De trouwste kameraad van de mens trekt al duizenden jaren langer met ons op dan archeologen aannamen. De hond doet dat sinds de dagen dat onze voorvaderen nog nomadische jager-verzamelaars waren, stelt nieuw onderzoek.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Tot dusver werd aangenomen dat de hond relatief nieuw is: zo ongeveer rond het begin van de landbouw, pakweg tienduizend jaar geleden, moet hij ons voor het eerst een poot hebben gegeven. Oudere hondachtige fossielen in de buurt van mensen bestaan ook, maar blijken bij nadere inspectie vaak afkomstig van wolven. Een teken dat onze voorouders misschien soms korte gelegenheidsvriendschappen sloten met individuele wolven.
Maar het DNA van de nieuwe botvondsten laat zien dat de hondenfamilie zich rond 15 duizend jaar geleden al had afgesplitst van de andere wolven, blijkt uit twee nieuwe onderzoeken, tegelijkertijd gepubliceerd in wetenschapsblad Nature. Dat zou betekenen dat de eerste wolven die voorgoed bij ons bleven, al ergens in de laatste ijstijd kwamen aanlopen, aldus de onderzoekers, een groep van tientallen experts van diverse universiteiten en musea. In een grot in Turkije vonden archeologen zelfs hondenbotjes van haast 16 duizend jaar oud: de vroegste hond tot dusver bekend.
Afgaand op hun DNA, verspreidden de honden zich razendsnel over Europa. Zo is de Turkse oerhond verrassend genoeg verwant aan een hond die vijf eeuwen later leefde in Engeland, vlak bij Bristol – terwijl de baasjes tot totaal verschillende volkeren hoorden. Zo’n afstand in zo’n relatief korte tijd, dat kan betekenen dat ‘mensen deze honden uitruilden’, aldus een van de onderzoeksleiders, de Duitse hoogleraar oerdiergenetica Laurent Frantz.
Maar bij Naturalis is paleontoloog Alexandra van der Geer na lezing van de onderzoeken kritisch. Misschien hingen de eerste ‘honden’ wel rond menselijke kampen zónder dat zij huisdieren waren. ‘Er is een wereld van verschil tussen domesticatie, waarbij de mens de voortplanting stuurt, en commensalisme, waarbij dieren samen met de mens leven, maar zich voortplanten zonder sturing door de mens’, stelt ze. ‘Waarschijnlijk is de hond begonnen als ‘vriendelijke wolf’, een type wolf dat rond mensen hangt en ook vandaag af en toe ontstaat – zie wolf Bram.’
Zo’n wolf op afstand zou een diep archeologisch raadsel verklaren: ‘Het blijft vreemd en zeer verdacht dat er bij mijn weten bij deze steentijdculturen geen enkel beeldje, figuurtje of afbeelding is van een hond. Nul komma nul. En wel honderden van diverse prooidieren’, aldus Van der Geer. ‘Als er echt zo’n speciale band was met deze ‘vriendelijke wolven’, verwacht je daar net als vandaag materieel bewijs van.’
Overtuigd zou ze pas zijn als het DNA sporen droeg van trekken die typisch te maken hebben met domesticatie, zoals een witte vacht, pluizige oren of een gekrulde staart. ‘Dan weet je: het is selectie’, zegt ze. ‘Want er loopt geen wolf rond met een krulstaart.’
Overigens vonden de opgravers wel degelijk sporen van directe omgang tussen hond en mens. Zo zijn er in Turkije pups begraven, en kregen honden vis, zo blijkt uit de chemische samenstelling van hun tanden. In Engeland vond men een hondenkaak die na de dood was doorboord: een teken dat mensen een of andere betekenis toekenden aan de botten, menen de onderzoekers.
Maar ook daarover is Van der Geer zeer kritisch. ‘De mens haalt gewoon weleens jonge dieren uit het wild, als huisdier, weten we van andere jagende volkeren. Aapjes, kalfjes, van alles. Maar dat is nog heel want anders dan ze fokken.’ En het Britse hondenbot? Dat kan ook zijn doorboord bij een heel wat minder vriendelijke omgang, zegt ze. ‘Als slachtspoor. Vergeet niet dat we weten dat honden uit de Midden-Steentijd en recentere archeologische honden ook werden opgegeten.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant