Investeren Europa is rijk aan onderzoekscentra, talent en slimme bedrijven, zegt voorzitter Calviño van de Europese Investeringsbank. Maar als bedrijven willen doorgroeien, zoeken ze elders financiering, want die ontbreekt in de EU.
Voorzitter van de Europese Investeringsbank Nadia Calviño
De Boulevard Konrad Adenauer ligt er opengereten bij. Voor de voordeur van het hoofdkantoor van de Europese Investeringsbank wordt gebouwd aan een nieuwe tramlijn die EU-gebouwen beter met de rest van Luxemburg-Stad moet verbinden.
De werkkamer van Nadia Calviño, de voorzitter van de bank, kijkt erop uit. Ze weet: er moet de komende jaren in heel Europa veel geld worden geïnvesteerd in het bouwen van nieuwe infrastructuur, in de energietransitie, in defensie. En ook bedrijven die willen groeien en innoveren, hebben vaak moeite het benodigde geld op te halen.
Calviño heeft daar ideeën over. Geld ís er genoeg, maar het komt niet in beweging. Banken en andere financiële spelers opereren vaak binnen nationale grenzen. Burgers sparen vaker dan dat ze hun geld beleggen of investeren. Economen pleiten al jaren voor de komst van één Europese kapitaalmarktunie, waardoor het makkelijker wordt geld aan te trekken, ook over de grens. Calviño is er een groot voorstander van.
Vanzelfsprekend ziet ze ook een grote rol weggelegd voor publiek kapitaal, zoals bij haar eigen bank. De Investeringsbank ziet zichzelf als een soort hefboom: met geld van de 27 EU-landen trekt de bank een veelheid aan private investeringen aan voor projecten die anders niet van de grond zouden komen. Afgelopen jaar leende de EIB Groep 100 miljard euro uit. Dat wil Calviño dit jaar evenaren.
Deze maandag is de EIB-voorzitter in Nederland, met een volle agenda. Ze spreekt op een symposium voor vertrekkend VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen en heeft afspraken met premier Rob Jetten (D66) en minister van Financiën Eelco Heinen (VVD). Haar doel: praten over de lange termijn. Maar als we elkaar spreken, kort voor het bezoek aan Nederland, hangt de crisis in het Midden-Oosten daar als een donkere wolk boven.
Nadia Calviño (1968) werd in 2005 door Neelie Kroes naar Brussel gehaald en maakte naam als topambtenaar bij de Europese Commissie. Ze keerde terug naar Spanje om minister van Financiën te worden, totdat ze eind 2023 werd gekozen als EIB-voorzitter.
Calviño is begripvol voor regeringen die overwegen om de energieprijzen omlaag te brengen. Maar, zegt ze, we moeten de lange termijn niet uit het oog verliezen. „Als er één les is uit de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten, dan is het dat we echt moeten losbreken van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.”
Veel kortetermijnmaatregelen, zoals lagere gasprijzen of lagere energiebelastingen, dreigen de groene plannen juist te vertragen.
„Waarom zien we nu dat Spanje en Portugal veerkrachtig zijn gebleken tegen pieken in de olie- en gasprijzen? Juist omdat die landen zeer ambitieus zijn geweest in het uitrollen van hernieuwbare energie. De groene transitie is de juiste weg vooruit. Ook nu. En ik zie bij de EIB aan alles dat de energierevolutie in volle gang is. Daar moeten we niet mee stoppen. Wat we moeten doen, is doorgaan en versnellen.”
U vindt ook dat Europa nog werk aan de winkel heeft om zijn economie op gang te krijgen, zijn concurrentiekracht te verbeteren. Hoe somber bent u?
„Europa is ontzettend rijk aan onderzoekscentra, aan universiteiten, aan talenten en slimme bedrijven. Maar de EU is nu in feite de kraamkamer van de wereld. Het ecosysteem van startups in Europa is vergelijkbaar met dat van de VS. Maar als bedrijven groeien, zoeken ze elders financiering op, want die ontbreekt hier. Daarom is het bijeenbrengen van de versplinterde Europese kapitaalmarkten zo’n prioriteit voor ons. Er valt enorm veel te halen als we zorgen dat ideeën, technologieën en bedrijven die in de EU worden geboren, hier ook kunnen groeien en floreren.”
Er wordt al heel lang gesoebat over die Europese kapitaalmarkt. Nu overwegen de zes grootste EU-landen, waaronder Nederland, zelf maar een kapitaalmarktunie op te zetten zonder op de rest te wachten. Werkt dat wel, als niet iedereen meedoet?
„Als we er met alle 27 EU-landen aan kunnen beginnen, geweldig. Zo niet, dan denk ik dat het een heel goed idee is dat een groep landen het voortouw neemt. En ik ben er vrij zeker van dat andere landen zullen aansluiten als ze vanzelf de voordelen zien.”
Betekent de komst van meer privaat kapitaal dat de rol van een publieke investeringsbank als de EIB straks is uitgespeeld?
„Wij verdringen geen private investeringen, we trekken ze aan. We mobiliseren méér kapitaal. Vorig jaar kwam een kwart van al het durfkapitaal in de EU bij ons vandaan. We hebben onlangs nog een groot initiatief voor tech-startups opgezet. Dus in de komende jaren denk ik dat onze rol nog belangrijker zal zijn, als we de kloof tussen de EU en de VS willen dichten.”
Ook over publiek kapitaal is veel debat gaande, met name rond euro-obligaties. De Europese Investeringsbank pionierde daarmee, ze worden nu steeds populairder. Zijn zulke eurobonds een manier om al die grote opgaven te financieren?
„Als voorzitter van de Europese Investeringsbank ga ik me niet in dat debat mengen. Wat ik wel kan zeggen, is dat het een onderwerp is dat langskomt in elke bijeenkomst die ik bijwoon. Het is duidelijk dat de afgelopen jaren hebben laten zien dat er enorme investeringsbehoeften zijn in Europa. Als ik dan kijk naar Next Generation EU [het coronaherstelfonds, red.], is dat een enorm succes geweest, kijk maar naar Spanje. Vanzelfsprekend heeft die vorm van financiering als voorbeeld gediend voor de defensieleningen en de voorgenomen EU-lening aan Oekraïne.”
Het nieuwe kabinet wil een eigen investeringsbank oprichten. Is dat voor u een welkome toevoeging of een concurrent?
„O, het is zeker een zeer welkome toevoeging. Als EIB ontmoeten we nu regelmatig de vijf grootste nationale investeringsbanken, in wat we de 5+1 noemen (de EIB, plus Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen). Dus ik kijk ernaar uit om zo snel mogelijk een bijeenkomst van de 6+1 te hebben.”
Stel: u begint vandaag een bedrijf. Zou u dat liever doen in de VS of in de EU?
„In de EU, daar zou ik geen seconde over aarzelen. Ik denk…” Ze is een seconde stil. „Diplomatiek blijven”, glimlacht ze. „Ik denk dat de huidige geopolitieke situatie het nog waardevoller maakt om juridische zekerheid en stabiliteit te hebben. En natuurlijk heeft Europa de beste levenskwaliteit ter wereld. Er is geen andere plek ter wereld waar je zo kunt leven als wij met onderwijs van topkwaliteit, met gezondheidszorg van topniveau en met voedsel van topkwaliteit. Dus ja, dat zou ik zeker hier doen. Geen twijfel.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU