Home

Leven onder een autoritair regime: de emmer loopt een keer over

Documentaire Journalist Thomas Erdbrink werkte het afgelopen jaar aan een documentaireserie in Rusland, over leven onder een autoritair regime. Tussendoor was hij thuis in Teheran. „Ik was benieuwd naar de overeenkomsten tussen mijn eigen autoritaire land en Rusland.”

Het is soms moeilijk om mijn tranen te bedwingen als ik telefonisch contact krijg met mijn vrienden in Teheran. Oliedepots zijn opgeblazen. Er hangen giftige zwarte rookwolken boven mijn stad, waar ik al 25 jaar woon. Op straat rijden de aanhangers van het regime met kalasjnikovs op brommers rond. ’s Avonds zetten de ouders van Morad, het anderhalf jaar oude zoontje van onze vrienden, de tekenfilmpjes keihard, zodat hij de constante bombardementen niet kan horen. 

Twee dagen voor de Amerikaanse en Israëlische aanvallen zijn begonnen zijn we van Iran naar Nederland gekomen. Op de vlucht? Misschien wel meer dan ik zou willen toegeven. Het wordt dan ook steeds gevaarlijker.

Een jaar geleden had ik me dit niet kunnen voorstellen. De Russische invasie van Oekraïne en de al drie jaar durende oorlog bepaalden toen het wereldnieuws. Europa en ook Nederland steunen Oekraïne door dik en dun. Donald Trump, toen net aan de macht in de Verenigde Staten, beloofde „binnen 24 uur” een vredesakkoord. Het was het begin van een jaar reizen tussen Teheran en Moskou.

Met de oude wereld in mijn achterhoofd land ik begin februari 2025 in Moskou. Lichte sneeuw valt over de Tverskaja boulevard. Ik koop een paar schoenen omdat wat ik uit Teheran heb meegenomen niet bestand is tegen de Russische winter. 

We zijn hier omdat het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken regisseur Roel van Broekhoven en mij ongekende toestemming heeft gegeven om een documentaireserie te maken, zonder enige restricties, verzekeren ze.

Ontworstelen aan leefregels

In Iran ben ik sinds 1999 als journalist. Ik was gegrepen door de energie van gewone mensen die moeten leven onder de beslissingen van een kleine groep. In de meer dan twee decennia die ik er werkte, trouwde en woonde, zag ik hoe Iraniërs zich deels ontworstelen aan de strenge leefregels opgelegd door geestelijken, en langzaam maar zeker massaal seculier worden. De grenzen van het individu, levend onder een regime, leerde ik uiteindelijk – als buitenstaander – ook kennen. Door een kwart eeuw te leven in Iran, met periodes in Irak, Libië en Afghanistan, werd ik uiteindelijk ervaringsdeskundige op het gebied van ‘autoritaire’ landen. 

Ik was correspondent voor NRC, de NOS, RTL, The Washington Post en uiteindelijk The New York Times. In 2019 trokken de Iraanse autoriteiten mijn persaccreditatie in. Een reden hebben ze nooit gegeven, maar ik schreef over alles. Ik woonde executies bij en rapporteerde daarover, interviewde Shirin Ebadi die de Nobelprijs voor de Vrede won, stond tussen miljoenen Iraniërs tijdens protesten in 2009, en huurde een bootje om te kijken of Iran na sancties olie opsloeg op hun tankers die in de Perzische golf voor anker lagen. 

Maar alleen met een documentaire kon ik laten zien waar het echt om draait voor mij: de Iraniërs zelf. In Onze man in Teheran introduceerden we de Iraanse burger, die er altijd was, maar die wij in Nederland bijna nooit zagen. Iraniërs in het nieuws waren meestal zwarte massa’s die al ‘dood aan Amerika’ roepend vlaggen verbrandden. Geen mensen met dromen en verlangens.  

Onze eerste reactie is vaak om mensen uit ‘vijandige’ niet-westerse landen te zien als verlengstukken van hun politieke leiders. Dus is Noord-Korea alleen Kim Jong-un, Iran is (was) Khamenei en Rusland is Poetin. De mensen van die landen laten we vaak zien als massa, of als werktuigen of slachtoffers van hun leiders. 

Drie jaar na de Russische inval en de bloedige loopgravenoorlog wilde ik in Rusland kijken of ik ook het verhaal van gewone mensen zou kunnen laten zien, die moeten leven onder de beslissingen van hun leiders. Ik was ook benieuwd naar de overeenkomsten tussen mijn eigen autoritaire land en Rusland.

Inwoners van Teheran zoeken afgelopen weekend naar hun persoonlijke bezittingen op de plek waar een aantal gebouwen is gebombardeerd, waaronder een politiebureau.

Verstopt boek

In Moskou tref ik een hoofdstad waar het gewone leven ondanks de Russische oorlog in Oekraïne vooral doorgaat. Sancties? In een buitenwijk stappen we een shopping mall binnen waar ik tussen de New Balance-schoenen en JBL-speakers een paar Timberlands kan vinden, gewoon in mijn maat. Restaurants kom je nergens binnen zonder reservering, en om 5 uur in de ochtend, als de club dichtgaat, wordt er getongd en gevochten en rijden politieauto’s met zwaailichten door grote groepen jongeren. 

En ook, net als in Iran, stiekeme protestliedjes, corruptie, klein verzet, isolatie, humor en Buitenlandse Vijanden op wie de meeste mensen eigenlijk verliefd zijn. In een boekhandel laat iemand me een verstopt boek zien over een meisje dat lesbisch is. In een stand-up comedy club gaan de grappen over orgasmes, maar niet over Poetin. „Wij hebben hele duidelijke grenzen hier”, zegt een van de comedians, opeens serieus. „Over Poetin maken we geen grappen.” 

Onze lokale producent Alexander organiseerde ooit het eerste concert van de Red Hot Chili Peppers op het Rode Plein, in de jaren 90. Voor ons is dat de periode na de val van de Sovjet-Unie, voor Russen een periode van wilde chaos, waarna ze uiteindelijk Poetin als sterke man zagen die orde kwam brengen. Alexander zou nu niet meer denken aan zo’n concert. „Die tijden zijn voorbij,” zegt hij. 

Via Istanbul kom ik terug in Teheran, net voor het Iraanse nieuwjaar dat op 20 maart begint. Op de Imam Khomeini luchthaven moet ik altijd wachten, ik ken onderhand alle douanebeambten en zij mij ook. „Hallo meneer Saki,” zeg ik en geef mijn paspoort. „Ik ga bellen,” zegt hij. Ik moet dan wachten tot er ergens iemand zegt dat ik door mag lopen. Zo weten alle diensten dat ik er weer ben.   

Het rommelt in Iran. Er is iedere maand meer inflatie, tot boven 50 procent. Vrouwen lopen massaal zonder de verplichte hoofddoek. De kloof tussen aan de ene kant de leiders en hun aanhangers en aan de andere kant de gewone bevolking groeit met de dag. Daarnaast is er een constante dreiging van oorlog met Israël.

Maar er is ook leven in Teheran. Mijn schoonzus Negin trouwt met een leuke man. Mijn schoonmoeder heeft er jaren op gewacht en nu poseren we trots met de hele familie naast bloemboeketten. ’s Avonds dansen we met familie en vrienden. 

Getroffen gebouw in het Beryanak-district in Teheran, afgelopen zondag.

Culturele boycot

Terug in Moskou, in het late voorjaar van 2025, reizen Roel, de regisseur, en ik het land door. We gaan naar de enclave Kaliningrad, waar 700 jaar lang Duitsers woonden. Tot ze na de Tweede Wereldoorlog werden vermoord of verbannen en vervangen door een Russische populatie. Vervolgens gaan we naar Marioepol, de Oekraïense stad waar keihard om is gevochten. Daar wordt nu hetzelfde proces in gang gezet. 

Daar spreek ik met een jongen van 18, een student, die zachtjes, maar stellig zegt dat hij Oekraïens is en niet Russisch. Hij volgt een opleiding tot dronepiloot maar wil naar Kyiv ontsnappen. Niemand zegt dit hardop. Voor zijn veiligheid besluiten we het interview niet te gebruiken. Zoveel verantwoordelijkheid op de schouders van een net-volwassene, dat kan niet. 

Hij is de enige. Verder zegt iedereen in Marioepol dat ze blij zijn dat het gebied – volgens hen – nu Russisch is. „Wij waren altijd al etnische Russen hier”, zegt Andrej, een lokale verslaggever. In het parkje tussen de sovjetflats waar hij woont laat hij zien waar de buren tijdelijk werden begraven. „De strijd was chaotisch”, zegt hij. „Maar nu wordt alles weer herbouwd.” 

Net zoals mij uiteindelijk in Iran het werken als journalist onmogelijk werd gemaakt, werd voor en tijdens de oorlog voor correspondenten in Rusland de druk ook opgevoerd. Nederlandse journalisten vertrokken onder druk uit het land, alleen NOS-correspondent Geert Groot Koerkamp bleef. Veel Russische journalisten vertrokken naar Europa.

Als gevolg hiervan werd veel van de internationale verslaggeving noodgedwongen overgeheveld naar Oekraïne, dat als slachtoffer van Russische agressie en als onze bondgenoot natuurlijk onze sympathie verdient. 

Wervingsposter van het leger in een bushokje in Moskou, begin deze maand.

Hierdoor drogen de verhalen over gewone Russen grotendeels op. De bevolking werd steeds meer gelijkgesteld met hun leider. Er kwam een culturele boycot van werken van Russische componisten, schrijvers en filmmakers. Hoewel het overduidelijk niet mogelijk is voor gewone Russen om invloed te hebben, zijn er nu in Europa discussies over ‘de collectieve verantwoordelijkheid van de Russen’ en willen sommigen hen ook straffen voor de daden van hun leiders.

Naar de redenen waarom wij, drie jaar later, wél mochten werken in Rusland, moet ik gissen. Willekeur? Veranderende tijden? Wellicht speelt mee dat de autoriteiten weten dat ook veel mensen Poetin steunen. Tegelijkertijd, voorbij de propaganda, zijn veel gewone Russen zeer open over hun verlangen naar vrede en een einde aan de oorlog. Dat had ik niet gedacht.

Ik reis naar Nederland. Het is juni. Midden in de nacht een pushbericht – Israel valt Iran aan. Na een paar dagen besluiten we – gek van zorgen – naar Teheran te reizen. We vliegen naar Iğdir in Oost-Turkije en gaan onder de schaduw van de Ararat als vluchtelingen de omgekeerde kant op: naar het gevaar, Iran in. Na een rit van zestien uur komen we thuis in Teheran aan. De bombardementen zijn vreselijk. De katten piepen bij iedere bom, we zien een verwoest appartementencomplex, ieder vliegtuiggeluid doet iedereen schrikken. Na twaalf dagen houdt het op.

Het is een voorproefje voor wat gaat komen, zo blijkt. Zoals automatisme werkt, pakt iedereen zijn leven weer op. Een vriend opent een nieuw restaurant. De rest van de zomer probeert niemand in Iran te denken aan het feit dat de oorlog met Israël vast nog een vervolg krijgt. 

We maken nog twee lange reizen naar Rusland. Donald Trump stuurt zijn afgezant Steve Wittkoff naar Poetin voor onderhandelingen. We vinden steeds meer mensen die van vrede dromen, die hardop zeggen dat ze een einde aan de oorlog willen. Vrijwilligers voor het front melden zich niet meer aan, dus betaalt de staat nu hoge sommen aan ‘contractsoldaten’. We komen ze tegen in een van de armste gebieden van Rusland, in Dagestan, in de Kaukasus. Voor 2000 euro per maand gaan mannen naar het front.

Klok in het Ghandi-ziekenhuis in Teheran, begin maart. Het ziekenhuis liep schade op bij Israëlisch-Amerikaanse luchtaanvallen op een nabijgelegen telecommunicatietoren van de staat.

Bozer en bozer

Dan zijn we klaar in Rusland. Roel gaat terug naar Nederland om te editen, ik ga naar Teheran. 

Daar is op 8 en 9 januari van dit jaar de maat vol. Leven in een autoritair land is een emmer met vele druppels, ooit is er een te veel. Miljoenen Iraniërs gaan de straat op uit woede over alles, volgens mensenrechtenorganisatie HRANA worden er 7000 omgebracht, maar het werkelijke aantal kan veel hoger liggen, tot ver in de tienduizenden. 

De Amerikaans-Israëlische aanval begint iets minder dan twee maanden later. Waar Rusland het internationale recht schond, geldt dat nu niet, zeggen sommigen: want Iran heeft een vreselijk regime. Veel mensen in Iran – lang niet iedereen – verwelkomen de bommen. 

Afgelopen maandag ging mijn schoonmoeder, die al haar hele leven andere leiders wil, haar pensioentje ophalen bij de Saderat-bank in onze wijk, in Shahrak-e Gharb. Toen haar zoon dat hoorde, heeft hij haar woedend gebeld dat ze direct naar huis moest gaan. Te gevaarlijk! Mokkend gaf ze toe. Twintig minuten later werd de bank geraakt door een Israëlische bom. Hoeveel doden er zijn gevallen is nog onduidelijk. 

Volgens HRANA zijn er als gevolg van de oorlog 5000 Iraniërs (inclusief militairen) om het leven gekomen.

In Rusland hangt geen verandering in de lucht. Veel mensen steunen de president, of zijn onverschillig. Maar het gaat onder de huid zitten. In Siberië spreken we Nurgayana, haar broer is vermist aan het front, en niemand doet wat. Ze loopt tegen bureaucratische muren op, wordt bozer en bozer. „Ik wil gerechtigheid,” zegt ze. 

Een maand geleden horen we dat ze zichzelf van het leven heeft beroofd. Overal loopt de emmer langzaam vol.

‘Onze man bij de Vijand’ is vanaf 22 maart te zien op Videoland

Thomas Erdbrink.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next