De documentairereeks Holland Gate – De vlucht uit Kabul geeft een indringende inkijk in de chaos die ontstond na de val van Kabul in 2021. Want wie mocht mee op een vlucht naar Nederland, en wie niet?
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Vijf jaar geleden is het inmiddels dat de Taliban in razendsnel tempo Afghanistan overnamen. Onthutsend zijn nog altijd de beelden van wanhopige Afghanen die direct iets te vrezen hadden van de Taliban en die het zwaarbeveiligde vliegveld van Kabul proberen binnen te dringen.
Doodsbang smeekten ze om een stoel in een vliegtuig dat hen mee kon nemen, zo ver mogelijk van Kabul vandaan. Een flink deel van deze wanhopige mensen vreesde wraak door de Taliban vanwege hun werkzaamheden voor westerse overheden en ngo’s, vaak als tolk of beveiliger.
De Nederlandse overheid liet tijdens deze chaotische evacuatieperiode een aantal pijnlijke steken vallen. Nederlands ambassadepersoneel kon op tijd wegkomen, een groot deel van het Afghaanse personeel niet.
In Nederland brak vervolgens, tegen de achtergrond van een gepolariseerd politiek debat over vluchtelingenproblematiek, een discussie los over wat wij de Afghaanse achterblijvers verschuldigd zijn, en wie we wel of niet naar Nederland halen.
Over deze periode maakten documentairemakers Joey Boink en Annemieke Ruggenberg de vierdelige docureeks Holland Gate – De vlucht uit Kabul (KRO-NCRV), die vandaag in première gaat op het festival Movies That Matter.
Boink en Ruggenberg kregen, op toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag na, veel politiek verantwoordelijken uit die tijd voor de camera, en onthullen dat een willekeurige Nederlandse burger een onverwachte heldenrol speelde bij de evacuatie van een aantal achterblijvers in Kabul.
Ook zetten de makers acteurs in om het dramatische verhaal na te vertellen van twee Afghaanse vrouwen, tot soldaten opgeleid door het Nederlands leger, die probeerden te ontvluchten. Een van hen wist wel op een vlucht naar Nederland te komen, de ander kon vanwege verwondingen niet mee.
‘In diplomatieke correspondentie werd, vlak voordat de hoofdstad in handen van de Taliban zou vallen, de ambassade in Kabul verteld dat maar drie van de zestig Afghaanse medewerkers geëvacueerd konden worden’, zegt Boink tijdens een vraaggesprek met de Volkskrant. ‘Terwijl de ambassade de Nederlandse overheid al lang daarvoor om versterking had gevraagd. In politiek Den Haag brak vervolgens de discussie los of elke Afghaan die weleens voor Nederland ‘een eitje gebakken’ had (aldus JA21-politicus Joost Eerdmans, red.) wel asiel moest krijgen.’
Hoeveel Afghanen zijn er uiteindelijk in veiligheid gebracht?
Boink: ‘Er zijn nu ongeveer 4.500 mensen geëvacueerd, onder wie personeel van de ambassade, mensen die voor Nederlandse ngo’s hebben gewerkt, en hun directe familie. Je zou kunnen zeggen: Nederland heeft een pijnlijk verlies van 4-0 op het laatste nippertje weten om te buigen naar 4-3. Maar er zijn nog steeds mensen in Afghanistan die op Nederlandse hulp rekenen, die nog altijd wraak door de Taliban vrezen. Voor hen is de situatie echt dramatisch. Ze vluchten van safehouse naar safehouse, een enkeling is zelfs aan de bedelstaf geraakt.’
Jullie spreken ook ene Janno, die een cruciale rol speelde tijdens die eerste chaotische dagen dat Kabul viel. Wie is hij?
‘We zijn hem bij toeval op het spoor gekomen tijdens onze research. Janno is in dienst van een Europees adviesbureau, hij hielp destijds de Afghaanse overheid om een btw-systeem in te voeren. Bij het vliegveld in Kabul, op zoek naar een vlucht uit het land, kreeg hij opeens een telefoon in zijn handen gedrukt van een Afghaanse medewerker van de Nederlandse ambassade.
‘Aan de andere kant van de lijn was de crisisdienst van Buitenlandse Zaken met de vraag of hij, nu de Nederlandse ambassadeur al was vertrokken, voorlopig hun ‘ogen en oren’ wilde zijn in Afghanistan. Krankzinnig verhaal.’
Wat werd uiteindelijk zijn rol?
‘Hij moest Nederlanders en Nederlandse Afghanen zien te verzamelen en die op een evacuatievlucht uit Afghanistan zetten. Het is echt indrukwekkend wat hij voor elkaar heeft gekregen. Maar in officiële evaluaties van die chaotische tijd wordt hij nooit genoemd. Ik heb geen idee waarom niet, misschien omdat het zou benadrukken hoe onvoorbereid de Nederlandse overheid was. Terwijl ik denk: Nederland deed er alles aan om iets van grip te houden op de situatie daar. Dat valt ergens wel te prijzen.’
Om de Afghanen die aan de documentaire meewerkten niet in gevaar te brengen, hebben Boink en Ruggenberg flink wat voorzorgsmaatregelen genomen. Het filmen van achterblijvers in Afghanistan werd overgelaten aan Afghanen ter plaatse (Boink: ‘Met mijn witte hoofd zou ik de Taliban zeker naar deze mensen hebben geleid hebben’), een enkel gezicht werd met AI vervangen.
‘Het was een flinke operatie. Er stonden een camera- en geluidsman in Afghanistan klaar, die soms pas op het allerlaatste moment te horen kregen waar ze moesten zijn. Soms konden we via een liveverbinding meekijken met de interviews die werden gevoerd op basis van onze vragen; soms was er geen verbinding. Het materiaal werd van daaruit naar de servers van KRO-NCRV verstuurd. Zodra wij het hadden werd het materiaal in Afghanistan meteen gewist.’
Schaam je je voor hoe Nederland deze mensen in de steek heeft gelaten?
‘Schamen is een te groot woord. Er zijn meer landen de mist in gegaan tijdens die chaotische evacuatieperiode. Ik zie het eerder als collectief falen van het Westen. En wat deden we daar eigenlijk? We gingen er naartoe onder het mom van nation building, maar eigenlijk gewoon om Amerika een plezier te doen. En zodra de Taliban weer de macht overnamen, hebben we vooral geprobeerd ons eigen hachje te redden.’
Holland Gate – De vlucht uit Kabul gaat vanavond in première op festival Movies That Matter en is vanaf woensdagavond om 20.30 uur te zien op NPO 2 en op NPO Start.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant