Home

Iedereen heeft zijn redenen, ook op Antarctica. Dat is nou net de misère

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

In de kamer van De Kleine Heinen hangt een ingelijste plaat van Marit Törnqvist. Het is een prachtige tekening. Onder een goudgele hemel dobberen twee bootjes op een zee van zonnebloemen. De lijst is massief, je moet hem niet op je tweejarige hoofd krijgen. Nu ze sinds kort groot genoeg is, probeert ze geregeld aan de lijst te gaan hangen. Na weer zo’n half gelukte hangpoging hing het ding scheef aan zijn haakje.

‘Niet aankomen!’, riep ik en hing het ding recht.

‘Niet aankomen!’, echode ze. ‘Niet aankomen, papa!’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Törnqvist ging enkele weken geleden op uitnodiging van een Zweedse universiteit op een reis richting Antarctica. Ik volgde de trip op sociale media en las en bekeek het reisverslag van reisgenoten Bram Vermeulen en Kadir van Lohuizen dat dit weekend in de Volkskrant verscheen. Vermeulen maakte ook een documentaire, waarvan deel één vanavond wordt uitgezonden bij de VPRO.

Lees het verhaal, bekijk de documentaire en voel hoe zich kleine steekjes door je lichaam verspreiden. Jaloezie. Zie Vermeulen uit de met beslipperde Zuidpoolhotelmedewerkers gevulde Airbus stappen en hoor hem, ondanks zichzelf, opgewonden ‘Antarctica, wauw!’ roepen. Zelfs als je er, zoals ik, niet aan moet denken om Antarctica te bezoeken, kun je enige afgunst niet onderdrukken. Je wilt het niet, maar je zou het graag willen willen.

Vermeulen en Van Lohuizen leggen de nadruk op de wetenschap, op de mensen die de Zuidpool bijna onder hun voeten voelen wegsmelten en daar in alarmistische verslagen kond van doen. Maar het exclusieve toerisme van rijke klimaatramptoeristen ligt als een schaduw over de documentaire. Hier zie je wat het inhoudt als er op wereldhistorische schaal nog maar één bitterbal op de schaal ligt: miljarden wachten af, en de paar mensen die al een leven lang gewend zijn gretig toe te tasten, doen dat ook nu. Het is de paradox van menselijke aanwezigheid op Antarctica: de afspraak is dat je mag komen als je aardig bent voor het continent en je bijvoorbeeld je poep per schip naar Kaapstad laat verschepen, maar je kunt niet aardiger zijn voor het continent dan door er weg te blijven. Niet aankomen.

Wytske Versteeg schreef ooit: iedereen die er komt, draagt bij aan het verdwijnen ervan. Versteeg had het over Antarctica, maar het had ook best over Venetië kunnen gaan, waar ik zelf graag kom. Dat is het probleem met het klimaat, zoals collega Marcia Luyten opmerkte: ‘zeespiegel’ beroert onze dopamineschakelaar niet.

Een klimaatonderzoeker in de eveneens deze week (op Canvas) begonnen Antarcticaserie 2050 legde het zo uit: bij een overstroming lopen we een straatje om, maar de volgende dag nemen we weer onze vaste route, omdat we ervan uitgaan dat het water weg is. Bij zeespiegelstijging is onze route voorgoed weg. Maar onze hersenen kunnen dat niet bevatten. Onze particuliere redenen om te doen wat we doen, die begrijpen we beter. En, da’s de misère, wist regisseur Jean Renoir: chacun a ses raisons.

Moeten Antarctica-toeristen blijven komen? Ja, zegt de hotelmanager, die beweert dat ‘het kaliber van zijn gasten zodanig is dat ze invloed hebben in de rest van de wereld’. Moeten wetenschappers blijven komen, nu de ernst van de situatie op Antarctica afdoende onderzocht is? Ja, zegt een Nederlandse professor in Vermeulens reportage: ‘Hoe eerder we de onderzoeksresultaten hebben die de politici wel doen luisteren, hoe groter de kans dat we beleidsveranderingen kunnen bewerkstelligen.’ En moeten journalisten blijven komen? Ja, concludeerde Vermeulen in Vroege Vogels.

Mag ik aan de lijst in haar kamer komen? Ja. Ik wel.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next