Moet het kabinet nu al compensatie regelen voor de gestegen gas- en olieprijzen, of wachten tot later in het jaar? Een debat over de economische gevolgen van de nieuwste oorlog in het Midden-Oosten leverde nog geen uitsluitsel op.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
‘Ik weet nu al wat de uitkomst van dit debat zal zijn. Dat het kabinet zegt: ‘We gaan aan de slag en u moet nog even wachten met z’n allen’’, concludeert SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk al na anderhalf uur. Net als de radicaal-rechtse partijen wil de SP dat het kabinet onmiddellijk, meteen en zonder dralen actie onderneemt om burgers en kleine ondernemers te compenseren voor de gestegen gas- en olieprijzen.
De Tweede Kamer debatteerde woensdag met het kabinet over de economische gevolgen van de nieuwste oorlog in het Midden-Oosten, maar de discussie ging vooral over de gevolgen voor de burgerlijke portemonnee. Benzine kost een kwartje meer dan een maand geleden en dat leidt net als in 2022 - destijds was de Russische invasie van Oekraïne de aanstichter - tot een prijsexplosie aan de pomp en (voor velen op iets langere termijn) een hogere energierekening. Euro95 is nu een kwartje duurder dan een maand geleden.
Begin vorige week schreven vijf bewindspersonen al aan de Tweede Kamer dat ze het nog te vroeg vonden voor compensatiemaatregelen. Het kabinet beloofde in die brief wel alvast te onderzoeken welke maatregelen het eventueel kan nemen als de prijzen langdurig hoog blijven en/of nog veel verder stijgen. Besluiten over zulke maatregelen zouden dan in principe in augustus genomen kunnen worden, tijdens de financiële onderhandelingen voor Prinsjesdag.
Die Kamerbrief is bij de oppositie in slechte aarde gevallen. Zelfs partijen die begrijpen waarom het kabinet niet stante pede met miljarden gaat strooien, vinden dat de overheid niet tot eind augustus op zijn lauweren kan rusten. Laurens Dassen (Volt): ‘Vier jaar geleden wachtte het kabinet ook heel lang, en toen moest het ineens paniekvoetbal spelen.’
Aan ideeën voor mogelijke kabinetsmaatregelen ontbreekt het de Kamerleden niet. GroenLinks-PvdA haalt inspiratie uit België en kwam al voor het debat met het voorstel een maximumprijs voor autobrandstoffen in te voeren. België kent al sinds de jaren zeventig zo’n door de overheid opgelegd prijsplafond aan de pomp, die overigens wel meebeweegt met de marktprijzen en dus meer weg heeft van een vaste korting dan van een hard maximum.
Volgens GroenLinks-PvdA-woordvoerder Jesse Klaver is dat een mooie manier om de kosten neer te leggen bij de olieconcerns die nu ‘overwinsten’ boeken, in plaats van de steunmaatregelen uit publieke middelen te financieren. Minister Heleen Herbert van Economische Zaken belooft Klaver dit voorstel serieus te zullen onderzoeken.
Onder meer het CDA en de SGP zien Klavers plan niet zo zitten, omdat ze bang zijn dat de rekening bij de pomphouders terecht komt in plaats van de machtige olieleveranciers. Klaver wil net als de Partij voor de Dieren en de SGP ook een ‘solidariteitsbijdrage’ vragen van de olieconcerns die verdienen aan de extra hoge brandstofprijzen.
Radicaal-rechtse partijen denken dat de schatkist meer btw ophaalt, omdat die opbrengsten meestijgen met de hogere brandstofprijzen. Minister van Financiën Eelco Heinen spreekt dat echter tegen. Volgens hem verdient de overheid per saldo niet aan de hoge prijzen aan de pomp, omdat consumenten hun euro’s maar een keer uit kunnen geven.
Als burgers meer kwijt zijn aan benzine, geven ze minder uit aan andere zaken. De extra btw-opbrengst op benzine wordt dus tenietgedaan door het btw-verlies op andere consumptieve uitgaven. Bovendien jagen hogere olie- en gasprijzen ook de overheid op kosten. Hogere olieprijzen leiden tot hogere inflatie. Hogere inflatie vertaalt zich op termijn in hogere lonen voor ambtenaren en andere kostenstijgingen voor de rijksoverheid.
De stelling van onder andere JA21, de PVV en de BBB dat het kabinet dik verdient aan de huidige oliecrisis en die extra inkomsten via een accijnsverlaging moet terugsluizen naar de automobilist, gaat daarom volgens Heinen niet op. Als het kabinet de benzineaccijns nog verder zou verlagen (hij is sinds april 2022 al verlaagd), kost dat de schatkist 1 miljard euro voor elke tien cent die eraf gaat.
PVV’er Erwin Prickaertz gooit er nog wat Wilderiaanse hyperbolen tegenaan (‘Nederland is onbetaalbaar geworden; het bedrijfsleven wordt keihard uitgeknepen’) om het kabinet tot directe actie te bewegen, maar het mag niet baten. De vier bewindspersonen in Vak K houden vast aan de boodschap in de verguisde Kamerbrief: overhaast handelen is onverstandig, een euro kan maar eenmaal worden uitgegeven en verstandig beleid vergt een zorgvuldige afweging.
Heinen houdt de Tweede Kamer voor dat het kabinet niet meer over de grote financiële reserves beschikt die het nog wel had ten tijde van de coronacrisis in 2020 en de vorige energiecrisis van 2022. Vlak voor het debat lekte (waarschijnlijk niet toevallig) uit dat Heinen dit voorjaar weer een paar miljard euro aan nieuwe tegenvallers op de rijksbegroting moet wegwerken.
De Nederlandsche Bank presenteerde deze week bovendien bijzonder zorgelijke scenario’s over de gevolgen van de Iran-oorlog voor de Nederlandse economie. ‘Al die scenario’s vragen om andere overheidsmaatregelen’, zegt Heinen. ‘De situatie lijkt per tweet (van president Trump, red.) uit Amerika te veranderen. De ene dag gaan de olieprijzen 30 procent omlaag en de dag erna gaan ze weer 15 procent omhoog. Daar is geen beleid op te maken.’
Hidde Heutink (Groep Markuszower) trekt na Heinens betoog dezelfde conclusie als Jimmy Dijk eerder al deed: ‘Het lijkt erop dat we straks naar huis gaan zonder dat het kabinet iets heeft gedaan om de pijn aan de pomp te verzachten.’ Binnen een maand stuurt het kabinet een nieuwe Kamerbrief met een inventarisatie van mogelijke maatregelen, inclusief de voor- en nadelen van de voorstellen vanuit de Tweede Kamer.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant