Wie wild uit de Oostvaardersplassen wil bestellen is te laat. Sinds 2019 verkoopt online-slager Grutto edelhert uit het natuurgebied tussen Almere en Lelystad, dat onder Staatsbosbeheer valt. Om de populatie herten daar op de gewenste vijfhonderd te houden, worden er jaarlijks zo’n tweehonderdvijftig afgeschoten. Die gaan naar een poelier, waarna Grutto het vlees verkoopt als het mooiste scharrelvlees voor wie verantwoord dierlijk eiwit wil eten.
De vleespakketten uit ‘hertengroep 1913’ – van medaillons tot chipolataworstjes – waren voorlopig de laatste. Want met nog zo’n honderddertig herten ‘te gaan’ haalde de Raad van State begin februari een streep door de jaarlijkse ‘doelstand’ waarvoor de provincie Flevoland tot 2028 toestemming had gegeven.
Het afschieten mag niet hervat worden voordat wetenschappelijk is aangetoond dat een populatie van vijfhonderd dieren groot genoeg is om inteelt te voorkomen. In eerdere rechtszaken hadden activisten dat geëist.
Het materiaal voor het genetisch onderzoek was voor de uitspraak al verzameld, maar de conclusies komen pas rond de zomer. „Er zijn geen zichtbare aanwijzingen voor inteelt”, zegt boswachter Hans-Erik Kuypers, terwijl hij zijn elektrische fourwheeldrive tussen riet en ruigtes stuurt. „Elke paar weken komt de dierenarts. We zien geen vroeggeboortes, hun gang is goed en ze zien er gezond uit, ook over de generaties heen.”
Een afschotverbod is hier déjà vu. Tot nu toe was het steeds tijdelijk. Alle rechtszaken komen voort uit verschillende visies op natuur en natuurbeheer die hier al decennia botsen. Soms keihard, zoals in de winter van 2017-2018, toen er veel te weinig voedsel was voor veel te veel herten en andere ‘grote grazers’.
De provincie bepleitte gedeeltelijk afschot om massale hongerdood te voorkomen. Boze mensen gooiden voedsel over de hekken. En de bedenkers van de polder-Serengeti beschouwden hoge sterfte niet als dierenmishandeling maar als natuurverschijnsel.
Dit is de visie nu: „Je schept de voorwaarden en laat de natuur het verder zelf invullen”, zegt Kuypers. Maar die voorwaarden zijn niet waardevrij. „Het vogelleven een boost geven” was een hoofddoel. Maar meer rietmoeras voor roerdomp, baardman en Cetti’s zanger en meer wetlands voor steltlopers als kluut, plevier en kemphaan betekenen minder van het monotone grasland dat de grazers achterlaten. Kort gezegd: hert moet inschikken voor vogel. „Er zijn maar twee knoppen waaraan wij draaien: het waterpeil en het populatiebeheer van grazers”, zegt Kuypers.
Als het afschotverbod na de zomer zou worden opgeheven is het aantal herten flink toegenomen. „Dan zijn we niet terug bij af”, zegt Kuypers. „Maar we waren op niveau en regulier beheer kost al zo veel tijd en moeite. Dat wordt alleen maar moeilijker en voor het gebied is het niet per se goed.”
Maar daar denkt hij nu even niet aan. Want de enige wolken aan de lucht zijn wolken kieviten; tussenstop op weg naar Denemarken. „Ook de grutto komt nu binnen”, zegt Kuypers. „Het voorjaar is echt begonnen. Dan zijn de Oostvaardersplassen een trechter voor vogels.” Hij glimlacht er verzaligd bij.
De zeearend laat zich ook nog even zien; een juveniel die nog geen witte staartvlek heeft, leer ik. Een slechtvalk zit een geslagen vogel te slopen tussen rondvliegende veren. Een fel geel oog kijkt af en toe onze kant op. Pas als we terug zijn van ons rondje bedenk ik: geen hert ontmoet.
Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag