BENTHUIZEN - 'Rouw na een misdrijf is een andere vorm van rouw dan de normale rouw. Een aantal dingen is echt heftiger.' Marije Janmaat uit Benthuizen was vijftien jaar familierechercheur bij de politie. Ze stond nabestaanden bij van moordslachtoffers, maar ook van de MH17. Over haar ervaringen schreef ze een boek, om nabestaanden en iedereen om hen heen te ondersteunen.
'Ik ben toegepast psycholoog en ben gespecialiseerd in rouw en verlies na een misdrijf. Wat mij opviel, is dat er nauwelijks boeken of praktische handreikingen bestaan die de directe omgeving van nabestaanden helpen om werkelijk aan te sluiten.'
Ze vertelt: 'Er is veel aandacht voor het juridische proces, maar weinig voor de vraag: wat hebben deze mensen nodig en hoe kun je daar met kennis en sensitiviteit bij aansluiten?'
'Juist de mensen die naast nabestaanden staan - familie, vrienden, collega's, professionals - missen vaak die specifieke kennis. Terwijl hun rol zo bepalend kan zijn in de eerste periode na een ingrijpend verlies.'
'Ik noem een huisarts, een goede vriendin, buurvrouw, docent of een werkgever van iemand die zijn partner of kind is verloren aan een misdrijf. Zij zouden beter mogen aansluiten bij nabestaanden. Ik denk dat je beter kan aansluiten als je kennis hebt van waar het over gaat.'
Rouwverwerking is voor iedereen anders. Iedereen doet het op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Toch zijn er ook overeenkomsten, zo merkte Janmaat.
'Ik zie wel dat mensen over het algemeen een aantal fases doorlopen binnen rouw. Die kunnen op verschillende tijden komen, kunnen verschillend verlopen bij alle mensen en kunnen ook weer terugkomen.' Rouw na een misdrijf is dus altijd heftiger.
'Deze rouw komt altijd plotseling. Een moord kondigt zich niet aan. Dus het komt je gezin binnen wanneer je het niet verwacht. Daarnaast komen je waarden en normen op een helling.'
'We leren allemaal dat wanneer je goed doet, je goed ontmoet. Maar dan wordt toch je kind of je partner omgebracht. Hoe kan dat? Dus het beeld wat je had van de maatschappij verandert.'
'Je komt misschien achter dingen die je liever niet had willen weten over je kind of partner, maar die het politieonderzoek blootlegt', vervolgt ze.
'Ook is een zaak openbaar. De media zitten er vaak bovenop. Dus jouw geliefde kan ineens een nationaal product worden. Iedereen vindt er wat van. Daardoor kan je opnieuw beschadigd worden. Dat noemen we op secundaire victimisatie.'
Dit is het voor de tweede keer slachtoffer worden. Dat zit in veel meer dingen. 'Bijvoorbeeld het gevoel te hebben niet gehoord te worden door de politie, een verzekering die niet uitkeert of opmerkingen uit de omgeving over eigen schuld.'
Het kan ook zijn dat het onderzoek heel lang duurt of spullen van het slachtoffer bij de politie kwijt zijn geraakt. Dit zijn allemaal voorbeelden van hoe 'secundaire victimisatie' kan ontstaan.
Een verlies komt ook nooit alleen, het ene verlies zorgt voor het andere. Mensen raken bijvoorbeeld hun baan kwijt omdat ze na het verlies niet meer kunnen werken en moeten daardoor ook nog hun huis verkopen.
Families kunnen uit elkaar vallen omdat iedereen anders reageert op de moord binnen de familie of vriendschappen lopen stuk omdat een ander vindt 'dat je nu maar weer verder moet'.
Ook dat was voor Janmaat een reden om het boek te schrijven. 'We zijn nou niet een volk dat makkelijk dingen deelt. De samenleving wordt steeds individueler, dus we lopen niet meer zo makkelijk met een pan soep naar de buurvrouw en dan denken we na drie maanden: nou de buurvrouw redt zich wel weer.'
'Dat jouw geliefde weg wordt genomen, het lichaam in beslag wordt genomen en een onderzoeksteam bepaalt wat er gebeurt. Dan ben je heel je autonomie kwijt. Ik denk dat het heel belangrijk is om als naaste, als omgeving, aan te sluiten en mensen de kans te geven om zelf te bepalen wat ze willen.'
'Daarnaast hebben we allemaal behoefte aan betrokkenheid. We willen het samen doen, we willen ergens bij horen. Dus voel ook die aansluiting en zoek ook diegene op. Maar we willen ook allemaal het gevoel hebben dat we competent zijn. Dat we iets kunnen. Dus geef ook die ruimte om het zelf weer te proberen.'
'Neem dingen niet uit handen. Ga niet de redder zijn. Maar sluit aan. Dat is eigenlijk mijn belangrijkste boodschap. Sluit aan bij deze nabestaanden en laat hen leidend zijn.'
In haar werk als familierechercheur kwam Janmaat vijftien jaar lang over de vloer bij nabestaanden. Niet als de eerste agent met het slechte nieuws, maar als de verbinding tussen nabestaanden en het rechercheteam dat een moord onderzoekt.
'Wij leggen uit wat er is gebeurd, waar hun geliefde is en wanneer die terugkomt. Als er een verdachte wordt aangehouden, dat die is aangehouden en hoe lang die blijft. Maar ook het teruggeven van goederen of het teruggeven van een woning als de woning de plaats is waar het is gebeurd.'
De familierechercheurs werken altijd in een koppel. De nabestaanden krijgen ook een casemanager van Slachtofferhulp Nederland toegewezen. Waar de familierechercheurs afscheid nemen als het onderzoek is afgerond en wordt overgedragen aan het Openbaar Ministerie, blijft de casemanager net zolang als hij of zij nodig is.
'Ik ben er vier jaar geleden mee gestopt, maar wat me altijd bijblijft dat zijn kinderen en moeders die bij hun kinderen staan en dat zij afscheid moeten nemen.'
'Dat is misschien omdat ik zelf moeder ben. Ik weet hoe het is om een kind te hebben en ik heb geen idee hoe het is om een kind te moeten verliezen. Maar ik zie daar wel het verdriet van.'
'Ik heb als familierechercheur nabestaanden begeleid die hun geliefde waren verloren bij de MH17. Dat was een gezin zoals jij en ik, zo heel herkenbaar. Slachtoffers gingen op vakantie gaan, maar kwamen nooit meer terug. Dat draag ik nog steeds mee met mij.'
Voorbeelden uit haar praktijk heeft Janmaat, geanonimiseerd, verwerkt in haar boek. Het maakt de emoties waar ze het over heeft voelbaarder dan alleen een droge opsomming van procedures die je na een misdrijf overkomen.
'Bij het verlies van een kind is de rouw even heftig bij een dochter die slachtoffer is van femicide als bij een zoon die is afgegleden in de drugswereld. Het verlies is net zo groot.'
'Ik zie wel dat bij mensen van wie een familielid is afgezakt in het criminele circuit er een stuk zelfverwijt bijkomt bij nabestaanden. Dat ouders zeggen: had ik maar eerder dit of dat of zus of zo. Zij voelen zich schuldig.'
'Alleen schuldig voelen en schuldig zijn, zijn twee verschillende dingen. Dat gevoel mag er zijn, dat mag ook worden erkend, maar het betekent niet dat je dus schuld hebt aan hetgeen wat je is aangedaan.'
Janmaat heeft in haar boek speciale aandacht voor vermissingen. Dan moeten nabestaanden leren leven met de onzekerheid van het niet weten wat er is gebeurd en het feit dat er geen lichaam is. Dat leidt tot weer een andere vorm van rouw.
Uiteindelijk weten de meeste mensen weer een invulling te geven aan hun leven na het misdrijf, zo is haar ervaring. 'Het is geen schande om te vragen om hulp.'
'Ik ben versteld van hoeveel kracht mensen hebben om toch weer verder te gaan. Om dat herstel te vinden en uiteindelijk weer de zin of de zon te zien.'
'Ik heb weleens een cliënt horen zeggen: het wordt nooit meer hoogglans, maar zijdeglans is ook oké.'
Het boek 'Rouw en herstel na verlies door een misdrijf' wordt op vrijdag 27 februari gelanceerd in Cultuurhuys De Kroon in Waddinxveen.
Source: Omroepwest - Alphen aan den Rijn