Nabestaanden van twee academici en hun familieleden die in 2016 omkwamen bij een Nederlandse luchtaanval in Irak ontvangen een financiële compensatie van het kabinet. Dat schrijft minister Dilan Yesilgöz van Defensie aan de Tweede Kamer.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Op basis van Amerikaanse inlichtingen concludeerde Defensie destijds ten onrechte dat het gebouw in Mosul waar de gezinnen woonden een IS-hoofdkwartier was. ‘Ik heb de nabestaanden daarom mijn excuses aangeboden voor de onvoorziene gevolgen van deze aanval’, aldus minister Yesilgöz. ‘Er was, met de kennis van nu, geen sprake van een legitiem militair doelwit.’
Omdat het Amerikaanse ministerie van Defensie claims dat er burgers waren omgekomen ‘niet geloofwaardig’ vond, was Nederland niet op de hoogte van het incident. Pas in 2023, na berichtgeving van de NOS, Nieuwsuur en NRC, startte Defensie een onderzoek, waarbij werd gesproken met nabestaanden en andere getuigen.
Uit het onderzoek bleek dat er in het getroffen gebouw slechts twee medewerkers van de Universiteit van Mosul en hun gezinnen woonden. In een van de appartementen verbleef op het moment van het bombardement een docent wiskunde, haar 3-jarige dochter, haar moeder, broer en zus. Ze kwamen allemaal om. Van het andere gezin stierven het voormalige hoofd van de ICT-faculteit en zijn vrouw. Hun vijf minderjarige kinderen waren op het moment van de aanval niet thuis.
Hoewel de Nederlandse militairen de procedures correct hebben nageleefd, schrijft minister Yesilgöz dat ze heeft besloten de nabestaanden ‘een vrijwillige financiële tegemoetkoming’ aan te bieden. Over de hoogte van het bedrag is het ministerie in overleg met Liesbeth Zegveld, de advocaat van de nabestaanden.
‘Zo’n gedetailleerd onderzoek naar een indiviueeel geval is uniek. Ik word hier heel blij van’, aldus Zegveld. ‘Gegeven het feit dat Nederland de aanval uitvoerde, maar zelf niet de vergissing heeft gemaakt, is dit het beste wat Nederland kon doen. Het staat haaks op de manier hoe er op dit moment internationaal met burgerdoden wordt omgegaan. Dit stemt hoopvol.’
Het is de tweede keer dat Nederland geld uitkeert naar aanleiding van een vergissing in de luchtoorlog tegen IS in Syrië en Irak. In 2020 kreeg een man uit Mosul naar verluidt bijna een miljoen euro nadat hij zijn gezin had verloren bij een vergelijkbaar vergisbombardement.
Financiële compensaties van deze omvang zijn wereldwijd uitzonderlijk. Landen als Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, die ook deelnamen aan de luchtoorlog tegen IS, zijn tot op de dag van vandaag niet bereid om te vertellen welke aanvallen ze hebben uitgevoerd. Daardoor weten nabestaanden niet bij welk land ze moeten aankloppen voor compensatie.
Nabestaanden van de Nederlandse aanval met de meeste burgerdoden, die op de Iraakse stad Hawija in 2015, komen vooralsnog niet in aanmerking voor individuele financiële compensatie, onder andere omdat dit volgens Defensie praktisch niet uitvoerbaar is. In een civiele procedure die is aangespannen door enkele van hen zal de rechter naar verwachting later dit jaar uitspraak doen.
Opvallend is dat Defensie schrijft dat men in de Verenigde Staten niet van mening is veranderd over het incident in Mosul. Het Amerikaanse ministerie van Defensie blijft volhouden dat het niet waarschijnlijk is dat er burgers bij de aanval zijn omgekomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant