Midden in het tropisch regenwoud van Gabon ligt de bijzondere erfenis van een dictator: de enige wijngaard van Centraal-Afrika. Uitdagingen zijn er volop. Toch wordt hier jaarlijks een ‘equatoriale grand cru’ gebotteld: ‘Wij doen het onmogelijke.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Gabon.
Vincent Mikala stapt op zijn werkschoenen over een dor veld met keurige rijtjes druivenranken. Achter hem doemt een onneembare muur van donkergroene jungle op. ‘Wij doen het onmogelijke’, zegt Mikala met een grijns. Hij bukt om een hand aarde te pakken en laat het fijne, donkergele zand tussen zijn vingers glijden. ‘De grond bestaat hier uit 98 procent zand, dat houdt geen druppel water vast.’
De kalende Mikala (56) is een trotse werknemer van Domaine d’Assiami in het zuidoosten van Gabon, op slechts 150 kilometer van de evenaar. Het is de enige wijngaard in Centraal-Afrika en een van de onwaarschijnlijkste plekken ter wereld om wijn te maken. De grond is arm, het klimaat tropisch en wilde dieren zijn er in overvloed.
Dat hier toch jaarlijks een ‘equatoriale grand cru’ wordt gebotteld, is de erfenis van voormalig dictator Omar Bongo. Dankzij nauwe banden met oud-kolonisator Frankrijk kon Bongo ruim veertig jaar aan de macht blijven. Het was zijn droom om wijn te produceren op zijn eigen geboortegrond: de door zandgrond gekenmerkte provincie Haut-Ogooué. Een coup maakte bijna drie jaar geleden een einde aan de dynastie-Bongo, maar de wijngaard houdt stand.
Een felgroene tractor, de enige van de wijngaard, ploegt door het rulle zand naar het hoogstgelegen deel van het terrein, waar in 2005 de eerste wijnranken werden geplant. Vanaf de heuvel is goed te zien hoe sterk de wijngaard uit de toon valt, als een fletse vlek in een oneindige zee van groen. Gabon bestaat voor ruim 80 procent uit regenwoud, met een enorme biodiversiteit. Zo leven er naar schatting 95 duizend bosolifanten: meer dan de helft van de resterende populatie ter wereld.
Het kostte destijds zes maanden om op deze plek een terrein van 32 hectare te klaren – met manschappen, bijlen en vuur. In een poging de grond vruchtbaarder te maken, werden hopbloemen, kippenvlees en andere natuurlijke compost ingezet, vertelt Mikala, die er toen al bij was. Hij moest in korte tijd alles leren over het proces van wijn maken. ‘Ik kende wijn alleen uit de Bijbel’, zegt hij.
Net als de meeste van zijn collega’s had Mikala nog nooit wijn gedronken, in tegenstelling tot de Gabonese elite. Terwijl Frankrijk de natuurlijke rijkdommen van Gabon – olie en tropisch hardhout – exploiteerde, streken zij fikse winsten op en laafden zich aan luxeproducten uit Frankrijk. In 1985 werd in de hoofdstad Libreville per hoofd van de bevolking meer champagne geschonken dan in Parijs, zo schrijft historicus John Ghazvinian in Untapped – The Scramble for Africa’s Oil.
Rond de eeuwwisseling kwam Bongo in contact met een excentrieke Franse ondernemer, Dominique Auroy, die er net in was geslaagd een wijngaard te creëren op het tropische Tahiti in Frans Polynesië. Auroy haalde 46 soorten wijnranken naar Gabon, waarvan er drie wisten te overleven. Uiteindelijk bleek er één in staat druiven te groeien: de carignan noir.
Gabon kent twee natte en twee droge seizoenen. Het bezoek van de Volkskrant valt aan het einde van het lange droge seizoen. De lucht is grijs en het is drukkend warm, maar het zal nog weken duren voor de eerste regen valt. Tot die tijd moet elke plant dagelijks 15 liter water krijgen om te overleven. Het regenseizoen is dan weer zo nat dat schimmels een bedreiging vormen. Ook zijn er gevaarlijke insecten, ziekten en een continu gebrek aan voedingsstoffen.
Mikala wijst op de bladeren van een wijnrank, die van buiten naar binnen langzaam rood en bruin kleuren. ‘Deze plant is 18 jaar oud, maar hij is aan het sterven’, zegt hij. In Frankrijk kan een wijnrank gemakkelijk 25 jaar oud worden, hier blijft het bij een jaar of 15. Om de toekomst van de wijngaard te verzekeren, moeten de medewerkers elk jaar stekken.
Als er ondanks al die beproevingen toch trossen aan de wijnranken verschijnen, zijn er nog allerlei dieren die graag een vruchtje meepikken. De medewerkers patrouilleren om beurten ’s nachts in een poging apen, wilde zwijnen en civetkatten weg te jagen. ‘We hebben geluk dat de olifanten ons nog niet hebben gevonden’, zegt Mikala.
Maar het tropische klimaat heeft ook voordelen. Zo’n stekje groeit binnen drie maanden uit tot een nieuwe, vruchtdragende plant. En de druiventrossen groeien in zo’n hoog tempo dat de wijnmakers niet één maar twee keer per jaar kunnen oogsten. Ze moeten zelfs een kunstmatige winter inlassen door alle bladeren te plukken om de planten rust te geven.
De hoogtijdagen van de wijngaard duurden kort. Omar Bongo overleed in 2009 en werd opgevolgd door zijn zoon Ali, die minder aandacht had voor het verlieslijdende project. Het aantal werknemers ging terug van honderd naar acht (zeven Gabonezen en één Fransman) en er werd steeds minder wijn geproduceerd. Ook de dynastie-Bongo kreeg het moeilijk. Ali kon nooit tippen aan de populariteit van zijn vader.
Toch blijven de mannen op Domaine d’Assiami dapper wijn maken. Alles met de hand, van het persen van de druiven tot het plaatsen van de kurk. Er zijn nog 4 hectare wijnranken, die jaarlijks zo’n 500 kilo druiven opleveren, goed voor 1.000 liter wijn. Mikala houdt eigenlijk nog steeds niet van wijn, maar zijn collega Sylvain Mbou trekt een fles uit 2018 open, volgens hem een goed jaar. De rode wijn smaakt diep, bijna als sherry, met een licht zure afdronk.
Sinds de coup neemt de aandacht voor de wijngaard toe. De nieuwe president heeft hoogstpersoonlijk een bezoek gebracht en de wijn is sinds kort te koop in een Italiaans restaurant in de hoofdstad. Bovendien zit de Franse manager bomvol ideeën, van experimentele druivensoorten tot ananaswijn. ‘We hopen dat Europese wijnboeren komen helpen’, zegt Mikala. ‘Of de Chinezen, waarom niet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant