Home

In Nanouk Leopolds film werkt het overweldigende woud helend voor getraumatiseerde Jen

Nanouk Leopold Een kwart eeuw na haar speelfilmdebuut ‘Îlles flottantes’ is de Nederlandse filmmaker Nanouk Leopold qua vorm en stijl helemaal terug met haar Ierse traumafilm ‘Whitetail’.

Jen, gespeeld door Natasha O’Keeffe, in de film 'Whitetail' van regisseur Nanouk Leopold.

Film

Whitetail. Regie: Nanouk Leopold. Met: Natasha O’Keeffe, Andrew Bennett, Aaron McCusker. 103 min.

Vijfentwintig jaar na haar speelfilmdebuut Îles flottantes keerde de Nederlandse regisseur Nanouk Leopold begin dit jaar terug naar het IFFR met de Engelstalige film Whitetail, die in Toronto in première was gegaan. Het is haar eerste film sinds Cobain uit 2018. In de tussentijd regisseerde ze toneelstukken, deed ze een operaregie en maakte ze een video-installatie.

Het sociaal-realistische Cobain blijkt een buitenbeentje, want met Whitetail keert ze terug naar de stijl van haar eerdere filmwerk. Met uitzondering van de verfilming van Gerbrand Bakkers boek Boven is het stil gaat haar oeuvre over eenzame vrouwen die emotioneel vast zitten, ongelukkig zijn of onzeker over de richting die ze op willen. Intimiteit vinden ze lastig, en hoewel ze wanhopig zoeken naar contact, communiceren ze spaarzaam. Als ze al praten gaat dat nauwelijks over hun gevoelens. Maar schijn bedreigt: „You told me everything./ by saying nothing” is een veelzeggende strofe uit het lied dat bij de aftiteling van Guernsey (2005) te horen is. Wie goed naar Leopolds beelden en vrouwenportretten kijkt, ziet wat zich onder de oppervlakte afspeelt.

Het leven van deze vrouwen staat vaak stil. Deze stilstand wordt vertaald in even statische filmbeelden waarin veel impliciet blijft. Muziek en close-ups zijn schaars: de vrouwen worden geplaatst in een omgeving die hun gevoelens uitdrukt. Als ze uit het lood zijn, is de beeldcompositie dat ook. Als zij zich leeg voelen, is het beeld dat ook: steriele ruimtes waarin zij als nietig element worden gepositioneerd. En als ze niet aan het leven deelnemen, zien we ze verloren rondlopen aan de rand van het kader. Het is een strenge stijl die schatplichtig is aan arthouse-iconen als Michelangelo Antonioni.

Leopold leek deze stijl en haar onderwerpkeuze vaarwel te zeggen met de boekadaptatie Boven is het stil (2013). Hierin staan mannen centraal, met name de met zijn seksualiteit worstelende hoofdpersoon Helmer. De cameravoering is losser, de stijl intiemer: sensualiteit en lichamelijkheid voeren de boventoon. In NRC noemde Leopold het maken van Boven is het stil een bevrijding en reflecteerde ze op haar vormvastheid: „Ik ben heel streng. Ik weet niet waar dat calvinistische vandaan komt, want ik ben hippieachtig opgegroeid. In mijn andere films mocht de camera bijvoorbeeld niet bewegen. Dan moet je alles van tevoren bepalen: hoe het huis eruit ziet, hoe het licht invalt. Je kader staat vast.” Ook Cobain volgt een (jonge) man, een vijftienjarige jongen uit een pleeggezin die zijn biologische, drugsverslaafde en hoogzwangere moeder zoekt.

Traumatisch verleden

Met Whitetail is Leopold terug op vertrouwd terrein, met een vrouw in de hoofdrol en een situatie die in de verte herinnert aan Guernsey. Hoewel de toeschouwer daar ogenschijnlijk weinig van merkt, kantelt in die film het leven van Anna als een collega suïcide pleegt.

In de proloog van Whitetail is de kijker getuige van een noodlottig jachtongeluk waarbij de tieners Jen en Oscar betrokken zijn.

Alleen in de natuur van het Ierse Kerry kan Jen zichzelf zijn.

Twintig jaar later werkt Jen bij een natuurreservaat, waar ze zaadjes verzamelt, observatiecamera’s in de bossen plaatst en af en toe meehelpt in het winkeltje van haar vader. Twee zaken rakelen het traumatische verleden op: zo treft ze een onthoofd witstaarthert aan in het natuurgebied en jeugdliefde Oscar keert na vele jaren afwezigheid terug naar het dorp. Waar Jen indertijd – blijvend – bevroor na het jachtongeluk, sloeg Oscar op de vlucht. Menselijke impulsen, maar Jen is wrokkig.

Aan details merken we hoe het verleden zijn sporen naliet. Leopold laat het gezicht en het lichaam van Natasha O’Keeffe spreken, die prachtig gestalte geeft aan de stugge, naar binnen gekeerde maar ook impulsieve Jen. Als een dronken politieagent avances maakt, geeft ze hem een kopstoot. Per ongeluk, maar niet heus: van de door het leven gebutste en gepantserde Jen mag niemand te dichtbij komen. Slechts in de glooiende natuur van het Ierse Kerry kan zij zichzelf zijn.

Scène uit ‘Whitetail’.

Net als in Leopolds andere films speelt de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt een grote rol. Het overweldigende woud met torenhoge bomen en frisgroen mos waarin Jen ronddwaalt werkt voor haar helend, maar de duisternis is ook angstaanjagend. De dood waart rond in het bos. De natuur is een onverschillige getuige van menselijk gedrag, van kwaadaardige stropers en van zorgzame boswachters als Jen. De natuur neemt niet alleen, maar geeft ook. De zaadjes van de eikenbomen die Jen verzamelt en opkweekt geven leven en hoop.

Zo gaat Whitetail over de cyclus van het leven, waarbij een zenboeddhistische component een rol speelt. Dat Leopold in haar zevende speelfilm de natuursymboliek iets te zwaar aanzet is overkomelijk. Want zowel qua stijl als inhoud is Leopold weer in vorm, en dat is verheugend.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next