De stad Almere loopt achter met de bouw van woningen, vooral sociale woningbouw.
Na jaren van afwezigheid zijn gemeenten terug van weggeweest in de ‘strijd om ruimte’. Uit onderzoek van BNR Nieuwsradio blijkt dat gemeenten de afgelopen jaren veel vaker gebruik maakten van het recht om als eerste een stuk bouwgrond aan te kopen.
Door dit zogenaamde voorkeursrecht moet een grondeigenaar die (bouw)grond te koop wil zetten als eerste de gemeente benaderen. Die is niet verplicht het stuk grond te kopen, maar als ze de grondpositie toch wil hebben, moet ze wel een marktconforme prijs betalen.
Sinds 1990 is 1.575 keer gebruikgemaakt van de wet die voorkeursrecht regelt voor gemeenten, blijkt uit gegevens van het Kadaster die vastgoedadviesbureau Savills op verzoek van BNR analyseerde. Bijna driekwart van die gevallen vond in de afgelopen vijf jaar plaats, stelt BNR. Gemeenten kopen ook grotere percelen: tussen 2010 en 2018 was het gemiddeld 40 hectare per jaar. In 2024 is dat meer dan 100 hectare – en dat zou volgens BNR nog een onderschatting zijn.
Dat gemeenten actiever zijn op de grondmarkt, komt door het grote woningtekort. De huizenprijzen worden voor een belangrijk deel bepaald door de grondprijs. Gemeenten, die van het ministerie van Volkshuisvesting veel betaalbare huur- en koopwoningen moeten bouwen, hebben er dus belang bij dat zij de grond tegen de laagste prijs aankopen.
Gemeenten waren de afgelopen jaren terughoudend op de grondmarkt. Ten tijde van de kredietcrisis (2008) leden gemeenten gigantische verliezen op grondposities toen grote gebiedsontwikkelingen stilvielen. Veel bouwgrond kwam daarna in handen van marktpartijen – die daar soms veel geld aan verdienden als een stuk grond in waarde steeg.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen