is columnist van de Volkskrant.
Vorige maand zag ik tijdens het internationaal theaterfestival Brandhaarden in Amsterdam het tamelijk briljante toneelstuk The Summit van de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler. Het decor bestaat uit een grote houten berghut waar de bergtop letterlijk door de vloer steekt. In die ruimte, afgesneden van de wereld, hebben zes mensen hun toevlucht gezocht – of beter gezegd, ze zijn bijeen voor een topoverleg.
Ze spreken Italiaans, Duits, Schots, Engels, Frans en andere dialecten, begrijpen elkaar nauwelijks, maar proberen wel te luisteren. Ze lezen voor uit ordners, één woord per persoon: ‘But.’ ‘Si.’ ‘Yes.’ ‘Mah.’ We zien ze samen in een Finse sauna en op een bal waar ze een Beierse Zwiefache dansen, waar twee- en driekwarts-maten elkaar afwisselen – dat maakt samen dansen moeilijk. De Finse sauna en de Zwiefache staan beide op de Unesco-werelderfgoedlijst.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Allengs worden de geluiden van buiten de berghut onheilspellender. We horen het dreigende geluid van een helikopter die de berghut nadert om vervolgens neer te storten, en zien de acteurs in de weer met opblaasbare brandblussers. Maar als ze te horen krijgen dat de toegangswegen naar de vallei zijn afgesloten en iedereen de komende vijftien tot achttien jaar op zijn plek moet blijven, verandert er weinig. Iedereen kwettert gewoon door. Het stuk eindigt veelzeggend met de personages die het slaapliedje Good night van de Beatles zingen.
Het nagesprek met de acteurs was een soort voortzetting van de voorstelling. Elke acteur sprak een andere taal en onder het publiek waren veel expats waardoor het nagesprek in de vestibule van de schouwburg ontaardde in een typisch Europese kakofonie. Vrienden (die het stuk minder waardeerden) vroegen zich af waarom er geen plotwending was toen de dreiging van buitenaf heel concreet werd. Waarom deden ze niets? Dat is juist de clou.
Ik was afgelopen week op een landgoed om te praten over het Europese antwoord op de veranderende wereldorde. Aan goede bedoelingen en ideeën is er geen gebrek. Er liggen vuistdikke rapporten van twee voormalige Italiaanse premiers, Enrico Letta en Mario Draghi, om Europa concurrerender en weerbaarder te maken. Maar anderhalf jaar na dato is ondanks alle goede bedoelingen en de gevoelde urgentie nog maar 10 procent van de aanbevelingen uitgevoerd.
Voormalig ASML-topman Peter Wennink heeft een rapport geschreven met aanbevelingen hoe Nederland zijn spierballen kan tonen. Een van de aanbevelingen is om een Nederlandse DARPA op te richten, het vehikel dat de Amerikaanse regering gebruikt om baanbrekende technologieën voor militaire, maar ook civiele toepassingen te ontwikkelen en financieren. Het probleem is dat Wennink adviseert een Nederlandse DARPA op te richten, niet een Europese.
Er zijn in de Europese Unie veertien grote rederijen die marineschepen bouwen en onderhouden, waaronder het Nederlandse Damen. Het probleem is dat we er maar acht nodig hebben en geen enkel land zijn nationale trots wil opgeven. Datzelfde geldt voor de staalindustrie. Er is wereldwijd een overproductie aan staal. Toch heeft het vorige kabinet een intentieverklaring getekend om Tata Steel in IJmuiden met 2 miljard euro te steunen, terwijl het staal goedkoper in Spanje geproduceerd kan worden.
Frankrijk en Duitsland zijn in een slepend conflict verwikkeld over de ontwikkeling van een gezamenlijk gevechtsvliegtuig. Frankrijk wil dat de Franse vliegtuigbouwer Dassault de leiding over de ontwikkeling van het nieuwe gevechtsvliegtuig krijgt, terwijl Duitsland op een gelijke verdeling staat. De conservatieve Amerikaanse denker Robert Kagan zei het twintig jaar geleden al: Europeanen zijn alleen maar met zichzelf (lees: elkaar) bezig.
Mario Draghi hield drie weken geleden een pleidooi voor pragmatisch federalisme waarbij lidstaten vrijwillig kunnen deelnemen aan gezamenlijke besluitvorming op belangrijke gebieden zoals industriebeleid, buitenlandse zaken en defensie, die momenteel nationale bevoegdheden zijn. Zo is het bij de euro ook gegaan. Als Europa zichzelf opnieuw kan uitvinden, zou het zich wellicht staande kunnen houden in het ‘postwesterse’ tijdperk. Als Europa zichzelf opnieuw kan uitvinden.
Het is niet chic om defaitistisch te zijn. Het is contraproductief bovendien. Maar zoals Marthaler in The Summit laat zien, wordt Europa ondermijnd door rivaliteit, ijdelheid en decadentie, alle goede bedoelingen ten spijt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns