaanse toestanden in Nederland. ‘Waarbij links zich terugtrekt in stedelijke bastions, en het platteland in hoog tempo verrechtst. Dat zal links Nederland niet overleven.’ Daarom, meent Stalenburg, ligt nu de principiële keuze voor: ‘Willen we echt een partij zijn voor de happy few?’

Met enige vrees kijkt hij al vooruit naar de Provinciale Statenverkiezingen, volgend jaar. ‘Bij een ongewijzigde koers wordt dat de volgende klap. Dan verlies je ook in de Eerste Kamer je positie.’

Het Statenlid pleit daarom voor het inschakelen van een groep externe experts, data-analisten, campagnestrategen. Die moeten nagaan waarom stemmen verloren gingen en waar winst te boeken is. ‘Maar de reactie van het partijbestuur was nogal lauw. Ze vonden dat iets voor de regio zelf. Ik mis de urgentie.’

Eendracht

Wethouder Sytsma ziet na de verkiezingsnederlaag niet veel heil in een zelfkastijdende commissie, in de PvdA-traditie van Schuivende panelen (1986) of De scherven opgeveegd (2006). ‘Al dat zelfonderzoek heeft ons ook niet altijd verder geholpen.’

Meer eendracht kan wel helpen, denkt ze. ‘We moeten samen bouwen aan iets nieuws, van onderop en met respect voor het verleden.’

Te beginnen met een nieuwe naam. ‘Progressief Nederland’ zingt rond, net als ‘Verenigd Links’. Bij Sytsma zou ‘sociaal’ als eerste opkomen. Bij Betty van der Ven ook.

‘‘Progressief’, dat zegt mensen hier niets’, denkt het voormalige raadslid. ‘We hebben nog een lange weg te gaan, maar ik ben bang dat veel mensen afhaken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next