De Deense Sociaaldemocraten van zittend premier Mette Frederiksen zijn bij de parlementsverkiezingen ondanks een historisch slecht resultaat de grootste partij gebleven. De partij haalde 21,9 procent van de stemmen. Uit de uitslag blijkt geen meerderheid voor een linkse of rechtse coalitie.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
De Sociaaldemocraten verliezen fors ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2022, toen de partij 27,5 procent van de stemmen haalde. De partij blijft de grootste van Denemarken, maar haalde het slechtste resultaat sinds 1903.
Daarmee wordt de partij van premier Frederiksen afgestraft voor deelname aan de huidige ‘paarse’ coalitie met de liberale partij Venstre en middenpartij De Gematigden. Deze drie partijen verliezen ten opzichte van vier jaar geleden, terwijl vrijwel alle oppositiepartijen zetels wonnen. Uit de peilingen bleek al tijden dat de middencoalitie, de eerste in veertig jaar tijd, onder Denen niet populair meer was.
Welke coalitie hiervoor in de plaats gaat komen, is onzeker. Het Deense parlement telt 179 zetels en dus zijn minimaal 90 zetels nodig voor een meerderheid. Het ‘rode blok’ van de Sociaaldemocraten en vier linkse partijen haalt 84 zetels. Het ‘blauwe blok’ van rechtse partijen komt uit op 77 zetels.
Dat betekent dat de enige centrumpartij, de Gematigden, een sleutelrol gaat spelen in de coalitieonderhandelingen. De partij haalde 14 zetels en kan zowel het rode als het blauwe blok aan een meerderheid helpen. Partijleider Lars Løkke Rasmussen, oud-premier en de huidige minister van Buitenlandse Zaken, heeft gezegd niet opnieuw premier te willen worden, maar een rol als formateur wel te zien zitten.
Rasmussen zei te hopen dat er met het oog op stabiliteit en draagvlak opnieuw een centrumregering kan worden gevormd. ‘Het gaat er in wezen om dat Denemarken zich voorbereidt op een wereld die absoluut onzekerder is dan we in het verleden gewend waren’, zei Rasmussen toen hij dinsdag zijn stem uitbracht.
De 48-jarige Frederiksen reageerde teleurgesteld op de uitslag. ‘Wat we vandaag zien, is dat de Deense politiek steeds meer begint te lijken op wat we in andere Europese landen zien, met veel partijen en grotere tegenstellingen’, aldus de premier.
De onvrede over de koers van de Sociaaldemocraten bleek al tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar, toen veel kiezers voor een links alternatief gingen. In hoofdstad Kopenhagen verloor Frederiksens partij voor het eerst sinds 1938 de burgemeestersstoel. Die ging naar de Socialistische Volkspartij. Deze partij werd de tweede van het land met 11,6 procent van de stemmen.
Een behoorlijke winst was er ook voor de radicaal-rechtse Deense Volkspartij, die op 9,1 procent uitkwam. Deze partij was in het verleden een motor achter het strenge Deense immigratiebeleid. Ondanks de aanscherping van het beleid onder premier Frederiksen was immigratie bij deze verkiezingen weer een van de belangrijkste thema’s.
De Sociaaldemocraten krabbelden de afgelopen maanden op in de peilingen. Volgens analisten had dat te maken met het optreden van Frederiksen in de Groenland-crisis. De premier moest zich meermaals verweren tegen dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland in te nemen. Frederiksen zocht met succes steun bij andere Europese landen en stuurde meer militairen naar het arctische eiland. Trump bond uiteindelijk in en startte diplomatieke gesprekken over meer Amerikaanse militaire aanwezigheid op Groenland.
De Groenlandse premier Jens-Frederik Nielsen sprak dinsdag van ‘de belangrijkste Deense parlementsverkiezingen in Groenland ooit’. ‘We bevinden ons in een tijd waarin een supermacht ons probeert te verwerven, te controleren’, zei Nielsen, doelend op de dreigementen van de Amerikaanse regering het arctische eiland in te nemen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant