is columnist voor de Volkskrant
Ik liep met een vriendin door een boekwinkel, terwijl het natuurlijk de vraag is of je samen met iemand door een boekwinkel moet lopen. Het is als samen een museum bezoeken: de een is iemand die alle kaartjes wil lezen en lang, in stilte, op een bankje voor een schilderij wil blijven zitten; de ander wil liever de film over de kunstenaar bekijken en door naar het winkeltje.
Een boekwinkel is zelfs gevaarlijker, want als de ander dan een boek aanwijst dat ze mooi vindt, moet je het kopen of toegeven dat het je niks lijkt. Bij een schilderij in een museum kun je nog vaag reageren met een ‘Hmmm, ja.’
Maar deze vriendin en ik lezen graag ongeveer dezelfde boeken, en ze wees naar een boek van Marjoleine de Vos, dat ik thuis al op een stapel had liggen: Ik ben hier liever niet alleen, met de ondertitel Over verbondenheid.
Thuis pakte ik het en las het. Het is 96 pagina’s, en het is een overpeinzing van De Vos bij en na de dood van haar broer. Haar verslaafde broer, van wie ze tijdens zijn leven vaak erg moe werd, en met wie ze vaak niet veel contact had. Hij woonde in een donker Hilversums ‘hol’, had dag en nacht de tv aanstaan op een dom programma over twee Amerikaanse mannen die motors opknapten, en was dus verslaafd – aan heroïne, drank, misschien nog andere dingen. Uiteindelijk stierf hij aan kanker.
Zijn zus Marjoleine de Vos lijkt me een heel ander type, alleen al omdat ze dit boek, en veel andere boeken en stukken heeft geschreven. Ze zoekt in haar boekenkast allerlei dichters en denkers bij het beschrijven van het afscheid van en haar gevoelens over haar broer. Ze was altijd al een meisje dat poëzie las, schrijft ze. Haar broer was een jongetje dat bang was voor spoken, en tegelijkertijd al jong grenzen-opzoekerig: hij sprong graag in zwembaden toen hij nog niet kon zwemmen, en dan moest zijn moeder hem als een gek opduiken.
Wat maakt de zus zo anders dan de broer, vroeg ik me af, en zoiets vraagt De Vos zich ook af: hoe lopen levens zoals ze lopen? Ik moest denken aan mijn vader, die altijd stomverbaasd over mij en mijn broer en zus zei: ‘Ik heb ze alle drie hetzelfde opgevoed, en ze zijn allemaal zo anders geworden!’
Om een leven te kunnen verklaren, gaan we later een lijn verzinnen, zegt De Vos. ‘We trekken een lijn langs allerlei punten die we eerst zelf uitgekozen hebben, en dan zeggen we: zo is het gegaan.’ Misschien zie je het best hoe onzinnig dat is als je probeert te snappen hoe je broer zo is geëindigd. En hoe je toch, op zijn sterfbed, zoals De Vos dat doet, je lichaam zo om hem heen vouwt dat hij eindelijk rustig kan slapen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns