Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Ik heb de moppentijd meegemaakt. Het staartje ervan. Wie weet er nog een mop, was toen ik klein was nog een redelijk normale vraag. En wie in die gevallen geen mop paraat had, werd al gauw versleten voor humorloos. Diegene zag zich aangewezen op jeukpoeder en het scheetkussen.
‘Eigenlijk is een roman een hele lange mop.’
‘Hou je d’r buiten, Cock.’
Ik herinner me er eentje die mijn oom Hans vertelde, en waarom ik en mijn broertjes hartelijk lachten, terwijl we hem niet begrepen. Ik niet, tenminste. Het kwartje viel jaren later, ik denk zelfs na de meteoorinslag ten gevolge waarvan alle moppen zijn uitgestorven.
Mijn oom begon te vertellen over een man in een broodjeszaak die een salade op zijn bord had, en ik weet nog dat hij die salade heel precies beschreef, het was nog niet duidelijk dat hij een mop aan het vertellen was, zo pakte hij dat aan, mij en mijn broertjes liep het water in de mond bij die salade, terwijl we eigenlijk meer van vlaai en friet hielden – toch ontbrak er iets aan de salade, namelijk?
We keken elkaar geschrokken aan. Mayonaise?
Nee, een sneetje brood. Dus wenkte de man volgens mijn oom de serveerster naar zijn tafeltje en vroeg: ‘Mevrouw, heeft u een droog sneetje?’ Waarop die serveerster antwoordde: ‘Nee, het zijn mijn schoenen die zo kraken.’
Korte stilte. Waarna we gedrieën uitbarstten in een hartelijk lachen. En het was in zekere zin ook wel grappig, dat die serveerster dacht dat die man dacht dat ze over droog, knapperig brood heen liep – zoiets.
Pas halverwege de puberteit begreep ik dat ze haar euh… k-k-k eigen sneetje bedoelde. (slijmslikken, hoorbaar hijgen.) Of nee, juist niet, natuurlijk, het waren d’r schoenen, juist omdat d’r sneetje waarover het toch ook ging, niet droog was, maar juist misschien wel n-n-n, etc, etc.
Ik begin erover omdat ik zojuist, inmiddels gisteren, in deze krant zat te lezen dat de wetenschap er eindelijk achter is waarom schoenen in gymzalen piepen.
‘Beetje lange inleiding voor iets wat niet echt hetzelfde is.’
‘Cock.’
‘Watte?’
‘Hou je d’r buiten.’
Dat piepen, zonder de wetenschappelijke tijding dunnetjes over te willen doen, ontstaat na een rappe rimpeling in de schoenzool. Door wrijving met de vloer trekt van de achterkant naar de voorkant, aldus Cern, een razendsnelle golf. En het geldt overigens ook, Cock, voor rubberzolen op houten vloeren in broodjeszaken. Staat erbij.
Waarom precies kan ik niet uitleggen, maar ik vind schoenen die piepen of kraken pijnlijk en gênant. Hebben andere mensen dat ook? Cock?
Geen reactie.
Het gaat zover dat zelfs het piepen van de schoenen van Alcaraz en Sinner, bijvoorbeeld tijdens de Australian Open, een toernooi dat verspeeld wordt op een soort gymzaalvloer, me beschaamt. Het heeft iets sufs, ook tijdens een finale. En ik weet dat ze druk bezig zijn. Maar voorkom het gewoon, zou ik zeggen.
Kraken is erger, trouwens. De psychologie van iemand met krakende schoenen is me duister. Ik liep laatst door een uitgestorven Breda toen ik in de verte een wat vochtig kraken hoorde. Een man kwam me tegemoet op leren veterschoenen, het kraken klonk als een soort skroinsen. Gepijnigd zei ik hem gedag, heus wel, me pas na het wegsterven van het haast soppende geluid beseffend dat hij het zelf nog steeds hoorde. En ook de rest van de dag zou blijven horen, en dat misschien wel jarenlang!
Voor wie?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns