is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Bij collega-columnist Jarl van der Ploeg las ik dat ‘GroenLinks-PvdA twee dingen nodig heeft om het tij te keren’. Hij noteerde: ‘Ten eerste een nieuwe naam en tweede een leider die eindelijk eens met overtuiging kan uitleggen dat iedereen boos is op de verkeerde elite.’ Hij bedoelt dat je boos moet zijn op de allerrijksten, maar mijn ogen bleven vooral haken aan dat ‘uitleggen’.
Zou dat helpen? Ik heb de indruk dat veel mensen juist een hekel hebben aan linkse leiders die iets overtuigend uitleggen. Heel eerlijk: ik heb daar zelf meestal ook niet zo’n zin in, hoe legitiem het gemaakte punt ook is.
En dat is niet fraai. Temeer omdat ik zelf wel graag dingen zo overtuigend mogelijk aan ánderen uitleg. Irrationeel dus en inconsistent. Maar ja, met mij de rest van de wereld, denk ik daar dan achteraan. En: misschien zit ergens in deze weerzin het begin van een antwoord.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Steeds meer heb ik het idee dat democratisch gezinde politieke bewegingen hun uitdagers proberen te verslaan op het verkeerde speelveld. Niet alleen links, want de krimp van links staat niet op zichzelf. Al decennia worden democratisch links, midden én rechts als een harmonica verder in elkaar gedrukt, omdat alles van radicaal tot fascistisch rechts steeds meer ruimte inneemt.
Terwijl democratische politici al veel uitleggen. Best overtuigend ook. Alleen gaat dat altijd weer over tastbare belangen. En vervolgens stellen ze steeds met enige verbazing vast dat mensen tegen hun eigen belangen in stemmen.
Een andere collega, Sander Schimmelpenninck, schreef hier pas vol ontzetting over. Hij sprak met arme mensen die hun eigen armoede ontkenden. En met een PVV-stemmer die zichzelf de schuld gaf van zijn armoede. Schimmelpenninck wist tot dan toe niet dat arme mensen zó streng waren voor zichzelf. Hij wijt dit aan het sinds Rutte ‘heersende idee dat je een sukkel bent wanneer je het niet ‘lekker voor jezelf’ geregeld hebt’.
En het klopt waarschijnlijk dat deze overtuiging bij mensen in het hoofd is gepraat. Maar dan nog is de vraag waarom zij daar gevoelig voor zijn. Toch omdat zij door meer worden gedreven dan belangen. Door eergevoel. Door trots. Je kunt het streng noemen om jezelf de schuld te geven, het is óók een troostrijke gedachte dat je je lot in eigen hand hebt.
Enig bewustzijn van zulke menselijke behoeften, die meer met de psyche te maken hebben dan met materieel bezit, zag je bij Rob Jetten, toen hij in de landelijke campagne voor een wapperende Nederlandse vlag ging staan. En toen hij zich liet ontglippen dat mensen stemmen voor een ‘vibe’.
Dat komt dichter bij het speelveld waarop populisten, radicalen en extremisten hun kunsten vertonen en waar het publiek in drommen naartoe is gestroomd. Die leggen helemaal niets uit, laat staan overtuigend, maar ze geven je wel het gevoel dat je ertoe doet, dat je iets waard bent.
Daarom klinkt het mij zo machteloos in de oren als Tom-Jan Meeus in NRC, naar aanleiding van de Forum-winst bij de gemeenteraadsverkiezingen, traditionele partijen aanspoort: ‘Ga in debat.’ Waarbij hij ze schandalige feiten over Forum voor Democratie aanreikt als munitie. Die zíjn ook allemaal schandalig. Alleen geloof ik steeds minder dat uitleg en debat de instrumenten zijn om mensen voor de democratie terug te winnen.
En ik geef meteen toe dat niemand weet wat wél werkt. We schuifelen allemaal rond op de tast. Mijn geschuifel brengt me bij het vermoeden dat je de concurrentie vooral moet aangaan op relatieniveau. De kwestie is of het democraten lukt om een betere, hechtere, loyalere band met mensen te krijgen dan hun tegenstanders.
Ik doel niet simpelweg op een tegenstelling tussen ratio en gevoel. Ik ben er bijvoorbeeld niet van overtuigd dat je dezelfde tactieken moet gebruiken als populisten, zoals oud-D66-spindoctor Roy Kramer bepleit, die in de Volkskrant zei dat je van ze kunt winnen met ‘strijd, toegankelijke taal, spannende verhalen en het doorbreken van taboes’.
Dat zal vrees ik een ongelijke strijd blijven. Van de antidemocraat mag alles kapot en hij vecht dus vrijuit. De democraat zal altijd één hand op de rug houden omdat hij om mensen geeft. Ik bedoel dat je vermoedelijk iets heel anders moet doen, maar wel gericht op hetzelfde gebied: psychische basisbehoeften en menselijke betrekkingen. Uit alle onderzoek naar maatschappelijke onvrede blijkt dat die voortkomt uit een hunkering om gehoord, gezien en begrepen te worden.
Het cultuurtje van de Forum-jeugd was makkelijk belachelijk te maken, met zijn kinderachtige zomerkampen, dat demonstratieve vlees eten en de geacteerde filosofische diepgang. Maar de afgelopen 25 jaar zijn wel erg vaak mensen uitgelachen door wie we vervolgens onder de voet werden gelopen. Het is alerter om direct de vraag te stellen: hebben wij niets te bieden waar zij bij willen horen?
Politieke kopstukken zijn daarin belangrijk. Zij het vooral om mensen in een onbegrijpelijke wereld en een door tech vergiftigde publieke ruimte toch een persoonlijke connectie te laten voelen. Daar zou ik op selecteren.
En fysieke ontmoetingen zijn belangrijk. Ik maak weleens van dichtbij mee dat iemand minder sceptisch wordt over de democratie. Het is in direct contact met andere inwoners, een ambtenaar, een raadslid of een burgemeester. Vaak als aan zo iemand wordt gevraagd of hij ergens bij wil helpen. En altijd draait het om erkenning.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns