Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Was Lviv voor Joseph Roth de poort naar het Westen, voor ons is het de poort naar het Oosten. Elk konvooi opnieuw worden we door haar wanhopige schoonheid welkom geheten, en over haar hobbelige kasseien weer uitgeleide gedaan.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De erebegraafplaats, waar de gesneuvelde soldaten uit Lviv worden begraven, hebben we van één langgerekte strook zien uitdijen naar tien, naar twintig stroken, net zo lang tot de heuvel verzadigd was en er geen kist meer bij kon. De begraafplaats is nu vol, de laatste soldaten gingen eind december de grond in, de volgende komen een heuvel verderop te liggen.
De bankjes naast de graven worden veelal bezet door treurende moeders en echtgenotes. Ook in de ijzige kou van de winter die goddank achter ze ligt, kwamen ze met verbeten trouw kruisen slaan, gebeden en tederheden prevelen. Het is een kleurrijk dorp geworden, vol vlaggen en bloemen, waar vreemden door de dood van hun geliefden buren zijn geworden. Maar nu de erebegraafplaats vol is, voltooid als het ware, zal het aanzien ervan drastisch veranderen. Op last van het stadsbestuur zullen de houten kruisen en de bankjes verdwijnen, net als de vlaggen, de bloemen en de aandenkens waarmee de graven zijn belegd. De nieuwe, uniforme graven worden van steen, met een groenblijvende heester tussen hoofd- en voeteneind. De heuvel krijgt het aanzien van een oorlogsbegraafplaats, een ernstige, martiale dodenakker in plaats van de levendige boel die het nu ondanks zichzelf is.
Een vader schildert het houten kruis van zijn zoon met een klein kwastje, dat hij om de paar streken in een flesje beits doopt, wetend dat het hout niet eens meer de tijd zal krijgen om vermolmd te raken. Het is een van de eerste warme lentedagen, zijn echtgenote plant viooltjes op het graf en kletst onderwijl met een buurvrouw over het wonderbaarlijke verhaal van de soldaat die terugkeerde uit de dood. Zijn resten waren geïdentificeerd met DNA en begraven in zijn geboortedorp. Het was een fout, na bijna vier jaar Russische krijgsgevangenschap werd Nazar Daletsky onderdeel van een gevangenenruil en belde zijn moeder op. ‘Mijn God’, bracht ze uit, ‘wat heb ik lang op je gewacht, mijn lieve kind.’
Na zijn revalidatie in een militair hospitaal keerde hij naar huis terug en bezocht zijn eigen graf. Hier ligt Nazar Daletsky. Het lag naast zes andere soldatengraven op het begraafplaatsje van Velykii Doroshiv. Het zijne was inderhaast geruimd, de verkeerd geïdentificeerde resten waren al opgegraven en afgevoerd. ‘Niet iedereen’, zegt Nazar, ‘krijgt de kans om zijn eigen begrafenis mee te maken en te zien wie er het hardst om hem huilt.’
Op de begraafplaats in Lviv flakkert nu dwaas en krachtig de hoop op in de harten van de moeders die alleen de onherkenbare resten van hun kind terugkregen uit het oosten – zou het kunnen dat ook hun kind, bij de gratie Gods, verwisseld is en dat er aan zijn dood net zo’n adembenemende vergissing ten grondslag ligt als bij de soldaat uit Velykii Doroshiv? Als het één keer kan gebeuren, kan het ook twee keer gebeuren, al is Onze-Lieve-Heer tot nu toe zuinig met zijn wonderen, op de erebegraafplaats van Lviv.
Source: Volkskrant columns