Nieuwbouw is populair bij senioren, die vaak ruime eengezinswoningen achterlaten. Een groter aanbod van nieuwbouwappartementen bevordert zo de doorstroom op de woningmarkt, blijkt uit onderzoek van het Kadaster.
is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Van mensen onder de 35 heeft 65 procent een verhuiswens, maar door de krapte op de woningmarkt kan die lang niet altijd uitkomen. Slechts 27 procent van de 65-plussers wil de komende twee jaar mogelijk verhuizen. Het opschroeven van de nieuwbouw zou een oplossing kunnen bieden.
Senioren die wel verhuizen, kopen namelijk relatief vaak een nieuwbouwhuis. Uit het onderzoek blijkt dat 17 procent van de huizenkopers boven de 65 een nieuw gebouwde woning kocht, meer dan bij jongere groepen.
Bij nieuwbouwappartementen waren 65-plussers de afgelopen jaren de grootste kopersgroep. In 2024 werden zij net voorbijgestreefd door 35-minners. Die kopen relatief minder vaak nieuwbouw, maar zijn wel de grootste groep huizenkopers.
Veel concurrentie is er niet tussen de oudste en de jongste kopers: de starters kopen over het algemeen veel kleinere appartementen dan ouderen.
De ouderen die nieuwbouw kopen laten grote huizen achter, van gemiddeld 175 vierkante meter. Hun nieuwe woning is met gemiddeld 125 vierkante meter een stuk kleiner. Door ouderen die nieuwbouw kopen, circa zevenduizend huishoudens per jaar, komen er dus honderdduizenden vierkante meters aan woonoppervlak vrij.
Hoewel ze minder vaak verhuizen, zijn 65-plussers die wel de knoop doorhakken minder honkvast dan jongeren, schrijft het Kadaster. De gemiddelde verhuisafstand van een 65-plusser die nieuwbouw koopt is 17,5 kilometer, bij jongere kopers is dat 11 tot 12 kilometer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant